Wet werk en zekerheid en pensioen: droom of nachtmerrie?

Wet Werk en zekerheid en pensioen: een droom die uitkomt of toch een nachtmerrie die werkelijkheid wordt? Wie zal het zeggen. Sinds 1 juli 2015 is het dan zover. De wet waar alle arbeidsrechtspecialisten zich al maanden druk over maken is dan nu toch volledig in werking getreden.

De Wet werk en zekerheid heeft effecten op vele terreinen. En zoals het altijd is met nieuwe wetgeving: in sommige gevallen zal het het effect hebben van een droom die uitkomt en in andere gevallen is de nachtmerrie werkelijkheid geworden.

Transitievergoeding

In deze column schreef ik al eens over de transitievergoeding en pensioen. Op grond van de Parlementaire Geschiedenis is er geen transitievergoeding verschuldigd bij een pensioenontslag.

Maar de situatie voor de gepensioneerde die ontslagen wordt ligt wel anders. Denk aan de werkgever die de werknemer in dienst houdt, ondanks het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Of de situatie waarin de werknemer pas na zijn pensioenleeftijd gaat solliciteren en vervolgens bij de werkgever in dienst treedt? De wet gaat er in deze gevallen ook vanuit dat er sprake is van het niet verschuldigd zijn van een transitievergoeding. De wet spreekt over het niet verschuldigd zijn van de transitievergoeding bij een beëindiging na het bereiken van de pensioen­gerechtigde leeftijd.

Pensioeninkomen

De achterliggende gedachte is het pensioeninkomen dat de werknemer na zijn pensioengerechtigde leeftijd al zou ontvangen. Hij/zij zou niet meer direct afhankelijk zijn van inkomen uit arbeid. Maar is dat wel zo? Uiteraard gaat niet iedereen doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd omdat hij of zij het werk zo leuk vindt of zo graag doet. Er zijn ook gepensioneerden die noodzakelijk door moeten werken om de kosten van levensonderhoud te kunnen blijven betalen, omdat ze bijvoorbeeld nimmer pensioen of slechts een zeer gering pensioen hebben kunnen opbouwen.

De toelichting op de wet is niet volledig eenduidig en zou ook verdedigbaar anders uitgelegd kunnen worden. Waardoor het mogelijk zou moeten zijn om tóch voor een transitievergoeding in aanmerking te kunnen komen. Waarom niet? De rechter moet met de juiste argumenten overtuigd kunnen worden.

Maar ook in een vaststellingsovereenkomst, of op basis van de mogelijkheid om daar op terug te komen, zou het mogelijk moeten zijn in deze situaties alsnog een vergoeding trachten te verkrijgen.

Ketenregeling

Immers zijn er voor de gepensioneerde werknemers nog de voordelen van de ketenregeling indien zij een arbeidsovereenkomst aanvaarden na hun pensioengerechtigde leeftijd en bestaat het ‘risico’ dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gaat ontstaan met de gepensioneerde werknemer.

Zeker nu de ketenregeling ook van toepassing is op reeds lopende tijdelijke contracten die na 1 juli 2015 pas aflopen.

Het is dus opletten geblazen voor zowel werkgever als werknemer. En wat een droom is voor de een kan een nachtmerrie worden voor de ander. Laat u goed voorlichten en neem op tijd uw maatregelen. Beter voorkomen dan genezen.

Reageer