Voorwaarden Overbruggingsuitkering AOW niet verruimd

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat in op  de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR). Met de OBR heeft het kabinet een regeling getroffen voor mensen met een laag inkomen en laag vermogen die bij de verhoging van de AOW leeftijd al deelnamen aan een VUT- of vergelijkbare regeling die eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en die door de verhoging van de AOW leeftijd werden/worden geconfronteerd met een inkomensgat, waarop zij zich niet hebben kunnen voorbereiden.

Eerder is de OBR al op een aantal punten gewijzigd.

  • De doelgroep van de OBR is naar aanleiding van het Sociaal Akkoord verruimd voor alleenstaanden met een inkomen tot 200 procent van het wettelijk minimumloon (WML) en voor mensen die gehuwd zijn of samenwonen met een inkomen tot 300 procent van het WML. Deze verruiming is bij de totstandkoming van de regeling meegenomen.
  • Per 1 januari 2016 is de OBR verlengd van 1 januari 2019 naar 1 januari 2023 en is de OBR, voor wat betreft de versnelling van de verhoging van de AOW leeftijd, ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met Vut- of prepensioen zijn gegaan.
  • Tot slot is de OBR per 1 oktober 2016 aangepast zodat OBR gerechtigden een aanvraag met terugwerkende kracht van maximaal 1 jaar kunnen indien.

Op het gebruik van de OBR kan als volgt worden bevorderd:

  1. Uitbreiding van de doelgroepregelingen die onder de OBR vallen.
  2. Uitbreiden naar Vut/prepensioen of vergelijkbare regelingen die ná 1 juli 2015 tot uitkering komen.
  3. Versoepelen / afschaffen van de inkomens- en vermogenstoets.
  4. Verruiming van de uitkeringsduur.
  5. Versoepelen / afschaffen van het verrekenen van het inkomen met de overbruggingsuitkering.
  6. Verhoging van de overbruggingsuitkering naar AOW niveau.
  7. Loslaten van de einddatum van de OBR.

De aard van de OBR, een minimumvoorziening voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen die als gevolg van de verhoging van de AOW leeftijd worden geconfronteerd met een inkomensgat waarop zij zich niet hebben kunnen voorbereiden, brengt met zich mee dat de regeling voorwaarden bevat die overeenkomen met de voorwaarden voor een bijstandsuitkering. Gelet op de aard en het doel van de regeling ziet de staatssecretaris geen juridische ruimte om de voorwaarden van de OBR te verruimen. Ook is er een juridisch risico om verruimende wijzigingen alleen voor nieuwe gevallen (dus zónder terugwerkende kracht) in te voeren. Er is onvoldoende rechtvaardiging voor een verschil in behandeling tussen degene die voor de invoeringsdatum van eventuele wijzigingen recht heeft/had op een overbruggingsuitkering en degene die pas na die invoeringsdatum van een eventuele wijziging dat recht verkrijgt. Dit impliceert dat wijzigingen niet alleen voor nieuwe gevallen, maar ook met terugwerkende kracht voor oude gevallen zouden moeten gelden. De implementatie van een wijziging van de OBR met terugwerkende kracht is uitvoeringstechnisch bij de verschillende opties zeer gecompliceerd.

 

Reageer