Uitzendbureau mag niet lage percentage sectorpremie hanteren

Een uitzendbureau,dat Poolse arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld aan agrarische bedrijven. heeft in de aangiften loonheffingen het lage percentage premie Werkloosheidswet behorende bij de sector agrarisch bedrijf (sectorpremie) toegepast. De Belastingdienst past in een naheffingsaanslag de hoge sectorpremie toe en legt ook een vergrijpboete op. Volgens de Rechtbank is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. In de schriftelijke arbeidsovereenkomsten die het uitzendbureau met de arbeidskrachten heeft gesloten is de omvang van de te verrichten arbeid niet eenduidig vastgelegd. Daarmee wordt niet voldaan aan de in  art.2.3 Besluit Wfsv neergelegde voorwaarden om het lagere percentage toe te mogen passen. Ook de vergrijpboete is terecht opgelegd. De Rechtbank Zeeland West-Brabant komt op 23 februari 2017 tot dit oordeel nu uit de overeenkomst volgt dat een nul-urencontract is afgesloten maar daarnaast is opgenomen dat de overeenkomst voor een duur van 12 maanden is aangegaan voor gemiddeld 10 uur per week. In de overeenkomst is dan nog bepaald dat het uitzendbureau gedurende de eerste 78 weken van het dienstverband van een uitzendkracht niet gehouden is tot betaling van salaris gedurende de tijd dat geen geschikt werk voor de arbeidskracht voor handen is. Door opname van de hier genoemde bepalingen voldoen de overeenkomsten niet aan de voorwaarde dat de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig moet zijn vastgelegd. Uit deze bepalingen valt niet op te maken hoeveel uren er gewerkt zal gaan worden en voor hoe lang. De overeenkomsten bieden daarom de mogelijkheid van perioden met en perioden zonder werk. Ook is niet uitgesloten dat in het geheel geen werk wordt aangeboden. Daarom bestaat het risico op cyclische werkloosheid, waarvoor nu juist de hoge sectorpremie is bedoeld.

Reageer