Pensioengaranties worden steeds zachter. Wat is er aan de hand?

Niets is zeker in het leven. Lang gingen we ervan uit dat het pensioen in ieder geval zeker zou zijn.
Voor velen was het dan ook een schok dat de Aow-gerechtigde leeftijd is opgeschoven tot na 65 jaar en dat indexaties die waren beloofd niet warden nagekomen.
Er zijn ook echte kortingen op de pensioenen gegeven.
Wettelijk is bepaald dat het pensioen dat is verzekerd bij een pensioenfonds niet volledig uitgekeerd mag worden als er te weinig geld in de pensioenpot zit.

90% van alle Nederlanders heeft een middelloonpensioenregeling.
Als het pensioen is ondergebracht bij een verplicht gesteld Bpf bepalen vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers de inhoud van de pensioenregeling en de premie. Beide vertegenwoordigers scoren bij hun achterban met een lage premie, met als gevolg dat de pensioenfondsen onvoldoende middelen hebben om aan de door hen aangegane verplichtingen te kunnen voldoen.

Pensioenregelingen die niet zijn verzekerd via een verplicht gesteld Bpf zijn meestal ondergebracht bij een verzekeraar of een Premie Pensioen Instelling (PPI).  Op de inhoud van dit soort regelingen heeft de OR daadwerkelijke invloed.
Bij beschikbare premieregelingen is het duidelijk dat het uiteindelijke pensioen afhankelijk is van het behaalde rendement.

Het middelloon- en eindloonpensioenen dat is ondergebracht bij een verzekeraar wordt echt gegarandeerd. De verzekeraar mag niet minder pensioen uitkeren dan wat is afgesproken. Maar hoe zit het met de indexaties?
Bij een middelloonregeling “hoort” immers eigenlijk ook een goede indexatie van de opgebouwde pensioenen.  Als het pensioen jaarlijks minder waard wordt vanwege inflatie hou je niet echt veel over aan het einde van de rit.
De indexaties zijn bij veel bedrijven al zo goed als vervallen omdat deze gekoppeld zijn aan de winstdeling die de verzekeraar geeft. De winstdeling is meestal gekoppeld aan de rentestand. Nu de rente laag is, wordt door veel verzekeraars helemaal geen winstdeling gegeven.

Als deze situatie bij de onderneming waarvoor u in de OR zit ook aan de orde is, zou het eens goed zijn om in de tijdmachine van Back to the future te stappen en terug te gaan in de tijd en te kijken welke bedoelingen de werkgever had toen de huidige pensioentoezegging tot stand kwam. In hoeverre was de werkgever van plan om de pensioenen aan te passen aan de jaarlijkse uitholling door inflatie? Op welke wijze is de toenmalige pensioenregeling gepresenteerd aan de werknemers? Wat is er geschreven over de indexaties?

Vanaf 1 januari 2016 kunnen pensioenfondsen gaan samenwerken in een Algemeen Pensioenfonds (APF). Ook werkgevers die nu hun pensioen bij een verzekeraar hebben ondergebracht kunnen toetreden tot een APF. Wij verwachten dat er een aantal werkgevers zullen gaan voorstellen om de pensioengarantie om te zetten in de zachte garantie die het APF biedt. Dit kan de werkgever immers premievoordeel opleveren. De vraag is of werknemers zitten te wachten op een minder gegarandeerd pensioen of dat zij juist een gegarandeerd pensioen met een nette indexatie willen?

 

 

5 reacties op “Pensioengaranties worden steeds zachter. Wat is er aan de hand?”

  1. Martin K.

    De dekkingsgraad van de meeste Nederlandse pensioenfondsen is ruim 100%. De fondsen kunnen dus aan hun verplichtingen voldoen, ofschoon er geen indexering in zit de komende jaren. Veel Buitenlandse pensioenfondsen (o.a. USA) kampen met lage dekkingsgraden (~60%), maar betalen gewoon de uitkeringen, zonder kortingen uit! Het is zeer aannemelijk dat een zelfde ontwikkeling in Nederland zal volgen, ofwel de pensioenfondsen zullen niet zomaar de uitkeringen gaan korten, dat is onacceptabel. Men zal dus een list moeten bedenken…..zoiets als een individueel potje. In de toekomst zal dus niet het salaris bepalend zijn, maar het bedrag wat in de jaren is opgebouwd, wat bij pensioenverzekeraars al normaal is. Dit bedrag wordt nog steeds verplicht omgezet in een levenslange pensioenuitkering, maar ook dat zal veranderen. In Engeland kan men het bedrag in een keer laten uitbetalen. Nederland zal een middenweg bewandelen, door het bedrag niet meer levenslang, maar over minimaal 10 jaar uit te smeren (67 tot 77 jaar). Op deze manier heeft men in ieder geval nog 10 mooie pensioen jaren (voldoen aan zeg 70% laatst verdiende loon ipv een schijntje, wat voor levenslang “tot 100 jaar” zal gelden) en daarna is er altijd nog AOW. De grootste aanpassing zit dus in levenslang, dat moet worden losgelaten, daar is een volksverzekering voor, die collectief wordt opgebracht, de AOW!

    Beantwoorden
  2. Gerard van der Toolen

    Beste Martin,
    Hieronder ga ik in op jouw reactie:
    * vanwege de opgelegde rekenregels voor pensioenfondsen is er volgens de huidige regels onvoldoende kapitaal aanwezig om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Volgens mij laten we ons in de regelgeving teveel leiden door de stand van de reserve op 31/12 van ieder jaar. De nominale pensioenen moeten zo goed als mogelijk veilig gesteld worden. Maar pensioenfondsen hoeven de vandaag binnenkomende € immers pas over tientallen jaren uit te keren. Hierbij kan een actieve belegging passen. Immers beleggingsopbrengsten maken een groot deel uit van het pensioenvermogen. Als het pensioenfonds, volgens de huidige normen, onvoldoende geld in kas heeft (zoals jouw voorbeeld in de USA 60%) kun je uiteraard wel uitkeren. De kans dat de jongeren dan veel minder gaan ontvangen dan wat is afgesproken (zij betalen nu al veel meer dan wat voor hun pensioen nodig is) , terwijl zij wel hebben bijgedragen, is dan wel erg groot geworden. Dit zal volgens mij dus niet gebeuren en zou ik ook niet terecht vinden.
    * Overigens vind ik korten op de afgesproken pensioenen (met indexaties) ook niet terecht, maar dit is een gevolg van de zachte garanties die zijn gegeven en de huidige wetgeving en het feit dat er in het verleden onvoldoende premies zijn betaald om aan de afspraken te kunnen voldoen.
    * Bij verzekeraars heb je twee keuzes: of 100% garantie van het pensioen, of 0% garantie van het pensioen.
    * Naar verwachting zal er juli 2017 nieuwe Wetgeving komen, waardoor werknemers die hun pensioen aan moeten kopen langer kunnen doorbeleggen met hun pensioengeld, waardoor er in ieder geval een kans op een hogere (of lagere) uitkering komt. Tot voor kort was deze kans er niet en moest je je voor de rest van je leven vastleggen op de huidige lage rentestand. Sinds dit jaar heb je de mogelijkheid om de keuze tussen gegarandeerd pensioen op basis van de huidige lage rentestand of nieuwe wetgeving zoals hiervoor aangegeven afwachten.
    * Onze overheid blikt nog lang niet zover te zijn dat zij het levenslange pensioen inruilen voor een tijdelijk pensioen (of zelfs aanwending van jouw pensioenkapitaal voor bijvoorbeeld de aflossing van jouw hypotheek). Er is (terecht of onterecht) angst dat pensionado’s hun pensioen snel opmaken en hierna een beroep op de overheid doen.

    Beantwoorden
  3. Martin K.

    Het huidige collectieve pensioenstelsel is niet te handhaven, mensen worden ouder en gaan daardoor de pensioenpotten meer belasten. De rendementen van de pensioenfondsen zullen blijven dalen. Tja, niemand durft te zeggen, dat de oorzaak hiervan vooral in het feit zit dat vrouwen massaal de arbeidsmarkt hebben bestormd. Het zal U geen geheim zijn dat vrouwen het mannelijke geslacht gemiddeld met 5 jaar overleven……tja, daar hebben de pensioenfondsen geen antwoord op, de lasten hiervan collectief door het mannelijk geslacht laten betalen is zeer krom en oneerlijk. In de media wordt vaak voorgesteld dat er grote ongelijkheid tussen ouderen en jongeren in het pensioenstelsel zit, maar dat is onzin, de tegenstelling tussen mannen en vrouwen is veel groter, waarbij het mannelijke geslacht enorm benadeeld wordt. Niemand durft deze waarheid aan te kaarten, omdat men bang is te worden verketterd (de waarheid doet soms pijn!).

    De dekkingsgraad (>100%) zal in de toekomst steeds meer onhoudbaar blijken, neem daarbij de enorme ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en de keuze om een eerlijke hervorming door te voeren is simpel. Dus een individuele kapitaalpot, en het recht om zelf te kiezen in hoeveel jaar die pot is op te eten.

    Het is aan de politiek om eerlijke en oprechte keuzes te maken of voor grote ongelijkheid te kiezen. Steeds meer partijen steunen individuele pensioenaanspraken (persoonlijke kapitaal opbouw), waarbij het collectief naar de achtergrond schuift.

    Beantwoorden
    • Gerard van der Toolen

      Beste Martin,
      Dank voor de reactie.
      Je schrijft dat de rendementen van pensioenfondsen blijven dalen. Dit is sterk afhankelijk van de wijze waarop de pensioenfondsen beleggen, hoe het met de economie en hiermee de beleggingsopbrengsten gaat. Dit heeft niets te maken met het feit dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen.
      Met het geconstateerde feit dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen houden pensioenfondsen uiteraard weldegelijk rekening.
      De conclusie dat de dekkingsgraad in de toekomst onder de 100% zal blijven deel ik niet.
      Enerzijds zijn de beleggingsopbrengsten over het vermogen voldoende echter omdat pensioenfondsen ook rekening moeten houden met een zeer lage rente die van belang is voor de bepaling van de hoogte van de dekkingsgraad zijn de dekkingsgraden momenteel zeer laag.
      Als de rente weer wat gaat stijgen kunnen de dekkingsgraden zeer snel toenemen.
      Ik ben van mening dat er in het verleden onvoldoende premie is betaald voor de pensioentoezegging. Toen waren de dekkingsgraden ook erg hoog. Er is toen onvoldoende naar de lange termijn gekeken.

  4. Martin K.

    Beste Gerard,

    Ons pensioenstelsel is aan een drastische herziening toe, demografische oorzaken, maar ook economische oorzaken zijn hiervoor de reden. Het is wel erg gemakkelijk om nu de conclusie te trekken dat er te weinig premie is afgedragen.

    Misschien zijn er fouten gemaakt met het demografische rekenmodel, verhouding mannen en vrouwen (die worden nu eenmaal ouder, dat betekend hogere kosten), maar ook de levensverwachtingen fout zijn ingecalculeerd. De pensioenfondsen gingen uit van foutieve sterftecijfers, ofschoon ik de “huidige CBS cijfers” sterk in twijfel trek. Het CBS verwacht een toenamen van 1950 (70,3) tot 2009 (78,5) voor mannen en 1950 (72,6) tot 2009 (82,6) voor vrouwen. Met andere woorden de huidige generatie kleuters wordt 8 (mannen) en 10 (vrouwen) jaar ouder, als de huidige generatie 65+. Dat is nog maar de vraag, goed de medische kennis neemt toe, maar het genetisch materiaal blijft ongewijzigd, nieuwe ziektes blijven de mensheid plagen. OK, dan wordt men 5 jaar ouder of zoiets?

    Er zit nog een addertje onder het gras, dat oudere in het huidige pensioenstelsel veel duurder zijn dan jongeren, hier zal verandering in moeten komen, omdat de werkloosheid onder ouderen (zeg 50 plus) enorm is toegenomen. Deze 50 plus groep zal zeer moeilijk werk kunnen krijgen, niet vanwege het salaris, maar omdat de kosten daarboven “de pensioenpremie, werkgever” veel te hoog is. Dit probleem is bij de politieke partijen een doorn in het oog, deze groep werklozen zal hierin verandering afdwingen met gevolg dat individueel grote geschillen in pensioen ontstaan, wat niet kan in ons huidige stelsel.

    De rendementen die de meeste pensioenfondsen behalen, verdienen zeker een compliment, wat aangeeft dat het bestuur en de werknemers van die fondsen zeer professioneel is, maar de bomen groeien niet tot de hemelpoort. Het politieke klimaat (wereldwijd) zal nog lang de rente erg laag houden, met andere woorden, de goude jaren komen niet meer terug, dat op zeer solide staatsobligaties 8% rente werd betaald (in harde Nederlandse guldens). De pensioenfondsen worden dus gedwongen om te gaan speculeren. Daarmee neemt men dus bewust risico’s, om rendement te behalen.

    De term dekkingsgraad is beladen en zal van het toneel gaan verdwijnen. Ik verwacht niet, dat gezien demografische en economische omstandigheden, hogere dekkingsgraden zijn te behalen, dus weg ermee, om angst en paniek te voorkomen. In de politiek is dit punt natuurlijk allang een gespreksonderwerp, van daar dat de voorkeur is uitgesproken over een persoonlijke pensioenpot (dus een individueel kapitaal), hierbij is de term dekkingsgraad niet meer te gebruiken……hehe, dat geeft opluchting, bij veel fondsmanagers en politici.

    De AOW zal wel blijven bestaan, ofschoon misschien anders als nu. Zie de AOW meer als collectief sociaal minimum, waarmee dus een grote groep mensen is gedekt tegen de armoede val. Denk aan ZZP’ers, welke geen pensioen hebben opgebouwd. Denk aan minder bedeelden en langdurig zieken, met veel te lage pensioenvoorzieningen, denk aan gelukzoekers, die nooit iets hebben kunnen opbouwen etc. De AOW zal voor mensen met een goed pensioen langzaam verdwijnen, door bijvoorbeeld de AOW te fiscaliseren (belastingplan Rutte 2).

    Er zal dus in de toekomst veel veranderen, waarbij de uitkomst helaas een minder positief verhaal is, de steeds groter wordende groep ouderen, zal vooral zelf de broek moeten ophouden.

    Beantwoorden

Reageer