• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Pensioen kan eenvoudig én betaalbaar

    Stelt u zich de volgende situatie voor. Sinds enige tijd heeft u een onderneming. De zaken gaan voorspoedig en ondertussen heeft u enkele medewerkers in dienst. Omdat uw bedrijfsactiviteit niet onder de verplichtstelling van een pensioenfonds valt, is het er nog niet van gekomen om op pensioengebied iets voor uw medewerkers te regelen. U wilt wel wat doen maar het moet niet te ingewikkeld worden. En zeker niet te duur. Bovendien willen de medewerkers de vrijheid houden om zelf te bepalen hoeveel ze sparen voor hun pensioen. Als goed werkgever vindt u het wel belangrijk dat uw personeel goed verzekerd is tegen de financiële risico’s van arbeidsongeschiktheid. Dat is ook in uw eigen belang want een langdurig arbeidsongeschikte medewerker kan de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen. Ook wilt een geen “huilende weduwe” aan de poort, mocht één van uw medewerkers onverhoopt komen te overlijden.

    Hoe pakt u dat aan? De meest voor de hand liggende oplossing is om via een tussenpersoon een collectieve pensioenregeling af te sluiten bij een verzekeringsmaatschappij. Dan zit u echter vast aan een minimale premie-inleg voor elke medewerker. Bovendien is het uitvoeren van kleine collectieve regelingen voor verzekeraars een relatief dure aangelegenheid. De vaste kosten moeten immers omgeslagen worden over een kleine groep. De administratie -en en beleggingskosten per medewerker zijn daardoor hoog. En de tussenpersoon wil er ook wat aan over verdienen. Dat alles maakt dat een fors percentage van premie-inleg niet ten goede komt aan het pensioen maar “aan de strijkstok” blijft hangen.

    Is er een alternatief? Jazeker! U kunt uw werknemers extra salaris bieden dat ze vervolgens zelf op een bankspaarregeling met pensioenbestemming kunnen zetten. Elke euro inleg gaat dan rechtstreeks de spaarpot in. Net als bij pensioen levert dat – tot een bepaalde grens – een fiscaal voordeel op. Dat komt doordat de medewerkers de inleg kunnen aftrekken voor de inkomstenbelasting. Bovendien betalen ze over het opgebouwde saldo geen vermogensbelasting. En de verzekeraar dan? Die zet u alleen nog in voor datgene waar deze instelling écht goed in is: verzekeren. Door middel van een passend contract dekt u de financiële risico’s van arbeidsongeschiktheid en eventueel overlijden vóór de pensioendatum af. Door dit gedeelte wél collectief te regelen houdt u ook hier de kosten laag.

    10 Reacties op “Pensioen kan eenvoudig én betaalbaar”

    1. Dag Pieter,

      Ik ben het er helemaal mee eens.

      Zeker als alternatief voor de ‘individuele’ beschikbare premie-regelingen met hoge kosten is dit een heel goed betaalbaar alternatief met goede (betere) rendementen.

      Ewout HvK

      Dorth

    2. Dank voor je reactie. Het zijn niet alleen de rendementen die beter (kunnen) zijn, maar ook de transparantie. Dat komt doordat je het spaar- en risicogedeelte strikt gescheiden houdt.

      Pieter Marres

      oxylo actuarieel advies

    3. Het klinkt te mooi om waar te zijn. Ik heb dit voorgesteld aan mijn werkgever, maar gezien het feit dat ik werknemer ben ben ik niet gerechtigd om mijn pensioen volledig op te bouwen via banksparen.
      Voor bijsparen is dit wel mogelijk. Dit speelde in 2008, ik weet dan ook niet of de wetgeving al is aangepast en gewone werknemers de mogelijkheid biedt om hun pensioen op deze eenvoudiger manier op te lossen.
      Daarnaast geldt overigens wel dat ook banken op een ondoorzichtige manier hun interest percentage vaststellen, ook daar is geen duidelijk zicht op de kosten structuur, alleen het interest percentage wordt gecommuniceerd.
      Als laatste moet gezegd worden dat bij overlijden voor de pensioendatum, de bank een bedrag uitkeert. Bij een verzekeraar kan ervoor gekozen worden dit NIET te doen. Feitelijk loop je dan als klant het risico om dood te gaan voor de pensioendatum.Voor dit risico betalen verzekeraars normaliter extra premie die bij overleven tot aan de pensioendatum, een hogere opbrengst oplevert.

    4. Jan, bedankt voor jouw reactie. Het rentepercentage dat banken in inderdaad niet altijd doorzichting. Maar je kunt het tenminste vergelijken met rentepercentages van andere partijen. Bovendien weet je dat je daarmee alle kosten hebt gehad. Tenminste, indien je het “juiste” bankspaarproduct uitzoekt.

    5. Dag Pieter,

      Lof voor dit idee; iedere vorm van extra transparantie is toe te juichen. Toch drie puntjes van aandacht.

      Deze bankspaaroplossing zal – vooralsnog – uitgaan van het lijfrenteregime. Dat betekent dat de premie (ongeveer) gemaximeerd zal zijn op 17% van de grondslag. Voor een groep “oudere” werknemers (> 45 jaar) zal dit al snel tot een magere pensioenopbouw leiden. Vergelijk de MinFin-staffels die voor deze groep al snel fors stijgen boven de 17%. Alleen wanneer er de gehele werkzame periode steeds 17% ingelegd wordt (en er dus een soort van voorfinanciering plaatsvindt) zal het pensioenresultaat adequaat zijn. Of nog eens extra aanvullen met een levenslooppotje ?

      Een ander punt van aandacht is het rendement. Op bankrekeningen is dat op dit moment natuurlijk erg laag. Je zult dus haast wel richting beleggen moeten wil je de inflatie bijblijven en toch een redelijk potje opbouwen. Om dan maar te zwijgen van een indexatiemogelijkheid van de uitkering.

      Ten derde ben ik in de praktische uitwerking bang dat de spaardiscipline bij deze oplossing uitgaat van eigen verantwoordelijkheid van de werknemer. We weten hoe het met de pensioenbewustheid in Nederland is. Ik vraag me werkelijk af of deze discipline er voldoende zal zijn wanneer er een hoger bruto salaris binnenkomt zonder een verplichting tot pensioensparen.

      Al met al pleit ik om je voorstel eenvoudiger in te voeren voor een bankspaaroplossing onder het fiscale pensioenregime.

      Hartelijke groet,
      Martijn.

    6. Hallo Martijn,

      Dank voor je reactie. Hieronder ga ik graag in op de drie punten die je aanhaalt.

      Ten eerste, de fiscale ruimte. Zoals je terecht opmerkt bedraagt deze bij de voorgestelde oplossing “slechts” 17% van het salarisdeel boven de eur 12.673 euro (2010). Prettige bijkomstigheid is wel dat er onder het lijfrenteregime gebruik kan worden gemaakt van de inhaalruimte. Hierdoor kunnen jongeren er bijvoorbeeld voor kiezen om een aantal jaren de 17% niet volledig te benutten en dat in de jaren daarna weer in te halen. Voor ouderen zou levensloop inderdaad nog een extra fiscale mogelijkheid kunnen bieden.

      Ten tweede, het rendement. Partijen zoals bijvoorbeeld Rabobank en Friesland bank bieden momenteel de mogelijkheid om het geld voor langere tijd (25 tot 30 jaar) vast te zetten tegen een gegarandeerd rendement van bijna 5%. Zeker als je gelooft dat de rente structureel laag blijft is dat geen verkeerd rendement.

      Ten derde, de spaardiscipline. Uitgangspunt bij dit soort oplossingen is altijd de aard van de onderneming en de werknemers die er werken. Deze oplossing is in mijn beleving met name geschikt voor bedrijven waarin het financieel bewuststzijn “zeer hoog” is. Tevens is van belang dat het management van de onderneming de verantwoordelijkheid neemt om de werknemers er periodiek (bijvoorbeeld 2x per jaar) op te wijzen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun pensioenopbouw. Ook bij het aannemen van nieuwe medewerkers verdient de pensioenregeling een vaste plaats in het introducitieprogramma.

      Tenslotte, ben ik benieuwd naar jouw toelichting op het advies dat je in jouw laatste alinea beschrijft.

      Met vriendelijke groet,

      Pieter Marres

      • Dag Pieter,

        Dank voor je reactie. Ik weet niet op we op deze plaats een vakinhoudelijke discussie moeten opzetten; anders pakken we een keer de telefoon ! Toch een korte reactie:

        De fiscale ruimte. Klopt, tuurlijk is er de inhaalruimte. Deze is echter wel gemaximeerd in euro’s en in tijd. Dat is toch zeker minder gunstig dan inhaalruimte onder het pensioenregime. Misschien moeten we het eens uitwerken met wat rekenvoorbeelden om de verschillen goed te doorgronden.

        Het rendement. Met 5% rendement en een inflatie van 2,5% blijft er ‘slechts’ 2,5% rendement over voor groei. Dat is niet al te flitsend, zeker niet wanneer je het pensioen straks nog een beetje waardevast wilt houden. Maar goed; het is beter dan veel beleggingen de laatste paar jaren hebben gerealiseerd.

        Je randvoorwaarden en oplossing voor de spaardiscilpline is noodzakelijk ! Ik ben het van harte met je eens.

        Tenslotte is mijn laatste alinea misschien niet helemaal handig geformuleerd. Wat ik bedoel is dat de bankspaarvariant of het beleggingsrechtvariant ook onder het fiscale pensioenregime moet worden gebracht, en niet beperkt moeten blijven tot lijfrente en eigen woning. Daar zullen ongetwijfeld nog veel haken en ogen aanzitten, maar dat is alleen maar een uitdaging !

        Hartelijke groet,
        Martijn.

    7. @ Pieter,
      Pieter, leuk stuk en gaat zeker op voor veel pensioenregelingen met torenhoge administratiekosten en provisie voor assurantietussenpersonen. Je houdt er echter geen rekening mee dat je al jaren een echte pensioenregeling kunt regelen als werkgever, alles binnen een goed kader,met een netto tarief. De gehele pensioenpremie wordt gebruikt voor het pensioen van de werknemer.De administratiekosten (2,5%) benodigd om de pensioenregeing te administreren door de verzekeraar, zijn relatief laag en komen niet ten laste van het pensioen! Geen problemen (ingeval van banksparen) met een lastige lijfrenteberekening, goed rendement, transparant, geen medische acceptatiebeperkingen, inkoop extra dienstjaren (voor nabestaandenpensioen) bij waardeoverdracht, staffel volgende premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekeren, geen successie nabestaandenpensioen, levenslange uitkering (ipv 20 jaar), etc etc). Veel minder gedoen derhalve voor de werknemer, een transparant verhaal en een echte arbeidsvoorwaarde. Als de werkgever een lage premievrije staffel toezegt en laat werknemers (indien gewenst) zelf bijstorten kan de werknemer zelf bepalen wanneer dit uit komt en hoeveel (binnen wettelijke kader). De werknemer kan dan zelf besluiten of deze eerder of later wil stoppen met werken. Dan is er ook nog wat visie!

    8. Gerard,

      Bedankt voor jouw reactie. Het is mij bekend dat er in de markt ook pensioenregelingen zijn te verkrijgen met een redelijk kostentarief. Dit soort regelingen zijn – en blijven – zeker een mogelijkheid en vormen in veel praktijksituaties zelfs de meest voor de hand liggende optie.

      Dit neemt niet weg dat er ook bedrijven zijn voor wie een bankspaaroplossing een interessant alternatief is. Ik heb het dan over bedrijven met veelal jonge, hoog opgeleide werknemers die graag “zelf hun boontjes doppen” en niet verplicht willen worden tot een bijdrage aan een pensioenregeling. Ik ben dan wel van mening dat het bij goed werkgeveschap hoort dat je de risico’s (vooroverlijden en AO) goed regelt bij een verzekeraar, maar dat kan prima via een collectief contract.

      De nadelen die je noemt vallen voor deze doelgroep m.i. ook best mee.
      Laten we jouw argumenten eens langslopen:

      1) “lastige lijfrenteberekening”: wat is er ingewikkeld aan een fiscale ruimte van 17% van de PG? En ja, inderdaad, de werknemer moet de fiscale aftrek wel zelf terugvragen via zijn belastingformulier. Maar dat hoeft me voor de eerder genoemde doelgroep geen bezwaar te zijn.

      2) “rendement”: bankspaarrekeningen waar je het geld op vast zet geven momenteel tot 4% rendement. Het hangt af van je rentevisie of dat echt zo slecht is.

      3) “transparant”: de bankspaaroplossing is zeer transparant omdat spaar -en risicogedeelte volledig van elkaar gescheiden zijn. De vermenging van deze twee componenten is juist een van de oorzaken geweest van het ontstaan van de woekerpensioenen.

      4) “medische acceptatiebeperkingen”: deze kun je omzeilen door de risico’s te verzekeren d.m.v een collectief contract.

      5) “inkoop extra dienstjaren (voor nabestaandenpensioen) bij waardeoverdracht”: je kunt gewoon extra OVL-kapitaal bijverzekeren. Eventueel zelfs op individuele basis, er tarieven tegenwoordig zeer concurrerende tarieven in de markt.

      6) “staffel volgende premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekeren”: hier heb je wel een punt. Het is deels (maar zeker niet volledig) te ondervangen door de WGA/WIA uitkering te verzekeren op een hoger pecentage, bijv. 80% of 90% ipv de gebruikelijke 70%. En dan ook nog met de best mogelijke indexatie. Ook weer collectief regelen natuurlijk. Goedkoop en geen gedoe met keuringen.

      7) “geen successie nabestaandenpensioen”: ook hier heb je een punt.

      8) “levenslange uitkering (ipv 20 jaar)” : kan bij banksparen ook door op pensioendatum een lijfrente aan te kopen bij een verzekeraar.

      9) “eerder met pensioen gaan”: is ook bij banksparen geen probleem.

      10) “visie”: waarom per definitie pensioen wel visie heeft en banksparen niet, volg ik niet.

      Samenvattend:
      a) individueel banksparen i.c.m. collectieve risicoverzekering blijft een interessant alternatief mits deze oplossing wordt ingezet voor de juiste doelgroep (zie hierboven);
      b) het meerdendeel van de door jou genoemde bezwaren kan worden ondervangen, o.a. door de individuele bankspaarrekeningen aan te vullen door een collectief risicocontract;
      c) PVI-dekking en successiebelasting zijn wel punten van aandacht.

    9. Ha Pieter,

      Dank voor de reactie.
      Ik blijf erbij dat je allerlei dekkingen separaat kunt regelen, maar dan wordt het toch een lappendeken, die behoorlijk wat tijd (of duur advies) kost. Voor werknemers met een relatief laag salaris zullen de advieskosten of “het “gedoe” om alles te regelen resulteren in het niet dekken van risico’s met alle gevolgen van dien. Voor parttimers kun je het slecht regelen met lijfrente ten opzichte van pensioen. Voor oudere werknemers is de 17% veel te weinig. Ik ben het zeer met jou eens dat de verplichte werknemersbijdrage laag gesteld kan worden en werknemers zelf de mogelijkheid wordt geboden om (volledige investering van hun inleg in het besproken netto tarief) als zij dit willen, extra te storten om zodoende extra pensioen op te bouwen. Meer verantwoordelijkheid dus. Als zij meer storten kunnen zij eerder met pensioen. Verplichte hoge eigen bijdrages (vaak bedoeld om overgangsbepalingen uit het verleden op te lossen of extra in te leggen voor “ouderen” voor wie onvoldoende wordt gespaard, vind ik minder fraai. Pensioen wordt toch als lastig ervaren en alles zelf doen is vragen om of hoge advieskosten, waardoor minder gebruik zal worden gemaakt van een goed pakket (nabestaandenpensioenen, arbeidsongeschiktheidsdekkingen, hoeveel moet je inleggen voor een redelijk pensioen etc). Repareren van verlies nabestaandenpensioen bij overlijden voor de pensioendatum, het niet volgen van de leeftijdsafhankelijke premiestaffel ingeval van arbeidsongeschiktheid en dan maar wat meer sluiten: ik vind het maar gedoe en wat is het voordeel ten opzichte van een netto product? Werknemers meer bruto betalen (extra sociale lasten)en werknemers opzadelen met veel extra werk, als zij het ten minste goed willen doen? Beter defined ambition: de werkgever maakt een raamwerk en mikt bij voorzichtige veronderstellingen op een redelijk pensioen en werknemers, indien gewenst, de mogelijkheid geven extra te storten.
      Als je dit pakket aanbiedt, scheelt dit enorm veel tijd (werknemer of adviseur) en dus kosten en dus uiteindelijk de inleg. En dit in een beter en volledig pakket.
      vriendelijke groet,
      Gerard van der Toolen

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form