Uitgangspunten DNB governance onderzoeken

De governance van pensioenfondsen is onderdeel van het toezicht door DNB. De toezichthouder heeft meerdere keren onderzoek hiernaar gedaan. DNB heeft recent enkele uitgangspunten geschetst die voor deze onderzoeken worden gebruikt. De uitgangspunten omvatten het volgende.

Gedeeld beeld: dit betreft de vraag of er binnen en tussen de fondsorganen een gedeeld beeld is over de taken, rollen en verantwoordelijkheden. Als er geen gedeeld beeld is, kan dit de besturing van het fonds verminderen.

Taakverdeling: dit betreft de vraag of de verdeling van de taken, rollen en verantwoordelijkheden aansluit bij de bestuurs-, toezicht- en verantwoordingfunctie. Een duidelijk takenpakket voorkomt een slechte controle en evenwicht binnen een fonds.

Overleg- en rapportagestructuren: dit betreft de vraag of er voldoende en passende overlegstructuren en rapportagelijnen zijn om de governancestructuur te laten werken. Als de governance niet effectief is, kan dit afbreuk doen aan de besturing van een fonds.

Evaluatie: het is belangrijk om aan de hand van vóóraf vastgestelde criteria de governance structuur en de effectiviteit te evalueren. Als er bijv. veel complexe onderwerpen op de agenda staan, bestaat het risico dat men meer aandacht heeft voor de inhoud en minder voor het proces. Dit laatste is volgens DNB echter wel belangrijk. Regelmatige evaluaties zorgen ervoor dat blijvend aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de aansturing.

Wijziging van taak/rol: als een bestuurder van taak en rol wijzigt, is het mogelijk dat hij of zij op oude voet blijft handelen. Regelmatige evaluaties kunnen dan worden ingezet om dit risico te beheersen.

Prioritering in toezicht: dit betreft de vraag of de intern toezichthouder stuurt op onderwerpen die er daadwerkelijk toe doen. Overleg en prioritering met de bestuurders- en verantwoordingsfunctie is hiervoor van belang. Dit zorgt ervoor dat aandacht wordt besteed aan onderwerpen die van doorslaggevende betekenis zijn.

Effectieve werkrelatie: dit betreft de vraag hoe het bestuur en het intern toezicht werken aan een effectieve werkrelatie. Kenmerken hiervan zijn bijv. dat onderling getoetst wordt of er nog een gedeeld beeld is over wat het fonds wil bereiken. Andere voorbeelden zijn dat dillema’s worden gedeeld en dat het intern toezicht het bestuur uitdaagt om standpunten meer of anders te onderbouwen. Tegelijkertijd dient het intern toezicht voldoende te kunnen schakelen tussen de controle- en adviesfunctie en dient het de balans hiertussen in de gaten te houden.

Reageer