Rapport DNB: Renteafdekking van Pensioenfondsen

Onlangs publiceerde de DNB haar rapport: Renteafdekking van Pensioenfondsen

Dit rapport begint met een overzicht van de renteafdekking van de Nederlandse pensioenfondsen over de periode 2007-2015. Het is jammer dat daar ook de grote fondsen in zijn opgenomen die  vaak niet een strategische keuze hebben gemaakt omdat het volume wat zij nodig hebben gewoon niet verkrijgbaar is (tegen normale marktcondities).

Daarna wordt een overzicht gegeven van de argumenten die een bestuur kan hebben om zijn renteafdekkingsbeleid  vast te stellen. Dat zijn de normale argumenten (inclusief het hebben van een visie, al weten we dat een argument als de rente op een historisch dieptepunt staat en niet lager kan, gevolgen kan hebben (zie Vestia)). Een argument als de deelnemers hebben de rit naar beneden tot op heden meegemaakt en “inlokken” van het verlies  op (wellicht) het dieptepunt van de markt is dan moeilijk uit te leggen kom ik niet tegen.

Het rapport staat ook nog stil bij de risico’s die ontstaan als je bij de afdekking van het renterisico gebruik maakt van derivaten. Met name het liquiditeitsrisico vraagt hier aandacht. Het collatoral management dient zo vorm  gegeven te worden dat het fonds bij diverse rentescenario’s over voldoende liquiditeit beschikt om haar uitkeringen te kunnen voldoen.

Tot slot geeft het rapport een duidelijk overzicht van de omstandigheden waaronder je de renteafdekking mag verlagen. Deze zet ik hier nog even op een rij:

    • Bij een gezonde financiële positie, dat wil zeggen een beleidsdekkingsgraad die voldoet aan het vereist eigen vermogen (VEV), kan een fonds het renteafdekkingsbeleid aanpassen, mits dit past bij de risicohouding van het fonds en hierbij wordt voldaan aan de prudent person regel.
    • Fondsen in een tekortsituatie mogen weliswaar het risicoprofiel (in termen van het VEV) van het strategisch beleggingsbeleid niet doelbewust vergroten, maar er zijn wel mogelijkheden om binnen het strategische beleggingsbeleid de beleggingsportefeuille aan te passen:
      • Fondsen hebben namelijk de mogelijkheid om binnen het strategisch beleggingsbeleid risico’s uit te ruilen. Zo kan een vergroting van het renterisico worden gecompenseerd door een verlaging van risico elders in de beleggingsportefeuille, bijvoorbeeld door minder in aandelen te beleggen.
      • Daarnaast mogen fondsen een dynamisch strategisch beleggingsbeleid hanteren. Daarin is het toegestaan om binnen het vooraf vastgelegde dynamische beleggingsbeleid het renterisico te vergroten.
    • Ook bij de implementatie van het strategisch beleggingsbeleid in het beleggingsplan zijn er mogelijkheden om de renteafdekking tijdelijk aan te passen:
      • Zo is het toegestaan dat fondsen als gevolg van volatiliteit op financiële markten tijdelijk een hoger risicoprofiel, in termen van het VEV, hebben. Dit geldt ook als gevolg van de feitelijke renteafdekking. Als de renteafdekking door marktontwikkelingen tijdelijk afwijkt waardoor het VEV toeneemt, wordt dit niet aangemerkt als een doelbewuste vergroting van het risicoprofiel. Het fonds moet hiervoor vooraf bandbreedtes vastleggen in het strategisch beleid en het beleggingsplan.
      • Bovendien mogen pensioenfondsen om tactische redenen tijdelijk afwijken van de strategische beleggingsmix. Zo kan een fonds binnen de afgesproken bandbreedte de renteafdekking vergroten/verkleinen als onderdeel van tactisch beleid of als gevolg van het herwegingsbeleid. Ook hierbij geldt dat het fonds vooraf bandbreedtes moet vastleggen in het strategisch beleid en het beleggingsplan.
    • Fondsen die van mening zijn dat zij ondanks hun tekortsituatie vanwege specifieke omstandigheden toch hun risicoprofiel doelbewust zouden moeten kunnen vergroten, door hun renteafdekking aan te passen, kunnen daarvoor bij DNB een ontheffing aanvragen. Daarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden in artikel 141 PW waaronder een onderbouwing van het belang van deelnemers en gepensioneerden. DNB kan vervolgens op basis van maatwerk (en onder voorwaarden) een fonds in tekort een ontheffing verlenen voor de niet-vergrotenrisicoprofiel- eis. Binnen het recente wetstraject “Aanpassing financieel toetsingskader” (2014) is een overgangsmaatregel getroffen: Fondsen die bij de invoering (van het nieuwe ftk) in tekort verkeren (1-1-2015) krijgen eenmalig de mogelijkheid het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid te vergroten, mits ten tijde van de aanpassing wordt voldaan aan het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV-eis).

Een en ander betekent dat een fonds afhankelijk van zijn financiële positie mogelijkheden heeft maar dat hij duidelijk moet aangeven hoe dat past binnen de strategie van het fonds. Dit onderstreept andermaal het belang van de ABTN welke ik al regelmatig het “handboek soldaat” voor een pensioenfonds noem.

Rob van Leeuwen

Reageer