Risicobereidheid van deelnemers loopt niet synchroon met de generaties.

Een onderzoek van Peter Zegwaart onder deelnemers van een groot aantal pensioenfondsen maakt duidelijk dat veel (de meeste?) deelnemers, ook de jongere, de zekerheid van minder, verkiezen boven de onzekerheid van meer. Bij de meeste besturen overheerst nog de behoefte om de reële ambitie te realiseren, waardoor er grote risicobereidheid bestaat. Dit duidt op een kloof tussen de risicobereidheid van besturen en die van haar deelnemers. Er is een groeiende behoefte bij deelnemers aan een gedifferentieerde risicobereidheid en de mogelijkheid voor deelnemers om daarin een keuze te kunnen maken. Besturen staan voor de taak te  zoeken naar methoden om hun risicobereidheid af te stemmen de verschillende groepen deelnemers. Daarnaast moeten de deelnemers begrijpen en kunnen kiezen kunnen een voor hen relevante groep. Met het generatie vraagstuk in gedachten is het belangrijk dat niet gegeneraliseerd wordt, maar deelnemers individueel opteren voor een karakteristieke groep. Dit onderzoek toont ook aan dat geldende opvattingen bij de besturen over de risicobereidheid van generaties deelnemers niet overeenstemmen met de risicobereidheid van de betreffende generatie. ‘Risicoprofielgroepen’ lopen niet synchroon met de generatiegroepen.

 

Het is zaak dat besturen en intern toezichthouders – in hun nieuwe samenstelling agv de wet vbp – daar extra aandacht aan besteden. Te meer daar DNB met de Generatie-evenwicht-toets gaat kijken of de belangenafweging binnen het bestuur ook recht doet aan het evenwicht tussen generaties. Voorwaar geen eenvoudig governance vraagstuk.

 

Reageer