Verzekeringsplicht en premieplicht voor rijnvarende in Nederland

X heeft in 2006 als kapitein in loondienst werkzaamheden verricht op een binnenvaartschip dat in eigendom is van een in Nederland gevestigd bedrijf. Aan de eigenaar van het schip is een Rijnvaartverklaring afgegeven. X was gedurende 2006 in dienst bij een in Luxemburg gevestigde werkgever. X stelt in deze procedure tevergeefs dat hij in 2006 niet in Nederland maar in Luxemburg verzekerd en premieplichtig is voor de volksverzekeringen.
Vaststaat dat hij in 2006 in Nederland woonde en nog niet de leeftijd van 65 jaar had bereikt. Gelet hierop is X voor het jaar 2006 aan te merken als een Nederlandse ingezetene en is hij op grond van het Nederlandse nationale recht in principe van rechtswege in Nederland verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen. X voldoet in 2006 verder aan de criteria om als rijnvarende in de zin van het Rijnvarendenverdrag te worden aangemerkt, zodat de vaststelling van de wettelijke regeling die op het gebied van de sociale zekerheid op hem moet worden toegepast, geschiedt overeenkomstig het Rijnvarendenverdrag, en niet overeenkomstig Verordening 1408/71. Aan de door Luxemburg afgegeven E101-verklaring komt voor X geen bindende werking toe. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat de E101-verklaring is verstrekt in het kader van het Rijnvarendenverdrag. Hij kan zich ook niet op de E101-verkaring beroepen op grond van vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
X is verplicht verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen, concludeert Hof Arnhem-Leeuwarden. De redelijke termijn voor de totale procedure is overschreden met circa 26 maanden. X komt een vergoeding van immateriële schade toe van € 2.500.

Reageer