Verhoging AOW-leeftijd leidt tot onevenredige zware last

De AOW-gerechtigde leeftijd kan niet in alle gevallen worden verhoogd. Tot dat oordeel komt de rechtbank Noord-Nederland nadat een 56-jarige vrouw bezwaar maakte tegen verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd. De vrouw maakte bezwaar tegen het feit dat zij 24 maanden langer op AOW moet wachten dan waar zij altijd vanuit is gegaan. Zij kreeg gelijk van de rechter. Ophoging van de AOW-leeftijd zou in haar geval een “onevenredig zware last” zijn gebleken. De vrouw, die met financiële en gezondheidsproblemen kampt, zou door haar afstand tot de arbeidsmarkt niet meer in staat zijn het AOW-gat op te vangen. De rechter stelt dat AOW gezien moet worden als een actuele afdwingbare claim op ouderdomspensioen. Door het verhogen van de AOW-leeftijd is daarom sprake van ontneming van eigendomsrecht. De Sociale Verzekeringsbank (SVB), verantwoordelijk voor het uitkeren van de AOW, vond van niet. Het bezwaar van de vrouw werd daarom niet inhoudelijk behandeld. De vrouw stapte daarop naar de rechter. De verschuiving van het aanvangstijdstip van de AOW-opbouw brengt volgens de rechtbank voor de vrouw een individuele, onevenredig zware last mee, ondanks de overbruggingsregeling van circa € 500 à 600 waarop de vrouw aanspraak kon maken. De SVB gaat tegen deze uitspraak in hoger beroep.

Reageer