• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Eerder op Nationaal Pensioenweblog...

    Is waardeoverdracht verstandig?

    maandag 27 oktober, 2008 door Jan van Harten

    Als je van baan verandert, heb je het recht om je pensioen over te dragen. In een eerder artikel ben ik ingegaan op de stappen die worden doorlopen bij een waardeoverdracht. De vraag of het verstandig is om over te dragen komt aan de orde in dit artikel. Aan de hand van een paar vragen kun je vaststellen of overdracht verstandig is of niet.

    1. De oude pensioenregeling is een:
      a. een eindloon- of middelloonregeling (ga verder met vraag 2) 5
      b. een beschikbare premieregeling (ga verder met vraag 3) 0
    2. Is het pensioen in de oude regeling geïndexeerd?
      a. ja (ga verder met vraag 3) 5
      b. nee (ga verder met vraag 3) 0
    3. De nieuwe pensioenregeling is een:
      a. een eindloon- of middelloonregeling (ga verder met vraag 4) 5
      b. een beschikbare premie regeling (u bent klaar) 0
    4. Is de nieuwe pensioenregeling:
      a. een eindloonregeling (ga verder met vraag 5)
      b. een middelloonregeling (ga verder met vraag 6)
    5. U verwacht dat uw salaris gaat stijgen volgens:
      a. de loonontwikkeling (u bent klaar) 3
      b. harder dan de loonontwikkeling (u bent klaar) 5
    6. Worden de opgebouwde pensioen geïndexeerd
      a. ja (u bent klaar) 5
      b. nee (u bent klaar) 0

    Tel nu de score op voor uw oude pensioenregeling (vraag 1 en 2)

    Tel nu de score op voor uw nieuwe pensioenregeling (vraag 3, 5 en 6)

    Als de score van uw oude pensioenregeling lager is dan de score van de nieuwe pensioenregeling, is overdracht meestal verstandig om te doen.

    Als de score van uw oude pensioenregeling gelijk is aan de score van de nieuwe pensioenregeling, maakt het niet uit of u wel of niet overdraagt.

    Als de score van uw oude pensioenregeling hoger is dan de score van de nieuwe pensioenregeling, is overdracht meestal niet verstandig om te doen. U kunt uw pensioen dan beter laten staan.

    Deze vragenlijst vergroot uw inzicht bij een waardeoverdracht. Als u twijfelt of nog geen volledig zicht hebt in de consequenties van een overdracht, adviseer ik u contact op te nemen met een adviseur.

    Let op: Een overdracht van pensioen kan financiele consequenties hebben voor uw werkgever. Om onaangename verrassingen achteraf te voorkomen, adviseer ik u altijd contact op te nemen met uw werkgever of diens adviseur.

    Waardeoverdracht, hoe werkt het

    maandag 20 oktober, 2008 door Jan van Harten

    Als je een nieuwe baan aanvaardt en bij de nieuwe werkgever pensioen opbouwt, dan heb je in beginsel recht op waardeoverdracht. Dat recht begint als je wordt opgenomen in de pensioenregeling. In dit artikel een overzicht van de stappen die worden doorlopen bij een waardeoverdracht.

    De werknemer (die deelnemer is geworden in een pensioenregeling) dient binnen 6 maanden na opname in de pensioenregeling van de nieuwe werkgever een verzoek in bij de nieuwe uitvoerder en vraagt om een opgave van de hoogte van zijn aanspraken.

    De nieuwe uitvoerder vraagt binnen één maand daarna aan de oude uitvoerder een opgave (per de overdrachtsdatum) van de overdrachtswaarde en de daaraan ten grondslag liggende gegevens. Als de oude uitvoerder een premieovereenkomst of premieregeling (beschikbare premie) uitvoert waarbij de premie wordt belegd, is de opgave een voorlopige opgave. De oude uitvoerder verstrekt de (voorlopige) opgave of de voorlopige opgave binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek aan de nieuwe uitvoerder.

    De nieuwe uitvoerder verstrekt de opgave binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling worden ondergebracht.

    Indien de deelnemer gebruik wil maken van zijn recht op waardeoverdracht, dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave een verzoek tot waardeoverdracht in bij de nieuwe uitvoerder. Hier moet je als werknemer dus goed opletten. In deze fase beslis je of je al dan niet gaat overdragen. Let op dat overdracht niet altijd verstandig is. Stel dat je oude pensioen is belegd en de waarde van je beleggingen is enorm gedaald. Dan is het mogelijk een argument om niet over te dragen. Ook kan het zijn dat je oude pensioen een gegarandeerde uitkering is, terwijl de nieuwe pensioenregeling geen garanties kent, maar beleggingen. De vraag is of je die zekerheid wilt opgeven. Indexatie is ook een belangrijke factor om op te letten. Wordt het pensioen geindexeerd als het achterblijft en hoe is dat als ik heb overgedragen. Ook kan het voorkomen dat een overdracht nadelig is voor de hoogte van het partnerpensioen. Als de partner niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het partnerpensioen, blijft dat partnerpensioen achter bij de oude uitvoerder. De deelnemer kan dan verzoeken om een aanvullende opgave voor het geval de waarde van het partnerpensioen niet wordt overgedragen. De nieuwe uitvoerder stelt de oude uitvoerder terstond in kennis van de ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht. Het is dus mogelijk om wel of niet over te dragen en als je besluit wel over te dragen om het partnerpensioen alleen niet over te dragen.

    Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen aanspraken, komt met ingang van de datum van het verzoek voor rekening van de nieuwe uitvoerder.

    De overdrachtswaarde wordt binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht door de oude uitvoerder aan de nieuwe uitvoerder betaald. De overdracht is dan geregeld.

      Is een pensioenfonds veiliger dan een verzekeringsmaatschappij?

      donderdag 16 oktober, 2008 door Jan van Harten

      Vandaag hoorde ik een discussie op BNR tussen verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Een verzekeringsmaatschappij stelde dat er rekening mee dient te worden gehouden dat pensioenpremies bij pensioenfondsen de komende tijd flink kunnen stijgen. Percentages tussen de 20 en 40% werden genoemd. Vertegenwoordigers van pensioenfondsen beweerden daartegenover dat verzekeringsmaatschappijen failliet kunnen gaan. Waar ben je nu beter af?

      In een eerdere bijdrage ben ik ingegaan op de gevolgen van de kredietcrisis voor pensioenuitkeringen en pensioenpremies. Het is logisch te veronderstellen dat rekening dient te worden gehouden met een stijging van de premie bij pensioenfondsen. Die mening deel ik dus.

      Daar tegenover staat de stelling dat een verzekeringsmaatschappij failliet kan gaan. Opvallend dat pensioenfondsen dat stellen. Daarmee lijken ze te suggereren dat zij niet failliet kunnen gaan.

      Allereerst de vraag of een verzekeraar failliet kan gaan. Het antwoord daarop is ja. Een verzekeringsmaatschappij kan failliet. Een verzekeringsmaatschappij belooft een bepaalde uitkering. Als zij echter niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, kan een faillissement het gevolg zijn. De logische vervolgvraag is echter hoe groot de kans is dat een verzekeringsmaatschappij failliet gaat. Het antwoord op die vraag is onder andere te vinden op de website van DNB. Ik citeer (www.dnb.nl):

      De Nederlandsche Bank (DNB) probeert in geval van faillissement wel te bewerkstelligen dat de verzekeringsportefeuille wordt overgedragen aan een solvabele verzekeringsmaatschappij. Dat gebeurt via een aanwijzing of – vooruitlopend op een eventueel faillissement – door middel van een zogenaamde noodregeling.  In het geval van een noodregeling worden de waarden van de betrokken verzekeraar, die dienen ter dekking van zijn verzekeringsverplichtingen, afgeschermd. De verzekerden hebben een wettelijk voorrecht op deze waarden.

      Het Verbond van Verzekeraars heeft in overleg met DNB een opvangregeling voor levensverzekeraars ontworpen. De opvangregeling is – anders dan een garantieregeling – een preventieve maatregel om een ondergang van de verzekeraar vóór te zijn. De opvangregeling is gericht op de continuïteit van de verzekeraar c.q. de verzekeringsportefeuille. Deze regeling beoogt dus het voorkomen van de toepassing van de noodregeling (faillissement), omdat een noodregeling in de praktijk meestal korting van de rechten van polishouders betekent. Het opvanginstrument voor levensverzekeraars is opgenomen in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. Deze wet is gepubliceerd in Staatsblad nr 73 (2001).

      De kans dat een verzekeringsmaatschappij failliet gaat en uw pensioengeld verloren gaat is derhalve relatief klein. Uitgesloten is het echter niet. Daarnaast is het hele toezichtsmodel er op gericht om een korting van rechten (lees: uitkeringen) te voorkomen.

      Nu de pensioenfondsen. Daar is iets heel anders aan de hand. Ook een pensioenfonds belooft een bepaalde uitkering. Als een pensioenfonds niet aan de verplichtingen kan voldoen, treedt alleen een ander mechanisme in werking. Onder andere door een premieverhoging kan een fonds proberen alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Daarnaast kan een fonds besluiten de pensioenuitkeringen niet of slechts gedeeltelijk te indexeren. Mocht dat alles niet baten, dan is het, onder wettelijk vastgelegde voorwaarden,  ook mogelijk dat de uitkeringen worden verminderd. De kans dat een fonds daadwerkelijk niet aan de verplichting kan voldoen is derhalve klein. Het korten van rechten (lees: uitkeringen) is echter niet uitgesloten.

      Nu is de vraag, waar bent u beter mee af. Een verzekerd pensioen is volledig gegarandeerd. U krijgt het bijna altijd, tenzij de verzekeringsmaatschappij failliet gaat. De hoogte van een pensioenuitkering van een pensioenfonds is, zo blijkt, minder zeker. De indexatie, maar ook de uitkeringen, zijn niet altijd volledig gegarandeerd. De kans dat een fonds failliet gaat is derhalve kleiner dan dat een verzekeringsmaatschappij failliet gaat (dit wordt overigens weer gecompenseerd door de maatregelen van DNB), maar de kans dat u uiteindelijk een lagere uitkering krijgt is bij een pensioenfonds weer groter.

      Bij een verzekerd pensioen is het dus alles of niets. De kans op niets is echter gering.
      Bij een pensioenfonds is niet zo zwart wit, daar kan uw pensioen ook ‘ietsje minder’ zijn. De kans op ‘ietsje minder’ is echter relatief groot, zeker in tijden van een kredietcrisis.

      Echtscheiding en de gevolgen voor uw pensioen

      zaterdag 11 oktober, 2008 door Jan van Harten

      In de regel heeft een echtscheiding ook gevolgen voor uw pensioen. Als er geen bijzondere afspraken zijn gemaakt ten aanzien van pensioen dient bij een echtscheiding het pensioen te worden verdeeld. De ex-echtgeno(o)t(e) heeft in ieder geval recht op het tot het moment van echtscheiding opgebouwde partnerpensioen. Daarnaast kan de ex aanspraak maken op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.

      Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS)
      Op grond van de WVPS heeft de ex-echtgenote recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Bij een salaris van 40.000,- en een opbouwpercentage van 1,75% per dienstjaar is na een huwelijk van 10 jaar € 7.000,- ouderdomspensioen opgebouwd. Dit pensioen dient te worden verdeeld. De ex heeft recht op de helft, dus € 3.500,-. Voor degene die dat pensioen moet afstaan betekent dat een aanzienlijke vermindering van het pensioen.

      Het is mogelijk om afwijkende afspraken te maken in bijvoorbeeld de huwelijkse voorwaarden of het echtscheidingsconvenant. Meestal wordt dan opgenomen dat geen verdeling of verevening van het pensioen zal plaatsvinden.

      De WVPS geldt niet voor samenwoners. Bij beëindiging van de samenleving wordt het pensioen in beginsel dus niet verdeeld. Het is wel mogelijk om het pensioen te verdelen, maar dan dient dat expliciet te worden afgesproken in de samenlevingsovereenkomst of de beeindigingsovereenkomst.

      Pensioenwet
      In de pensioenwet is ook een aantal bepalingen opgenomen over echtscheiding. Opvallend is dat in de Pensioenwet gehuwden en samenwoners worden gelijkgesteld, in tegenstelling tot de WVPS. Op grond van de pensioenwet heeft de ex recht op het tot het moment van scheiding opgebouwde partnerpensioen. De werknemer uit het eerder genoemde voorbeeld had een ouderdomspensioen opgebouwd van € 7.000,-. Dit diende te worden verdeeld bij helfte. Het opgebouwde partnerpensioen bedraagt € 4.900,-. Dit partnerpensioen komt volledig toe aan de ex. Dit wordt het bijzonder partnerpensioen genoemd.

      Het is mogelijk om afstand te doen van het bijzonder partnerpensioen. Dit dient expliciet te worden opgenomen in de huwelijkse voorwaarden (of samenlevingsovereenkomst) of in het echtscheidingsconventant. In deze overeenkomst dient expliciet te worden verwezen naar het bijzonder partnerpensioen. Deze overeenkomst is pas rechtsgeldig als de uitvoerder (verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds) akkoord is gegaan met de overeenkomst. In de praktijk wordt vaak overeengekomen dat er geen verdeling van pensioen zal plaatsvinden. Let dus goed op; dit heeft geen betrekking op het bijzonder partnerpensioen. Dat dient als hiervoor omschreven te worden overeengekomen.

      Ik spreek regelmatig mensen die denken dat hun ex geen recht meer heeft op pensioen. Nadere bestudering van de stukken leert dan dat de ex geen recht heeft op ouderdomspensioen (verevening) maar wel op bijzonder partnerpensioen. Vaak is dat een teleurstelling, zeker als de werknemer weer een nieuwe partner heeft. Doordat de ex nog recht heeft op een stuk van het partnerpensioen krijgt de nieuwe partner minder partnerpensioen.

      Pensioentekort door echtscheiding
      Het pensioen dat toekomt aan de ex in het kader van een echtscheiding is niet meer in te halen. Toch zijn er in de praktijk vaak nog wel mogelijkheden om iets te doen aan het tekort dat is ontstaan.

      De pensioenregeling in het voorbeeld gaat uit van een opbouwpercentage van 1,75%. Het is op grond van de wet mogelijk om 2% per dienstjaar op te bouwen. Indien na de scheiding het pensioen wordt verhoogd tot 2% per dienstjaar, kan het pensioen worden aangevuld met € 1.000,-. Hiermee is het tekort dus voor een deel weer ingehaald. De echtscheiding heeft in het voorbeeld betrekking op een periode van 10 jaar. In totaal wordt echter over 35 jaar pensioen opgebouwd. Indien de werknemer ook het pensioen over de overige 25 jaar gaat optimaliseren kan nog een extra pensioen worden opgebouwd van € 2.500,-. In totaal kan derhalve door optimalisatie € 3.500,- extra pensioen worden opgebouwd. In dit voorbeeld is dat exact het bedrag dat de werknemer aan diens ex heeft moeten meegeven.

      Wat betekent de kredietcrisis voor mijn pensioen?

      donderdag 09 oktober, 2008 door Jan van Harten

      Regelmatig is bovenstaande vraag aan mij gesteld. Vandaag werd bijvoorbeeld de volgende vraag gesteld: "Ik hoor berichten over het per 1 januari niet meer hoeven betalen van de WW-premie en dat er een akkoord is bereikt over een loonsverhoging van 3,5%. Dit zou de koopkracht moeten verbeteren per 1 januari 2009. Hoe zit het met het pensioen per 1 januari. Moeten we vrezen voor een verhoging van de premie gezien de economische malaise? Betekent dit dat we in onze koopkracht er niet zo op vooruit gaan dan wordt geschetst?" De ontwikkelingen op de financiële markten hebben voor veel mensen direct invloed op hun pensioen. Wat die effecten zijn, verschilt echter per categorie. In dit artikel een toelichting

      Pensioen bij een verzekeringsmaatschappij

      Als u pensioen opbouwt bij of ontvangt van een verzekeringsmaatschappij is het effect beperkt. De tarieven die werkgevers met maatschappijen overeenkomen zijn voor langere tijd gegarandeerd en meestal gebaseerd op het rendement op staatsobligaties. Ook indexaties van pensioenen (toeslagen) zijn voor veel mensen gebaseerd op het rendement op staatsobligaties. De huidige ontwikkelingen hebben slechts een beperkt effect, waarbij het eventuele effect zich zal beperken tot de indexatie.
      Een rendement van een beperkt aantal pensioenregelingen bij verzekeringsmaatschappijen, met name voor grote ondernemingen, is echter ook mede gebaseerd op aandelen. Daarbij is de premie niet gekoppeld, maar de indexaties wel. Werknemers die pensioen opbouwen binnen een dergelijke regeling of reeds pensioen ontvangen dienen derhalve rekening te houden met een geringe of zelfs geen indexatie. Daarbij dient er rekening mee te worden gehouden dat het effect nog lange tijd kan doorwerken.

      Pensioen bij een pensioenfonds
      Als u pensioen ontvangt bij een pensioenfonds dient u rekening te houden met een beperkte of geen indexatie. De dekkingsgraad van pensioenfondsen is de laatste maanden hard gedaald. Veel pensioenfondsen kunnen dus niet tot volledige indexatie overgaan omdat er sprake is van een te lage dekkingsgraad. Overigens heeft Premier Balkenende enkele weken geleden nog uitdrukkelijk aangegeven dat bij de bepaling van de koopkrachtplaatjes al rekening is gehouden met een beperkte indexatie. Het effect is dus al voorzien, waarbij ik me afvraag of de huidige crisis wel is meegenomen.

      Als u pensioen opbouwt bij een pensioenfonds dient u rekening te houden met een dubbel effect. Enerzijds kan sprake zijn van een indexatie op de opgebouwde rechten. Dat wil zeggen dat het pensioen dat u heeft opgebouwd aangepast zal worden aan de ontwikkeling van de lonen en de prijzen. Die aanpassing kan door de ontwikkelingen belangrijk beperkt worden. Uw opgebouwde pensioen gaat dan in waarde achteruit. Deze achteruitgang wordt mogelijk nooit meer ingehaald.
      Verder dient u rekening te houden met een stijging van de premie. Om de tekorten weg te werken is het mogelijk dat een pensioenfonds besluit de premies te verhogen. De verhoging van de premie wordt of door u of door uw werkgever betaald. Als u het betaalt, gaat dat direct ten koste van uw koopkracht. Als uw werkgever het betaalt, merkt u daar in eerste instantie niet veel van, maar uiteindelijk beperkt een hoge pensioenpremie de ontwikkeling van uw salaris en daarmee uw koopkracht op langere termijn.

       
      Feedback Form