• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Pensioenrechtspraak: 2 uitspraken december 2009 met betrekking tot pensioen en echtscheiding

    952313_gavelBij een scheiding wordt in veel gevallen onvoldoende stilgestaan bij de verdeling van de opgebouwde pensioenaanspraken. Wanneer het pensioen echter wel uitgebreid ter sprake komt bij de scheiding leidt dit regelmatig tot een discussie. Dit is ook niet zo vreemd want:

    1. Bij het aangaan van het huwelijk wordt zelden stilgestaan bij de verdeling van de pensioenaanspraken mocht het huwelijk stranden. Dit terwijl de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (hierna te noemen: WVPS) regelend recht is en de partijen in de huwelijkse voorwaarden zelf afspraken kunnen maken over de verdeling van de aanspraak op het opgebouwde ouderdomspensioen. Er kan bijvoorbeeld voor worden gekozen om de toepassing van de WVPS uit te sluiten. Op het moment dat de scheiding al in zicht is, is het veelal te laat om hier nog goede afspraken over te maken.
    2. De wet- en regelgeving met betrekking tot de verdeling van pensioenaanspraken bij scheiding laat veel zaken “open”. Zo is er geen verplichting voor de ex-echtgenoten, maar ook niet voor de pensioenuitvoerder, om mee te werken aan conversie. Er is echter wel weer een gerechtelijke uitspraak waarbij medewerking aan conversie wel werd verplicht. Een ander voorbeeld is dat de berekeningsmethodiek voor de verdeling van een opgebouwd kapitaal in een beschikbare premieregeling niet is vastgelegd in wet- en regelgeving.

    In de in december gepubliceerde gerechtelijke uitspraken kwam ik twee zaken tegen met betrekking tot de pensioenverdeling bij scheiding. Dit zijn duidelijke voorbeelden om de discussies die kunnen ontstaan over pensioenaanspraken bij echtscheiding toe te lichten.

    Gerechtshof ’s-Gravenhage, 11 november 2009

    Geen pensioenconversie bij gebrek aan overeenstemming daarover

    In deze zaak is de wens van de vrouw dat haar ex-echtgenoot meewerkt aan conversie van de door hem opgebouwde pensioenaanspraken zodat de vrouw een eigen recht op ouderdomspensioen krijgt bij de pensioenuitvoerder. De man wil echter niet meewerken aan conversie. Het hof wijst het verzoek van de vrouw af want uit artikel 5 van de WVPS volgt dat er geen wettelijk recht op conversie is voor de vrouw. Aangezien er geen wettelijke grondslag voor is kan de vrouw het recht op conversie niet bij de man afdwingen.

    Commentaar

    Indien pensioenaanspraken bij een scheiding worden verdeeld, is conversie naar mijn mening de beste oplossing. Dit aangezien bij conversie geen verbintenis meer bestaat tussen de ex-partners en beide een zelfstandig recht bij de pensioenuitvoerder krijgen. Conversie is echter niet de hoofdregel. Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat conversie geen recht is en alle partijen hieraan moeten meewerken.

    Wel wil ik als aanvulling nog wijzen op de uitspraak (21-3-2007, Rechtbank Utrecht) waarbij een vrouw wel werd verplicht mee te werken aan conversie. De motivatie hierbij was dat afwikkeling conform pensioenverevening zonder conversie voor de vrouw gunstig en voor de man zeer nadelig zou zijn door een aanzienlijk leeftijdsverschil (de man was ruim 11 jaar ouder dan de vrouw) en het feit dat de man minder pensioen had opgebouwd dan de vrouw. Tevens hadden de pensioenuitvoerders reeds aangegeven bereid te zijn mee te werken aan conversie.

    Gerechtshof ’s-Gravenhage, 25 november 2009

    Opgebouwde pensioenrechten in eigen beheer en de werking van de WVPS

    Deze zaak betreft een man die vordert dat de WVPS niet van toepassing is op de door hem in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken. Zijn motivering hiervoor was dat de opbouw van de pensioenvoorziening slechts boekhoudkundige handelingen betroffen die alleen een fiscaal voordeel tot doel hadden. De man gaf tevens aan dat het nooit de intentie is geweest om een daadwerkelijke voorziening voor ouderdomspensioen te treffen en dat er geen liquiditeit gecreëerd kan worden om de pensioenrechten te realiseren. Volgens de man komt de continuïteit van de onderneming in gevaar als de pensioenrechten moeten worden gerealiseerd.

    (Uiteraard) is de man niet in het gelijk gesteld door het hof. Uit artikel 1 lid 4 van de WVPS volgt dat de wet eveneens van toepassing is op een pensioenovereenkomst gesloten met een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. Vervolgens zal nog moeten worden beoordeeld of de waarde van pensioenrechten aan het ondernemingsvermogen kunnen worden onttrokken.

    Commentaar

    Het moge duidelijk zijn dat indien door een directeur-grootaandeelhouder (DGA) wordt gekozen om pensioen op te gaan bouwen er ook stil moet worden gestaan bij de gevolgen voor het pensioen bij een verandering van de privésituatie, zoals een scheiding. Of de primaire reden van de DGA voor de pensioenopbouw in eigen beheer alleen fiscaal voordeel is, doet hierbij niet ter zake. De pensioenadviseur of accountant zal de DGA in ieder geval op de consequenties moeten wijzen.

    Bij pensioenopbouw in eigen beheer kom ik met zekere regelmaat zaken tegen waarbij de DGA onplezierig verrast is als hij zijn ondernemingsvermogen (gedeeltelijk) moet vrijmaken om de voorwaardelijke pensioenrechten van zijn ex-partner af te storten bij een verzekeraar. Door vooraf de verdeling van de pensioenaanspraken vast te leggen in de huwelijkse voorwaarden kunnen deze problemen worden voorkomen.

    Of de man op basis van een gebrek aan liquiditeiten in de onderneming kan voorkomen dat de pensioenaanspraken ook daadwerkelijk moeten worden afgestort bij een verzekeraar valt nog te bezien. Er zijn inmiddels meerdere uitspraken bekend waarbij de DGA werd verplicht  de pensioenaanspraken uit de ondernemingssfeer te halen en af te storten bij een verzekeraar.

    Uit bovenstaande uitspraken blijkt maar weer eens dat pensioen en scheiding tot vervelende verrassingen en veel discussie kan leiden. Dit kan worden voorkomen door al bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden afspraken te maken over de pensioenverdeling. Echter, aangezien maar een gering aantal mensen bij de scheiding uitgebreid stilstaat bij de verdeling van de pensioenaanspraken, moeten we er zeker niet vanuit gaan dat dit wel bij het aangaan van het huwelijk wel zal gebeuren…

    3 Reacties op “Pensioenrechtspraak: 2 uitspraken december 2009 met betrekking tot pensioen en echtscheiding”

    1. Mickey, ik ben het helemaal met je eens dat conversie een wettelijk recht zou moeten zijn. Conversie zou de wettelijke standaard moeten zijn en verevening een van de eventuele resterende mogelijkheden. Je kiest er immers niet voor niets voor om uit elkaar te gaan. Verevening doet niet bepaald recht aan die gedachte, eerder afbreuk. Je blijft immers aan elkaar gebonden. Elke maand, totdat je je maker ontmoet, word je er mee geconfronteerd dat je “ex” een stukje van je pensioenuitkering afsnoept.

      Ik wil overigens nog iets toevoegen aan je uiteenzetting. Er is immers nog een aspect (wellicht zelfs de belangrijkste) waardoor (achteraf) discussie ontstaat bij de verdeling van de boedel: de notaris. Hij is degene die het voor partijen juridisch “inregelt” (nou ja, eerder copy-and-paste) dat ook je pensioen bij “scheiding” wordt verdeeld. Daartoe voegt hij (standaard) een bepaling toe in de huwelijkse voorwaarden / samenlevingscontract / etc. waarin staat dat het ouderdoms- én nabestaandenpensioen wordt verevend. Daar gaan bij mij de tenen van krommen. Ten eerste kun je nabestaandenpensioen niet verevenen en ten tweede komt “conversie” of, als alternatief, pensioenverrekening, überhaupt niet bij de notaris op. Overigens ben ik in de veronderstelling dat het opnemen van een alinea over pensioenverevening in een samenlevingscontract een “dode letter” is. Als ik me niet vergis, ziet de Wet Verening Pensioenrechten bij Scheiding bepaald niet op ongehuwd/ongeregistreerd partnerschap. Hoe dan ook, de notaris kan er natuurlijk ook niks aan doen, want de (doorsnee) notaris heeft geen verstand van pensioen. De cliënt denkt echter vaak dat hij dat wel heeft. Dat is logisch, ook gezien de notaris natuurlijk graag heeft dat zijn cliënt dat denkt. Hij is immers de expert (in zijn ogen). Daar kan hij vervolgens ook weer niks aan doen, want dat is zo van oudsher gegroeid. Persoonlijk vind ik dat erg zorgelijk. Het kan (mijns inziens) achteraf dan ook alleen maar tot (nog meer) discussie leiden. Alsof je niet al genoeg discussiepunten hebt als je gaat scheiden. Maar goed, dat is mijn mening.

      • Verplichte conversie heeft m.i. wel als groot nadeel dat een en ander bij het voortijdig overlijden van een van de partners niet meer ongedaan kan worden gemaakt.
        Het geconverteerde pensioendeel komt dan te vervallen en de ex partner is dan geen nabestaande meer.
        In de huidige situatie wordt het pensioen op het moment van uitkering gedeeld. Is de gewezen partner niet meer in leven dan blijft het oorspronkelijke pensioen intact en komt toe aan de deelnemer.
        Ik zou dus conversie altijd afraden; het pensioenfonds is daarbij de grote winnaar.

    2. Beste Mickey, ik ben het helemaal met je eens. Pensioenverevening is een aspect waar de dga en de accountant niet bij nadenken als ze pensioen gaan opbouwen in eigen beheer. Het doet pijn als de dga naar de bank kan gaan voor een financiering om het pensioen af te storten. Om de pijn wat te verzachten haal ik het partnerpensioen bijna altijd uit de pensioenbrief zodat er alleen een ouderdoms- en partnerpensioen vanaf de pensioendatum wordt opgebouwd. Daarnaast is het zaak dat in de stukken van de BV naast de fiscale voorziening de commerciele voorziening wordt vermeld. Hierdoor ziet de dga in elke geval dat er meer vermogen nodig is dan wat op de balans staat. Door diverse partijen wordt eigen beheer gepromoot maar het is sterk afhankelijk van de wensen van de dga en de vermogenspositie.

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form