Verminderde aftrek voor lijfrenten in box 1 in 2014

Ingevolge de Wet VAP (Stb. 2012, nr. 328) is, in lijn met de aanpassingen voor de opbouw van het tweede pijlerpensioen, per 1 januari 2014 de opbouwruimte in de lijfrentesfeer (jaarruimte) aangepast.

Ten eerste is het maximumpremiepercentage voor lijfrenten verlaagd van 17% naar 15,5%. Uitgaande van de maximale premiegrondslag voor 2014 van € 162.457 bedraagt de maximale jaarruimte voor 2014 dan € 25.181.

Per 1 januari 2014 is ook de zgn. ‘imputatieregeling’ aangepast. Daartoe is de vermenigvuldigingsfactor in de jaarruimteformule in 2014 verlaagd van 7,5 naar 7,2. Deze factor, vermenigvuldigd met de aan het arbeidsjaar 2013 toe te rekenen pensioenaangroei, vormt een correctie (imputatie) op het bedrag van de jaarruimte. Door de verlaging van de vermenigvuldigingsfactor naar 7,2 is de uiteindelijke correctie c.q. vermindering van de jaarruimte van (maximaal) € 25.181 enigszins beperkt.

Voorts geldt het volgende. De aan een kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei bij een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom in de zin van artikel 15, lid 1, UB IB 2001, wordt bepaald volgens de regels van het tweede lid van dat artikel. Vanaf 1 januari 2014 moet de op die wijze bepaalde pensioenaangroei worden gecorrigeerd door die aangroei te vermenigvuldigen met 35/37.

Reageer