Waardeoverdracht blijft de gemoederen bezighouden

In zijn advies gaat de Adviescommissie van de Orde eerst in op de invoering van het recht op waardeoverdracht en dan met name de aanleiding hiervoor. Het recht op waardeoverdracht is ingesteld om pensioenbreuk binnen eindloonregelingen te voorkomen. Men constateert meteen dat het effect van de waardeoverdracht in een middelloon of beschikbare premie regeling niet of nauwelijks aanwezig is.  Omdat de meeste pensioenregelingen op deze twee systemen zijn gebaseerd gaat het nu vooral om het samenvoegen van pensioenopbouw welke de deelnemer in de verschillende regelingen heeft gerealiseerd.

Doordat bij de invoering van de Pensioenwet ook de rekenregels drastisch zijn aangepast, zijn de financiële gevolgen van het fenomeen meer zichtbaar geworden.  De betrokken werkgevers moeten doorgaans aanzienlijke aanvullende betalingen doen. Dit komt door het verschil in actuariële grondslagen tussen de uitvoerders en het wettelijk tarief. Hoewel dit onder de PSW ook al zo was is het verschil na invoering van de Pensioenwet groter geworden.

Het advies richt zich verder op deze bijbetalingsproblematiek. Het gaat in op de reeds ingevoerde maatregel ten aanzien van de kleine werkgevers, voorwaarde is wel dat de bijbetaling minimaal een bedrag van 15.000 euro overtreft, en concludeert dat deze maatregel niet voldoende is. Naar de mening van de adviescommissie is bezinning van de rechtsgronden voor het recht op waardeoverdracht noodzakelijk en moet de bijbetalingsplicht heroverwogen worden. Hierbij constateert de adviescommissie dat het oorspronkelijke doel van waardeoverdracht is komen te vervallen door het afschaffen van de eindloonregeling. De adviescommissie ziet de bijbetaling als iets onlogisch en onbillijk omdat hij neerkomt op een prijscorrectie achteraf. De werkgever heeft tijdens de verwerving van de pensioenaanspraken de verschuldigde premies voldaan en draait nu op achteraf op voor een aanpassing van de actuariële grondslagen. Dit speelt natuurlijk enkel bij de uitgaande waardeoverdracht. Laatste constatering is dat het recht op waardeoverdracht niet per definitie leidt tot een verbetering van het pensioen van de deelnemer.

De aanbeveling van de adviescommissie is dat waardeoverdracht enkel nog plaatsvindt op basis van de gefinancierde waarde. Wel is men voor het behoud van het fenomeen waardeoverdracht.

Hoewel ik me volledig kan vinden in het oplossen van de bijbetalingsproblematiek bij waardeoverdracht mis ik in het advies de situatie van de nieuwe werkgever. Een overdracht op basis van de gefinancierde waarde lost de bijbetaling voor de overnemende werkgever niet direct op. Hiervoor is een aanpassing van artikel 71 lid 4 Pensioenwet noodzakelijk. Ook voor de bijbetaling door de overnemende werkgever is geen logische en billijke onderbouwing te geven. Een werkgever zou deze discussie onderdeel moeten maken van zijn aanname beleid en dit is weer discriminerend. “Werknemer zonder opgebouwde pensioenaanspraken mag wel solliciteren op de functie en een werknemer met pensioenaanspraken niet” staat vast niet fraai in een advertentie.

De constatering dat het recht op waardeoverdracht niet per definitie leidt tot een verbetering van het pensioen van de deelnemer zou, naar mijn mening, moeten leiden tot het afschaffen van het fenomeen. Of minimaal tot het oplossen van de bijbetaling door de beide werkgevers (of de uitvoerders).

Ook naar aanleiding van het advies van de Orde blijft mijn oproep aan mevrouw Klijnsma om artikel 71 uit de Pensioenwet te schrappen en waardeoverdracht enkel te laten plaatsvinden op basis van artikel 75. De bijbetaling is dan meteen opgelost aan de kant van de overdragende werkgever en de overnemende  werkgever kan de overdracht blokkeren op basis van de vereiste bijbetaling.

Reageer