Rechtbank Rotterdam buigt zich (opnieuw) over welke waarde gehecht kan worden aan informatie op pensioenoverzicht

De betreffende werknemer is van 1974 – 2009 in dienst geweest bij de werkgever. Werknemer en werkgever hebben een pensioenovereenkomst gesloten. Deze pensioenovereenkomst is ondergebracht bij het ondernemingspensioenfonds van de werkgever. In o.a. de jaren 2009 – 2010 – 2011 ontvangt de werknemer Uniforme Pensioenoverzichten (UPO’s). In deze UPO’s is opgenomen wat de stand van het opgebouwde ouderdomspensioen is per 31 december 2008, 2009 en 2010. Gebleken is dat de op deze UPO’s genoemde bedragen foutief zijn. Na ontdekking van de fout is een nieuw UPO aan de werknemer verstrekt. Op de drie UPO’s was opgenomen dat het pensioenreglement bepalend is. Werknemer is in 2011 met pensioen gegaan en vordert nu dat het pensioenfonds gehouden is om de aan hem via de UPO’s gecommuniceerde pensioenbedragen aan hem uit te betalen met terugwerkende kracht vanaf zijn pensionering. De werknemer doet hierbij een beroep op artikel 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen). Hij mocht vertrouwen op de inhoud van de UPO’s. Subsidiair stelt de werknemer zich op het standpunt dat het pensioenfonds is tekort geschoten in haar (zorg)plicht en om die reden heeft de werknemer schade geleden, die vergoed moet worden door het pensioenfonds. Het pensioenfonds is van mening dat een beroep op het gerechtvaardigd vertrouwen niet kan slagen, nu de UPO’s geen verklaringen zijn. Subsidiair is het pensioenfonds van mening dat de werknemer niet mocht vertrouwen op de informatie in de UPO’s en meer subsidiair stelt het pensioenfonds dat de werknemer geen schade heeft geleden als gevolg van de foutieve UPO’s. De Kantonrechter is het met het pensioenfonds eens dat de UPO’s geen verklaringen zijn. Het pensioenfonds heeft met het toezenden van de UPO’s geen verplichting (lees: rechtsgevolg) in het leven willen roepen, dit mede gezien de opgenomen tekst dat het pensioenreglement bepalend is. Het pensioenfonds heeft alleen willen voldoen aan haar informatieverplichting die voortvloeit uit de Pensioenwet. Het doel van de UPO’s was niet om een pensioentoezegging te doen. Ook is de Kantonrechter van oordeel dat het pensioenfonds niet tekort is geschoten in haar zorgplicht. Met het verstrekken van de UPO’s is uitvoering gegeven aan de informatieverplichting uit hoofde van de Pensioenwet, maar wederom mede gezien de voorbehouden op de UPO’s heeft het pensioenfonds niet de verplichting op zich genomen om in te staan voor de juistheid van de op de UPO’s vermelde gegevens. Tot slot is de Kantonrechter van mening dat eiser niet heeft aangetoond dat hij schade heeft geleden als gevolg van de foutieve UPO’s. Uit dit oordeel van de Kantonrechter zou herleid kunnen worden dat géén beroep gedaan kan worden op foutieve informatie in UPO’s, als op het UPO maar een voorbehoud is opgenomen. Dit lijkt in strijd met andere jurisprudentie.

(Rechtbank Rotterdam, 22 mei 2015, ECLI NL RBROT 2015_3491)

 

Reageer