Verlaging rekenrente waardeoverdracht in wettelijk standaardtarief

Ieder jaar wordt de rekenrente voor waardeoverdracht opnieuw vast gesteld op basis van de per 1 oktober geldende rente uit de door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar. De rente voor 2016 is vastgesteld op 1,629%. Dit is een daling van meer dan 0,5% ten opzichte van 2015. De laatste jaren is er al vaker een discussie geweest over de zogenaamde ‘bijbetalingsproblematiek’. Met wederom een verlaging van de rekenrente wordt de hoogte van een bijbetaling groter. Slecht nieuws dus voor werkgevers die een collectieve middelloon- of eindloonregeling hebben. 

Werknemers die van baan wisselen hebben een wettelijk recht op waardeoverdracht. De pensioenuitvoerders zijn verplicht om hier aan mee te werken. Sinds 1 januari 2015 is de termijn waarbinnen een werknemer een verzoek moest indienen voor waardeoverdracht vervallen. De werknemers kunnen bij uit dienst gaan kiezen om de opgebouwde pensioenrechten over te dragen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Of een werknemer van dit recht gebruik maakt is mede afhankelijk van wat er met de rechten gebeurt als ze bij de huidige pensioenuitvoerder blijven staan en hoe de nieuwe pensioenregeling eruit ziet.

De werkgever met een uitkeringsovereenkomst (middelloon of eindloon) heeft een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenuitvoerder waarbij vaak wordt gerekend met een rekenrente van 2,5% of 3%. De pensioenuitvoerder heeft een reservering gemaakt voor de pensioenrechten waarbij rekening wordt gehouden met deze rentevoet. Als de werknemer uit dienst gaat en er vervolgens wordt gerekend met de veel lagere 1,629% is er te weinig waarde beschikbaar en moet de oude werkgever het verschil bijbetalen. Hoe meer het wettelijk standaardtarief afwijkt van de rekenrente van een pensioenuitvoerder hoe groter het verschil in waarde is en hoe meer er dus moet worden bijbetaald.

Als de werknemer vervolgens overdraagt naar een nieuwe werkgever die ook een uitvoeringsovereenkomst heeft, wordt de waarde weer omgezet naar een aanspraak op basis van de rekenrente die de werkgever heeft afgesproken met de pensioenuitvoerder. Hierdoor kan bij inkomende waardeoverdrachten door de oude pensioenuitvoerder een hogere overdrachtswaarde worden overgemaakt dan nodig is voor inkoop van dezelfde aanspraken bij de nieuwe pensioenuitvoerder. Er is dus in principe te veel overdrachtswaarde voor de aanspraken, dit wordt ook wel het ‘surplus’ genoemd. Op grond van de Pensioenwet dient de overdrachtswaarde volledig aangewend te worden voor pensioenaanspraken voor de werknemer. Door deze systematiek kan het zijn dat de oude werkgever moet bijbetalen en de voormalige werknemer er op vooruit gaat.

Voor pensioenregelingen op basis van een premieovereenkomst waarbij de premie wordt belegd of wordt gebruikt voor het verzekeren van een kapitaal, dan wel voor een pensioenregeling op basis van een kapitaalsovereenkomst, is geen sprake van bovengenoemde bijbetalingsproblematiek. Bij uitgaande waardeoverdracht is de afkoopwaarde gelijk aan de overdrachtswaarde en bij inkomende waardeoverdracht is de overdrachtswaarde gelijk aan de koopsom bij de nieuwe verzekeraar.

De vaak forse onverwachte kosten die een werkgever krijgt als gevolg van de systematiek bij waardeoverdracht heeft in het verleden al tot veel discussie geleid. Hierdoor is er een tijdelijke maatregel van kracht, waarbij er een uitzondering op de plicht tot waardeoverdracht is. Voorheen was dit alleen van toepassing op kleine werkgevers met een loonsom tot een bedrag van 25 keer de gemiddelde premieplichtige loonsom (in totaal € 785.000). Sinds begin dit jaar geldt de uitzondering voor alle werkgevers. De uitzondering kan op basis van twee voorwaarden; de bijbetaling moet meer zijn dan € 15.000,- en meer dan 10% van de overdrachtswaarde. Als aan alle twee de voorwaarden is voldaan, is er een uitzondering op de plicht tot waardeoverdracht.

Helaas biedt dit (nog) geen oplossing voor de bedragen onder de € 15.000,- en worden de rechten van de werknemer die een waarde wilt overdragen, waarbij een bijbetaling vereist is van meer dan € 15.000,-, verder beperkt

Reageer