Revisierenteregeling bij afkoop lijfrente niet in strijd met EVRM

Op 18 januari 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag zich uitgelaten over een zaak waarin bij het opleggen van de aanslag IB/PVV ter zake van de afkoop van een Brede Herwaarderingslijfrente in 2014 revisierente in rekening is gebracht (BK-16/00366). In hoger beroep was in geschil of bij het opleggen van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 terecht revisierente in rekening is gebracht ter zake van een in 1995 gesloten lijfrenteverzekering. Meer specifiek is in geschil:
1. of de regeling inzake het in rekening brengen van revisierente in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het Eerste Protocol);
2. (bij ontkennende beantwoording van deze eerste vraag) of het in rekening brengen van revisierente in strijd is met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel.

Het Hof overweegt dat de revisierente naar de bedoeling van de wetgever een (rente)vergoeding is voor het feit dat de belasting over de premies én het behaalde rendement pas op een (veel) later tijdstip is verschuldigd dan ingeval de lijfrente van begin af aan als een niet gefaciliteerd spaarproduct zou zijn behandeld. Het Hof is voorts van oordeel dat van de wettelijke regeling van de revisierente niet kan worden gezegd dat zij elke redelijke grond ontbeert. Het Hof is bovendien van mening dat belanghebbende niet is getroffen door een individuele en buitensporige last.

Het Hof wijst het beroept op het gelijkheidsbeginsel af en overweegt daartoe dat belanghebbende met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat andere belastingplichtigen die feitelijk en juridisch in dezelfde omstandigheden verkeren als belanghebbende wat betreft het in rekening brengen van revisierente gunstiger zijn behandeld dan belanghebbende en evenmin dat enerzijds belanghebbende en anderzijds belastingplichtigen die in fiscaal opzicht feitelijk en juridisch niet met hem vergelijkbaar zijn, wat betreft het in rekening brengen van revisierente niet naar de mate van hun ongelijkheid ongelijk zijn behandeld.

De uitspraak is op 31 mei 2017 gepubliceerd!

Reageer