Veiligstelling van pensioen uitgelegd

In de Pensioenwet is een aantal bepalingen opgenomen waar de werkgever, de uitvoerder van de pensioen en de werknemer zich aan dienen te houden. Dit alles ter bescherming van de positie en het pensioen van de werknemers.

Het basisprincipe van de Pensioenwet is dat pensioen veiliggesteld dient te worden buiten de onderneming.

In beginsel zijn er drie mogelijkheden:
•    De werkgever valt onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds. Dan dient hij zich daarbij aan te sluiten. Een bedrijfstakpensioenfonds voert de pensioenregeling van een (gedeelte van) een bedrijfstak uit. Voorbeelden zijn het pensioenfonds voor de bouw, de metaal en de schilders.
•    De werkgever heeft of begint een ondernemingspensioenfonds. Dat is een pensioenfonds dat de pensioenregeling van een onderneming uitvoert. Voorbeelden van ondernemingspensioenfondsen zijn het pensioenfonds van Philips, KLM en Heineken.
•    De werkgever brengt het pensioen onder bij een verzekeringsmaatschappij.

Bij een pensioentoezegging is sprake van 3 partijen.
De werkgever sluit een pensioenovereenkomst met de werknemer. In de pensioenovereenkomst wordt feitelijk de pensioentoezegging vastgelegd.
De werkgever die een pensioentoezegging heeft gedaan, dient een uitvoeringsovereenkomst te sluiten met een uitvoerder.
De uitvoerder stelt vervolgens een pensioenreglement op en maakt een startbrief voor de werknemers. In deze documenten ligt de pensioentoezegging en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd vast.

Reageer