Werkgever aansprakelijk voor schade geleden door werknemers door waardeoverdracht van eindloon naar beschikbare premieregeling.

In de jurisprudentie is een soms wisselende lijn te zien omtrent de zorgplicht die rust op een werkgever in het kader van een (wijziging van een) pensioenregeling. Waar het eerst erop leek dat de op de werkgever rustende zorgplicht steeds ruimer werd uitgelegd is recentelijk een aantal uitspraken gewezen, waarin het leek dat de werknemer een steeds grotere verantwoordelijkheid kreeg toebedeeld, ten gunste van de werkgever. De Hoge Raad heeft echter op 15 september jl. weer geoordeeld dat een werkgever aansprakelijk is voor de schade die werknemers hebben geleden, nadat zij na aanpassing van de pensioenregeling van een eindloon- naar een beschikbare premieregeling hadden gekozen voor waardeoverdracht. Wat was er aan de hand?

Een accountants- en belastingadvieskantoor had aan haar werknemers een pensioenregeling toegezegd. Dit was een zogenaamde (gematigde) eindloonregeling. De werkgever was voornemens de eindloonregeling te vervangen door een nieuwe pensioenregeling, de Pensioenregeling 1999. De Pensioenregeling 1999 behelsde een zogenaamde beschikbare premieregeling. In tegenstelling tot de eindloonregeling, kent deze regeling geen gegarandeerde aanspraken voor de werknemers, maar alleen een gegarandeerde inleg.

In het kader van de voorgenomen wijziging heeft de werkgever de werknemers gevraagd in te stemmen met de nieuwe pensioenregeling. Ook zijn de werknemers geïnformeerd door de tussenpersoon en adviseur van de werkgever en konden zij vragen stellen. De werknemers zijn in de loop van het jaar 1999 akkoord gegaan met de Pensioenregeling 1999 per 1 januari 1999. Daarbij hebben de werknemers tevens ingestemd met de overdracht van hun onder de eindloonregeling opgebouwde pensioenkapitaal (waardeoverdracht) naar de Pensioenregeling 1999 (de beschikbare premieregeling).

Als gevolg van tegenvallende resultaten heeft een aantal werknemers de werkgever in 2009 en 2010 aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden schade als gevolg van de overstap van de eindloonregeling naar de Pensioenregeling 1999. Gerechtshof Den Haag heeft in dit kader twee vragen beantwoord. Allereerst of de werkgever over mocht gaan tot het doorvoeren van de wijziging van de pensioenregeling van eindloon naar beschikbare premie en of de werkgever juist heeft gehandeld in het kader van de overdracht van de eindloon- naar de beschikbare premieregeling.

Het Hof was van mening dat de norm van goed werkgeverschap meebrengt dat de werkgever zorgvuldig moet omgaan met de belangen van de werknemer bij ingrijpende veranderingen in diens arbeidsvoorwaarden, zoals een wijziging van diens pensioenregeling. Meer concreet dient de werkgever voldoende informatie te verstrekken aan de werknemer en al datgene te doen wat redelijkerwijs van de werkgever kan worden gevergd om te voorkomen dat de werknemer onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken instemt met een wijziging van zijn pensioenregeling. Verder dient de werkgever onder omstandigheden de werknemer te waarschuwen voor risico’s die aan de wijziging zijn verbonden. Hoever deze zorgplicht van de werkgever in een concreet geval strekt, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Voor deze kwestie speelden volgens het Hof de volgende zaken een rol:

    • De overgang van een eindloonregeling naar een beschikbare premieregeling was een ingrijpend overgang;
    • De werknemers dienden echter gezien hun achtergrond en opleiding (zij waren assistent register accountants) de wijziging te begrijpen en het verschil tussen eindloon en een beschikbare premieregeling te doorzien, net als de impact van rekenrente en het langlevenrisico op pensioen;
    • Uit de schriftelijk verstrekte informatie moest, gezien kennis en achtergrond van de werknemers, duidelijk zijn dat de omvang van het kapitaal op pensioendatum in de nieuwe regeling afhing van het behaalde rendement en de inkoop van pensioen afhankelijk was van tarief op pensioendatum en dat derhalve geen sprake meer was van een gegarandeerd pensioen op pensioendatum;
    • De werknemers hebben ruim de tijd gehad om nieuwe regeling te onderzoeken en vragen te stellen.

Op grond van een afweging van bovenstaande zaken kwam het Gerechtshof tot het oordeel dat de werkgever niet gehouden was om meer informatie te verstrekken dan verstrekt is. De functie en opleiding van deze werknemers speelt hierbij echter wel een belangrijke rol. Zoals ten tijde van het arrest van het Gerechtshof reeds aangegeven, moet de vraag dan ook gesteld worden hoe het Gerechtshof zou hebben geoordeeld als de werknemers een andere functie en opleiding zouden hebben gehad, waardoor zij geen of minder pensioenkennis zouden hebben gehad.

Omtrent de overdracht van de in de eindloonregeling opgebouwde aanspraken naar de beschikbare premieregeling was het Gerechtshof van mening dat van een goed werkgever gevergd had kunnen worden dat zij werknemers waarschuwde dat deze met de overdracht een (te) groot risico namen. Het ging hier om reeds gedurende vele jaren opgebouwde, gegarandeerde pensioenaanspraken, die door de waardeoverdracht kwamen bloot te staan aan de eerder genoemde risico’s. Ook al moeten de werknemers, geacht worden dit te hebben begrepen en geweten, toch gold voor de werkgever de plicht de werknemers te beschermen tegen eventuele lichtvaardigheid en ondoordachtheid. Daarbij speelde ook een rol dat de reden voor de werkgever om de pensioenregeling te wijzigen (namelijk de onbetaalbaarheid daarvan op termijn) voor de keuze voor waardeoverdracht niet of minder opging. Daarbij speelde ook nog een rol dat de door de adviseur gemaakte berekeningen niet zuiver waren, doordat bij de overdracht het oude pensioen wél werd meegenomen, maar in de berekening zonder overdracht niet. Dit gaf een vertekend beeld voor de werknemers. De werkgever werd dan ook aansprakelijk gehouden voor de schade die de werknemers hebben geleden als gevolg van de keuze voor de waardeoverdracht.

De werkgever heeft cassatie ingesteld en de Hoge Raad heeft op 15 september 2017 arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2017:2227 en ECLI:NL:PHR:2017:511). Het beroep wordt verworpen, zonder nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Advocaat-Generaal heeft in het parket wel een zeer uitgebreide toelichting opgenomen, waarom het arrest van het Gerechtshof in stand kan blijven. De werkgever blijft derhalve gehouden om de door de werknemers geleden schade als gevolg van de waardeoverdracht te vergoeden. Dit omdat de werkgever tekort is geschoten in haar rol als goed werkgever op het gebied van de voorlichting bij wijziging van de pensioenregeling, meer specifiek de keuze tussen het al dan niet overdragen van de reeds opgebouwde aanspraken. Hierbij speelt nog altijd de vraag hoe geoordeeld zou zijn inzake de wijziging van de regeling sec, als de betrokken medewerkers een andere functie zouden hebben gehad.

Reageer