• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Waardeoverdracht; Donner maakt de balans op

    1176019_home_or_money_5In een brief aan de Tweede Kamer gaat Minister Donner in op de voor- en nadelen van het recht op waardeoverdracht. Na een breedvoerige overweging besluit hij nagenoeg alles bij het oude te laten. Maar is dat wel terecht? Zijn de conclusies zodanig dat we inderdaad alles bij het oude moeten laten?

    In een schema dat is opgenomen in de brief wordt kort weergegeven welke voor – en nadelen er verbonden zijn aan het recht op waardeoverdracht voor de bij waardeoverdracht betrokken partijen. Onderstaand heb ik de voor – en nadelen opgenomen, waarbij ik een kort commentaar achter het betreffende punt heb opgenomen.

    Voordelen

    • voorkomen pensioenbreuk – Dit punt speelt mijns inziens alleen maar bij eindloonregeling. Bij een middelloonregeling is er geen sprake van pensioenbreuk. Omdat, zoals ook in de brief wordt opgemerkt, er niet veel eindloonregelingen meer zijn,  zal het voordeel uiterst beperkt zijn.

    • dekking nabestaandenpensioen over oude rechten – Dit is een serieus en terecht punt. Alleen vraag ik me af of dit uitsluitend kan worden opgelost door waardeoverdracht. Door een aanpassing in het wettelijk systeem is dit eenvoudig op te lossen. Als alle pensioenregelingen in Nederland gebaseerd zouden worden op een nabestaandenpensioen met een opbouwkarakter, dan speelt het probleem niet. Als dit een te dure oplossing is, dan kan worden overwogen om voor alle pensioenregelingen uit te gaan van een risicodekking, waarbij de berekening over alle dienstjaren zal plaatsvinden.

    • eenvoud (alles bij één uitvoerder) – Dit valt voor mij in de categorie zinloze argumenten. Zeker met de komst van het uniforme pensioenoverzicht en binnenkort het nationale pensioenregister is dit een volstrekt overbodige exercitie. Zicht op je pensioen krijg je niet door alles maar op één hoop te gooien. Mijns inziens moet je zicht op je pensioen hebben, wil je een goede beslissing kunnen nemen over waardeoverdracht. En als je eenmaal zicht hebt op je pensioen, is waardeoverdracht vanwege de eenvoud niet meer nodig.

    • bevordering arbeidsmobiliteit (alleen in geval van eindloon) – Een terechte toevoeging tussen haakjes. Alleen in geval van eindloon zal het recht op waardeoverdracht de arbeidsmobiliteit kunnen bevorderen. Maar zoals ook al bij het eerste punt opgemerkt is dit een heel gering aantal van de gevallen.

    • beperking administratieve lasten (minder slapers in bestand) – Een voordeel voor de uitvoerder, waardoor de kosten beperkt kunnen worden, hetgeen uiteindelijk ten goede moet komen aan de werknemers. Niets aan toe te voegen.

    Nadelen

    • ingewikkeld – De keuze om wel of niet over te dragen is een lastige keuze. In eerdere artikelen zijn wij daar al op ingegaan.

    • risico van een verkeerde keuze – Deze vloeit direct voort uit het eerste nadeel.

    • onverwachte hoge lasten (door bijbetalingsproblematiek in geval van verzekerde regelingen) – Ook deze problematiek hebben wij al meerdere malen aangestipt. Een bijzonder groot nadeel, waarbij Donner opmerkt dat hier geen oplossing voor zal komen.

    • hoge uitvoeringslasten door de noodzakelijke procedures -  Een waardeoverdracht gaat over veel schijven, waardoor het uiterst bewerkelijk is. Een verzoek tot een opgave in verband met een voorgenomen waardeoverdracht zet een heel circus in gang. Pas bijna aan het einde van de procedure beslist de werknemer of hij wel of geen gebruik wil maken van het recht op overdracht. Dan zijn de meeste kosten al gemaakt.

    • mogelijke invloed op de buffers van pensioenfondsen – Tenslotte een terechte opmerking over extra risico’s die pensioenfondsen lopen, waarbij zij deze risico’s slechts in beperkt mate kunnen beheersen.

    Conclusie

    De nadelen zoals genoemd in de brief kan ik het volledig mee eens zijn. De door Donner genoemde voordelen is nog wel het nodige op af te dingen. Zoals ik bij een aantal voordelen heb opgemerkt, vraag ik me af of het echt wel voordelen zijn.

    Als ik een afweging moet maken tussen de voor- en nadelen, dan kan ik niet anders concluderen dan dat we een debat moeten starten over de vraag of we het recht op waardeoverdracht nog wel moeten handhaven. Daarmee bedoel ik niet het schrappen van het betreffende artikel in de Pensioenwet en daarmee klaar. Nee, ik bedoel een weloverwogen maatregel, eventueel geflankeerd door een aantal kleine wijzigingen die de mogelijke nadelen van het afschaffen zouden kunnen opvangen. Ten tijde van het invoeren van het wettelijk recht zag het pensioenlandschap er heel anders uit dan heden ten dage. Het getuigt van inzicht en visie als dat niet alleen wordt onderkend, maar ook dat er daadwerkelijk conclusies aan worden verbonden en actie wordt ondernomen.

    Download: Brief Donner inzake waardeoverdracht

    3 Reacties op “Waardeoverdracht; Donner maakt de balans op”

    1. • eenvoud (alles bij één uitvoerder) – Dit argument wordt vaak gebruikt bij overdracht van premie naar premie. Vaak wordt er dan niet naar kosten gekeken.

      Mijns inziens is een analyse van de kosteninhoudingen van je pv aanspraken het belangrijkste bij overdracht premie-premie, naast rendement van de gekozen fondsen natuurlijk.
      Om een goede beslissing te kunnen nemen moet je weten welke kosten er nog op je pv aanspraken in rekening worden gebracht.
      Hoe sta jij tegenover een analyse van de kosten bij waardeoverdracht van premie naar premie?

    2. In artikel 55 PW is in lid 2 opgenomen: Bij een premieovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming de vaststelling van de pensioenaanspraken als volgt uitgevoerd: het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies wordt:
      a. belegd tot de pensioendatum.
      Mijns inziens impliceert dit dat er geen sprake meer kan zijn van kosteninhoudingen na uitdiensttreding, anders dan beleggingskosten. Een vergelijk zal zich dan ook moeten toespitsen op die kosten. Daarbij verwacht ik echter beperkte verschillen aan te treffen.

    3. De brief van de heer Donner is n.a.v. vragen van de heer Blok, die daartoe getriggerd was door mijn artikel in het FD. Zie voor de inhoud http://buitenhuispensioen.nl/?p=302 .

      Aangaande de nadelen, die zijn duidelijk. Aangaande de voordelen bent u terecht kritisch en zou ik nog wat willen toevoegen.
      1. Het aantal fondsen met risico-partnerpensioen is beperkt omdat vele fondsen alsnog vanwege de fiscale beperkingen ervoor kozen de ruimte te benutten met uitruilbaar partnerpensioen.
      2. De arbeidsmobiliteit noemen als een voordeel is een gotspe. Die wordt juist ernstig bemoeilijkt vanwege de hoge aanvullende koopsommen bij verzekerde regelingen (kleine werkgevers!).
      3. Slapers in een bestand geven nauwelijks extra kosten. De vaak gebruikte truc om de kosten te berekenen als de totale kosten gedeeld door het aantal verzekerden is geen getrouwe weergave van de besparing van het marginale wegvallen van een enkele polis.

      Kortom, afschaffen deze contra productieve verplichting.

      Mvg
      Alec Balledux AAG

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form