Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) geëvalueerd

Op 13 juni 2017 heeft staatssecretaris Klijnsma van SZW de stand van zaken ten aanzien van de evaluatie van de WVPS gepubliceerd. Er wordt een aantal knelpunten geconstateerd en oplossingsrichtingen aangegeven, die hieronder kort worden besproken. Inmiddels is al actie ondernomen om geconstateerde knelpunten aan te pakken. Vóór het einde van dit jaar worden de resultaten van de complete evaluatie en het kabinetsstandpunt hieromtrent verwacht.

 

In eerste instantie wordt geconstateerd dat van de verschillende mogelijkheden die de WVPS biedt (standaardverdeling en afwijking daarvan, conversie, meldingsformulier) gebruik wordt gemaakt. Van de standaardverdeling (50/50) wordt nauwelijks afgeweken en conversie komt in 3% van de gevallen voor.

Onwetendheid procedure meldingsformulier

In ‘slechts’ 30% tot 50% van de scheidingsgevallen vindt verevening rechtstreeks door de pensioenuitvoerder plaats op basis van het meldingsformulier.

Dit impliceert dat in de gevallen waarin het formulier niet is ingezonden, de vereveningsgerechtigde het pensioen zelf bij de ex-partner zal moeten claimen. Dat kan soms pas jaren na de echtscheiding aan de orde zijn, en blijkt vaak geen prettige situatie. De oorzaak hiervan is de onbekendheid van deze regeling zowel bij burgers als bij scheidingsprofessionals.

Als oplossing hiervoor worden verschillende maatregelen voorgesteld:

– herziening van de digitale brochure Om de voorlichting aan burgers te verbeteren zal de digitale brochure “Informatieblad Verdeling pensioenrechten bij scheiding” van het ministerie van Justitie worden herzien.

– er zal worden bekeken of de informatie eenvoudiger en toegankelijker kan worden gemaakt.

– er zal worden onderzocht of burgers ook op andere wijze bewust gemaakt kunnen worden van het onderwerp pensioenverevening bij scheiding.

Ook het meldingsformulier zelf kan worden verbeterd. Een in de praktijk veel gehoorde ‘klacht’ is dat het formulier te ingewikkeld en te lang wordt gevonden. Ook het moeten meesturen van (privacy)gevoelige bewijsstukken stuit op weerstand.

Er zal mede in overleg met de pensioenuitvoerders worden bekeken hoe het formulier verbeterd kan worden.

Kosten

In de WVPS is vastgelegd dat pensioenuitvoerders voor de verevening kosten in rekening mogen brengen. In de praktijk worden uiteenlopende kosten in rekening gebracht, hetgeen tot verontwaardiging bij de betrokkenen leidt.

Onderzocht zal worden of hiervoor sector brede afspraken gemaakt kunnen worden.

Inhoud van de WVPS en relatie met de Pensioenwet (PW)

Met betrekking tot de inhoud van de WVPS kunnen zich verschillende knelpunten voordoen, die betrekking hebben op de volgende punten:

– verschillende AOW-leeftijden van de betrokken partners;

– verschillen tussen de WVPS en de PW;

– verschil in karakter van pensioenovereenkomsten.

AOW-leeftijden  

Gezien het feit dat de AOW-leeftijd sinds 2013 variabel is, is de verwachting dat, meer dan voorheen het geval was, de pensioengerechtigde zijn pensioeningangsdatum zal aanpassen aan zijn persoonlijke situatie door uitstel of vervroeging. Dit impliceert dat de vereveningsgerechtigde partner nog meer afhankelijkheid wordt van de beslissingen van de vereveningsplichtige partner.

Bij conversie speelt deze problematiek niet, maar vervalt het recht op bijzonder partnerpensioen. Dat betekent dat bij overlijden van de vereveningsplichtige partner niet alleen de alimentatie vervalt, maar ook geen recht bestaat op bijzonder partnerpensioen. Dit laatste kan overigens worden opgelost door alleen het ouderdomspensioen te converteren.

Er zal nader worden onderzocht wat de (financiële) consequenties voor beide ex-partners en pensioenuitvoerders zijn, waarin ook aandacht zal worden besteed aan de mogelijkheid om rekenregels voor conversie op te stellen, en aan het huidige recht van pensioenuitvoerders om niet in te stemmen met conversie.

Verschillen WVPS en PW

 Vergelijkt men de WVPS en de PW dan zijn de gehanteerde begrippen niet equivalent.

De WVPS heeft betrekking op de verevening van tijdens het huwelijk / geregistreerd partnerschap opgebouwd ouderdomspensioen bij scheiding / beëindiging van het geregistreerd partnerschap.

De Pensioenwet heeft betrekking op het opgebouwde partnerpensioen van gehuwden, geregistreerde partners, maar ook van samenwonende partners in de zin van de pensioenovereenkomst bij scheiding / beëindiging geregistreerd partnerschap of het verbreken van de samenlevingsrelatie, waarbij ook de voorhuwelijkse periode wordt meegeteld.

Deze verschillen worden in de praktijk als verwarrend ervaren.

Er zal worden onderzocht wat de (financiële) consequenties voor alle betrokkenen zouden zijn als het partnerbegrip in de WVPS zou worden uitgebreid met ongehuwd samenwonenden en of het scheidingsbegrip gelijk getrokken kan worden tussen beide wetten.

Mede in het kader van de invoering van nieuwe regels inzake de gemeenschap van goederen per 1 januari 2018, waarin is geregeld dat alleen het vermogen dat door echtgenoten gedurende het huwelijk is opgebouwd standaard in de gemeenschap valt, zal worden onderzocht of de voorhuwelijkse periode voor het bijzonder partnerpensioen in de PW moet worden herzien.

Verschil in karakter pensioenovereenkomsten

De WVPS dateert van 1 mei 1995 en is als zodanig vooral gericht op de verdeling van het ouderdomspensioen van pensioenregelingen die thans gebaseerd zijn op een uitkeringsovereenkomst. In de praktijk blijkt dit goed te werken.

Voor premie- en kapitaalovereenkomsten biedt de WVPS onvoldoende handvatten.

In de uitvoeringspraktijk worden door pensioenuitvoerders verschillende berekeningsmethoden gehanteerd en wordt hierover op verschillende wijze gecommuniceerd. Ook is vaak onvoldoende vastgelegd wat het tijdstip is waarop de te verdelen waarde wordt vastgesteld, zodat onduidelijk is voor wiens rekening tussentijdse koersverschillen komen.

Naar verwachting zal het aantal deelnemers in pensioenregelingen op basis van een premieovereenkomst (nog) verder toenemen. Daarom zal samen met pensioenspecialisten en pensioenuitvoerders worden onderzocht of hiervoor nadere rekenregels kunnen worden opgesteld, opdat ook voor deze pensioenregelingen de WVPS werkbare handvatten biedt.

Communicatie 

Tot slot wordt geconstateerd dat zowel op de websites die pensioenuitvoerders aan werkgevers en deelnemers ter beschikking stellen (Mijn Omgeving) als op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) onvoldoende informatie wordt verstrekt om een totaalbeeld te verkrijgen. Daarom zal in de komende maanden worden nagegaan hoe deelnemers en ex-partners een beter totaalbeeld kunnen krijgen van hun pensioen na scheiding.

Een reactie op “Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) geëvalueerd”

  1. M.A. Nieuwenhuis

    Duidelijk artikel

    Beantwoorden

Reageer