Weigeren passende arbeid, geen loon

De Hoge Raad (HR 6 juni 2014, nr. 14/00370) gaat in op de betekenis  ‘voor de tijd gedurende welke’ uit art. 7:629 lid 3 onder c BW. De vraag is of ‘voor de tijd gedurende welke’ moet worden begrepen: de periode waarin de werknemer weigert passende arbeid te verrichten, of als een aanduiding van de tijdseenheden gedurende welke de werknemer, hoewel daartoe in staat, niet heeft gewerkt. De eerst genoemde uitleg leidt tot een geheel verval van de loondoorbetalingsplicht van de werkgever. De laatste uitleg houdt in dat de werknemer recht heeft op loon voor zover hij (nog) niet arbeidsongeschikt is. De Hoge Raad heeft gekozen voor de eerste uitleg en geeft daarmee een wapen in handen van werkgevers waarvan de werknemer weigeren passen de arbeid te verrichten.

Reageer