Voorstel bancaire gouden handdruk aangepast

In het belastingplan 2010 is de mogelijkheid van een bancaire gouden handdruk geïntroduceerd. Hiermee kan een ontslagvergoeding ook worden gebruikt om bij een bank of beleggingsinstelling een periodieke uitkering aan te kopen. Deze mogelijkheid bestaat al lange tijd voor periodieke uitkeringen uit een ontslagvergoeding die zijn verzekerd bij een verzekeringsmaatschappij of bij de eigen BV. Voordeel is dat over de ontslagvergoeding niet direct belasting betaald hoeft te worden. Pas als de periodieke uitkeringen worden betaald vindt belastingheffing plaats. Aanvankelijk was in het voorstel voor de bancaire gouden handdruk geregeld dat bij overlijden van de (gewezen) werknemer, de uitkeringen overgaan op de (gewezen) partner en/of kinderen jonger dan 30 jaar en als dit niet mogelijk is aan de andere erfgenamen. Deze systematiek is ruimer dan voor de ‘verzekerde’ gouden handdruk het geval is. Die kent namelijk geen overgang van de uitkeringen op de andere erfgenamen. Vandaar dat nu wordt voorgesteld dat de uitkeringen bij overlijden van de werknemer moeten toekomen aan de in overeenkomst genoemde personen. Als dat niet mogelijk is gaat het recht op de uitkeringen niet over op andere erfgenamen, maar wordt het tegoed van de bij de (overleden) werknemer belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Hiermee is het fiscale evenwicht tussen de verzekerde variant en de bancaire variant hersteld.

Reageer