Wijziging van de pensioenovereenkomst

Regelmatig krijgen wij vragen over de wijziging van een pensioenregeling en de toestemming van de werknemers. In een eerder artikel ben ik ingegaan op de rol van de ondernemingsraad. In dit artikel met name aandacht voor de individuele deelnemers en hun positie bij een wijziging.

In artikel 19 van de Pensioenwet is een bepaling hierover opgenomen. Dit artikel luidt: Een werkgever kan de pensioenovereenkomst zonder instemming van de werknemer wijzigen indien de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenovereenkomst is opgenomen en er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

In de memorie van toelichting op de Pensioenwet is het volgende hierbij opgenomen: Deze bepaling is geënt op artikel 613 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat een werkgever slechts een beroep kan doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Indien er in het kader van een collectieve arbeidsovereenkomst afspraken gemaakt worden over de inhoud van de pensioenregeling, welke een wijziging van de pensioenovereenkomst inhouden, dan worden individuele werknemers daardoor overigens wel gebonden zonder dat zij met die wijziging hoeven in te stemmen.

Een pensioenovereenkomst komt dus primair tot stand in het overleg tussen werkgevers en werknemers. Op grond van artikel 27 WOR heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht bij vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenregeling. Dit ziet dus niet op situaties die bij CAO geregeld zijn. Indien de CAO niets regelt over pensioen of indien het gaat over extra’s bovenop de afspraken in de CAO dan is artikel 27 WOR van toepassing, maar ook artikel 19 PW. Indien er geen OR is, zal de werkgever een pensioenovereenkomst dienen te sluiten met de individuele werknemers. In de Pensioenwet is ook aangegeven dat een wijziging van de pensioenovereenkomst instemming van de werknemers behoeft.

Echter, een werkgever mag de pensioenregeling niet eenzijdig wijzigen, ook al heeft de ondernemingsraad ermee ingestemd; de instemming van de ondernemingsraad staat dus niet gelijk aan de individuele instemming van de werknemer. Er moet dus nog een akkoord van alle werknemers komen. De gewijzigde pensioenregeling is na instemming wel van kracht voor alle nieuwe werknemers. Uit jurisprudentie is gebleken dat voor de vraag of het redelijk is dat de werknemer toestemming weigert, het van belang is of de ondernemingsraad instemming heeft verleend. Een wijziging waar de ondernemingsraad mee heeft ingestemd, kan niet zo maar door een werknemer worden afgewezen.

Is dus sprake van wijziging van een verzekerde regeling is mijn advies om het hele wijzigingstraject in overleg met de OR te lopen. Aan het eind wordt aan de OR instemming gevraagd. Nadat deze instemming is verkregen wordt aan alle werknemers individueel instemming gevraagd. En of bij die individuele toestemming ook gebruik mag worden gemaakt van de negatieve optie? Ik denk persoonlijk van wel.

Reageer