Werknemer Europol heeft geen recht op premiedeel heffingskortingen

A was gedurende geheel 2012 inwoner van Nederland en werkzaam bij Europol. Het salaris bedroeg € 41.392. A stelt dat het premiedeel van de heffingskortingen ten onrechte niet in aanmerking is genomen. De heffingskorting voor de volksverzekeringen geldt alleen voor degene die premieplichtig is voor deze verzekeringen. A is niet verzekerd en daardoor niet premieplichtig omdat zij werkzaam is bij Europol. Europol heeft een eigen sociaal verzekeringsstelsel in de zin van de zogenoemde Zetelovereenkomst waardoor de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving niet van toepassing is op A. Rechtbank Den Haag heeft getoetst of A recht heeft op uitbetaling van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen indien zij premieplichtig zou zijn. Daarbij moet het vrijgestelde salaris in aanmerking worden genomen, aldus de Rechtbank. Nu A met haar salaris van € 41.392 de volledige heffingskorting reeds zou effectueren, is het premiedeel van de heffingskorting terecht niet in aanmerking genomen. Hof Den Haag gaat er in hoger beroep vanuit dat wordt toegekomen aan artikel 8.9a Wet IB 2001. De in 2012 nog geldende beperking van artikel 8.9a Wet IB 2001 tot niet-inwoners moet voorts, zoals de Rechtbank heeft geoordeeld, buiten beschouwing blijven. De Zetelovereenkomst staat er volgens het Hof niet aan in de weg dat bij de bepaling van het recht op en de omvang van de bijzondere verhoging rekening wordt gehouden met de looninkomsten van Europol. Voor dat geval is niet in geschil dat toepassing van artikel 8.9a, lid 2, Wet IB 2001, zoals de Rechtbank heeft geoordeeld, voor A niet leidt tot een bijzondere verhoging van de heffingskorting. Van een door artikel 14 EVRM of artikel 26 IVBPR verboden discriminatie is voorts geen sprake, aldus het Hof.

Reageer