Terechte heffing van inkomensafhankelijke premie Zvw

X, geboren in 1930, woont in Nederland en  ontving in 2011 een AOW uitkering, uitkeringen van stichting A en B NV en een Italiaans overheidspensioen. In 2011 heeft X inkomsten uit Italië aangegeven. Bij de uitspraak op bezwaar over de aanslag IB/PVV heeft de Belastingdienst in verband met het overheidspensioen een aftrek elders belast toegepast.
De vraag isof aan X terecht een aanslag inkomensafhankelijke premie zorgverzekeringswet (Zvw) is opgelegd en of de aanslag IB/PVV tot het juiste bedrag is vastgesteld.
Rechtbank Gelderland heeft het beroep van X ongegrond verklaard. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het beroep bij de Rechtbank tegen de aanslag IB/PVV te laat is ingediend en dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Rechtbank had het beroep derhalve niet-ontvankelijk moeten verklaren. Op dat punt wordt het hoger beroep van X gegrond verklaard. Het hoger beroep tegen de aanslag Zvw wordt echter ongegrond verklaard. X woont in Nederland. Daarom valt zij in 2011 onder de AWBZ. Op grond van artikel 2 Zvw valt zij dan ook onder de Zvw. Daarom is X de inkomensafhankelijke premie verschuldigd (artikel 3, 41 en 42 Zvw).

Reageer