• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Eerder op Nationaal Pensioenweblog...

    Breng je persoonlijke pensioenadministratie op orde

    maandag 01 december, 2008 door Jan van Harten

    Hoe breng je orde in je eigen pensioenadministratie? Een aantal tips om een duidelijk overzicht te creëren en te behouden.

    Maak een overzicht per werkgever met daarin de volgende gegevens:

    - Naam werkgever
    - Datum in dienst
    - Datum uit dienst
    - Naam pensioenuitvoerder

    Maak daarnaast een overzicht per jaar met daarin de volgende gegevens:

    - De pensioenopgave
    - Indien van toepassing een pensioenpolis (verzekering)
    - Als er iets wijzigt, het reglement en de pensioenovereenkomst
    - Een kopie van alle loonstroken
    - Alle relevante correspondentie
    - Een kopie van de aangifte Inkomstenbelasting

    Dit mag je in een fysieke map bewaren, een digitale map is uiteraard ook een perfecte manier om dit te regelen.

    Tenzij je zeker weet wat je doet, adviseer ik om nooit iets weg te gooien! Als je informatie hebt over pensioen of oudedagsvoorzieningen waarvan je niet weet wat je er mee moet doen, of waar het precies bij hoort, stop dat dan in een aparte tab in de map en vraag een keer aan je adviseur wat je er mee moet doen.

    Als je na een jaar niet al je gegevens op orde hebt, vraag dan bij je werkgever of het pensioenfonds om de ontbrekende gegevens.

    Veel pensioenuitvoerders werken tegenwoordig met internetportals. Als er voor jou ook een portal beschikbaar is, bewaar de inlogcodes dan zorgvuldig. Zorg in ieder geval dat je die gegevens bij de hand hebt als je met je adviseur rond de tafel gaat zitten.

    Een AOW-gat bestaat niet

    dinsdag 25 november, 2008 door Jan van Harten

    Regelmatig worden ik rond etenstijd gebeld met de vraag of ik iets wil regelen in verband met mijn AOW-gat. In mijn optiek een rare vraag, want een AOW-gat bestaat helemaal niet.

    Waar komt de discussie vandaag
    Op dit moment nog krijgt een AOW-gerechtigde die samenwoont (al dan niet gehuwd) een zelfstandige AOW uitkering. De uitkering bedraagt ongeveer € 8.500,- bruto per jaar. Indien beide partners 65 jaar of ouder zijn, krijgen zij samen totaal € 17.000,-. Als een van beide partners echter nog geen 65 jaar is, krijgt de oudere partner een toeslag. Deze toeslag is gelijk aan de zelfstandige AOW, zodat de totale uitkering vanaf het moment dat de oudste 65 jaar wordt € 17.000,- bedraagt. Indien de jongere partner eigen inkomsten heeft worden deze inkomsten gekort op de toeslag. Een toeslag wordt dus uitgekeerd aan samenwonenden, waarbij sprake is van een leeftijdsverschil tussen beide partners en de jongste partner geen eigen inkomen heeft. In 2015 komt deze toeslag te vervallen.

    Waarom ontstaat er dan geen AOW-gat?
    Gedurende de werkzame periode verdien je salaris. Als je op 65 jaar met pensioen gaat, ontvang je een AOW uitkering en in aanvulling daarop een pensioenuitkering. Bij de berekening van het pensioen wordt rekening gehouden met het feit dat je een AOW uitkering krijgt. In de meeste pensioenregelingen wordt tegenwoordig rekening gehouden met 1 keer de zelfstandige AOW uitkering van € 8.500,-. Dit doet men door te rekenen met een AOW-franchise. Het pensioen, inclusief de AOW, is gericht op een uitkering van ongeveer 70% van het laatstverdiende salaris. Deze 70% is voldoende, want na 65 jaar betaal je minder belasting, waardoor het netto inkomen ongeveer gelijk zal zijn aan het inkomen voor 65 jaar.

    Ik zal aan de hand van een aantal situaties laten zien wat er vervolgens gebeurt als je met pensioen gaat.

    Je bent alleenstaande
    Als je 65 jaar wordt krijg je een ongehuwde AOW uitkering van ongeveer € 12.000,- (€ 3.500,- meer dan de zelfstandige AOW uitkering) en een aanvullende pensioenuitkering. Bij de berekening van het pensioen is rekening gehouden met een AOW uitkering van € 8.500,-. Het totale inkomen na pensionering is dan 70% + € 3.500,-. In deze situatie een toename van het netto inkomen!

    Je bent samenwonend en kostwinner
    Als je 65 jaar wordt krijg je een zelfstandige AOW uitkering van ongeveer € 8.500,- en een aanvullende pensioenuitkering. Bij de berekening van het pensioen is rekening gehouden met een AOW uitkering van € 8.500,-. Het totale inkomen na pensionering is dan ook exact 70%. OP het moment dat je partner ook 65 jaar wordt krijgt je partner eveneens een zelfstandige AOW-uitkering. Vanaf dat moment krijg je dus een extra inkomen van € 8.500,-. Ongeacht de vraag of je partner jonger of ouder is dan jijzelf, krijg je vanaf het moment dat je partner 65 jaar wordt dus meer netto inkomen.

    Je bent samenwonend en tweeverdieners
    Als je 65 jaar wordt krijg je een zelfstandige AOW uitkering van ongeveer € 8.500,- en een aanvullende pensioenuitkering. Bij de berekening van het pensioen is rekening gehouden met een AOW uitkering van € 8.500,-. Het totale inkomen na pensionering is dan ook exact 70%. Voor je partner geldt exact hetzelfde. Je krijgt dus exact 70% van het totale gezinsinkomen.

    Wanneer gaat dit mis in de praktijk?
    In mijn uitgangspunten ben ik uitgegaan van een pensioenregeling die rekening houdt met een zelfstandige AOW uitkering. Als dat niet het geval is en er wordt rekening gehouden met een hogere AOW-uitkering, terwijl je kostwinner bent, dan kun je wel last krijgen van een groot leeftijdsverschil. Als jij 65 wordt en je partner is dat nog niet, dan is het inkomen in die periode lager dan 70%. Ik merk dat veel mensen dat een AOW-gat noemen. Ik zou dat een niet optimale pensioenregeling willen noemen. Het gat wordt immers veroorzaakt door een hoge AOW-franchise.

    Als je kostwinner bent en er is rekening gehouden met een hogere AOW uitkering dan € 8.500,-, dan is er tevens sprake van een tekort bij pensionering. Dat tekort staat dan echter volledig los van het leeftijdsverschil en heeft volledig te maken met een niet optimale pensioenregeling.

    Samenvattend kan ik dan ook niet anders dan concluderen dat een AOW-gat niet bestaat. Wordt u ook gebeld onder het eten, verwijs de beller dan gewoon naar pensioenweblog.nl. Dan kunt u weer rustig verder eten.

    Jonge werknemers moeten lid worden van een vakbond

    woensdag 19 november, 2008 door Jan van Harten

    Veel jongeren vinden dat ze veel teveel pensioenpremie betalen. De inhoud van een pensioentoezegging wordt in veel gevallen vastgesteld door de sociale partners.  Jij als werknemer wordt in dat overleg vertegenwoordigd door de vakbonden. Er zijn echter opvallend weinig jongeren lid van een vakbond. Is dat dan wel slim, als je kijkt naar pensioen?

    De pensioenpremie wordt door veel jongeren als hoog ervaren. Dat deze premie zo hoog is, komt met name door het solidairiteitsbeginsel (doorsneepremie). De jongere betaalt mee aan de pensioenopbouw van de oudere collega’s. Opvallend daarbij is dat de pensioenregeling van de oudere werknemers vaak veel beter is dan de pensioenregeling van de jongeren. Veel jongeren vragen zich daarom ook af of dit systeem wel klopt.

    De inhoud van de pensioenregeling, waarin bijvoorbeeld het onderscheid tussen jongeren en ouderen is opgenomen, is tot stand gekomen door overleg tussen de sociale partners. De werknemers worden daarin vertegenwoordigd door de vakbonden. De gemiddelde leeftijd van vakbondsleden is hoog. Deze leeftijd is ongeveer 50 jaar (bron: AVV). Met name oudere werknemers zijn dus vertegenwoordigd in het pensioenoverleg.

    Doordat zo weinig jongeren lid zijn van een vakbond, zijn jongere werknemers ondervertegenwoordigd in het pensioenoverleg. Als je als jongere werknemer vraagtekens zet bij de gemaakte afspraken over pensioen, ligt het dan ook voor de hand om te rade te gaan bij de vakbonden. Wil je nog verder gaan, lijkt het mij logisch om ook lid te worden van een vakbond. En als jongeren dan ook zorgen dat zij niet alleen maar vertegenwoordigd zijn, maar ook aan tafel zitten bij het overleg, kunnen zij zelfs actief meedenken en praten over de inhoud van de pensioenregeling. Als je serieus werk wilt maken van je pensioen, kun je mijns inziens dus het beste lid worden van een vakbond.

    Oudedagsreserve, pensioen of aftrekpost?

    maandag 10 november, 2008 door Jan van Harten

    Ondernemers kunnen een oudedagsvoorziening vormen via de oudedagsreserve. Deze oudedagsreserve vindt u terug op de balans van de onderneming. Voor alle ondernemers die gebruik maken van de oudedagsreserve of overwegen dat te gaan doen, heb ik in deze bijdrage een overzicht van de voordelen, maar met name ook van de valkuilen opgenomen.

    Werking oudedagsreserve
    In de Wet IB 2001 is een speciale faciliteit opgenomen voor de IB-ondernemer ten behoeve van zijn oudedagsvoorziening. Dat is de oudedagsreserve. Jaarlijks kan de ondernemer 12% van de winst reserveren voor een oudedagsreserve. De reservering per jaar is maximaal € 11.396,-. De oudedagsreserve mag na toevoeging echter nooit hoger zijn dan het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar.

    Doel oudedagsreserve
    De oudedagsreserve is een fiscale reserve en derhalve een belastingschuld. Het is nog geen oudedagsvoorziening! De reserve kan worden gebruikt om een lijfrente aan te kopen. Wanneer de reserve wordt gebruikt om een lijfrente aan te kopen is in beginsel aan de ondernemer. Die bepaalt zelf het moment, of de momenten, waarop dat gebeurt. Dit is een belangrijk voordeel van de oudedagsreserve. U kunt in uw onderneming langer over uw liquiditeiten blijven beschikken. Als u direct lijfrentepremies betaalt, verlaat het geld uw onderneming en dat geld ziet u pas weer terug als u gaat lijfrentenieren.

    Omzetten in een lijfrente
    Als de oudedagsreserve wordt omgezet in een lijfrente, zal de reserve vrijvallen voor het bedrag dat wordt betaald aan lijfrente (belaste winst) en het belastbaar inkomen verlaagd met het betaalde bedrag (uitgave inkomensvoorziening). Een neutrale handeling, met dien verstande dat de winst wordt verhoogd en deze verhoging wordt door een andere bron weer teniet gedaan. Dit kan resulteren in onder andere een lagere zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. U bepaald zelf wanneer u een lijfrente aankoopt en hoeveel u van de reserve op dat moment daarvoor gebruikt.

    Belaste afname van de oudedagsreserve
    De oudedagsreserve neemt dus toe als u dat wilt met 12% van de winst. Toename is toegestaan voorzover het eigen vermogen toereikend is. De oudedagsreserve kan door toevoeging het eigen vermogen niet overstijgen. Indien het eigen vermogen daalt, dan blijft de reeds gevormde reserve staan. Alleen op speciale momenten kan de oudedagsreserve belast afnemen. Dat gebeurt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, bij staking of bij het niet meer aan het urencriterium voldoen (1225 uur per jaar gedurende twee voorafgaande jaren).

    Risico
    Als het minder gaat met de onderneming, dan daalt de oudedagsreserve dus niet. Indien u noodgedwongen de onderneming beëindigt, zit u nog met de oudedagsreserve, waar nog over dient te worden afgerekend. Het kan zelfs gebeuren dat u uiteindelijk in privé wordt aangesproken voor de belastingclaim.

    De oudedagsreserve wordt vaak gebruikt om de fiscale winst te drukken. In mijn optiek is dat niet verstandig. Als u reserveert voor de oudedagsreserve beslist u feitelijk dat u een lijfrente wilt nemen, maar pas later wilt betalen. Gebruikt u de oudedagsreserve als aftrekpost, neemt u een groot risico.

    Als u wel een lijfrente wilt, maar besluit eerst gebruik te maken van de oudedagsreserve, stelt u dan  het moment van afstorten (de lijfrente daadwerkelijk aankopen) niet te lang uit want de risico’s zijn groot.

    Goed advies
    Als u geen lijfrente wilt, neem dan ook geen oudedagsreserve!

    Advisering over de oudedagsreserve is mijns inziens dan ook uitsluitend voorbehouden aan pensioenadviseurs of financial planners. De oudedagsreserve is geen fiscaal vraagstuk maar een vraagstuk over oudedagsvoorzieningen. Bij advisering over oudedagsvoorzieningen dient uw adviseur te informeren naar uw doelstelling, uw ervaring, uw risicobereidheid en uw financiële positie. Overleg eens met uw fiscaal adviseur of hij deze mening deelt.

    Ons pensioen is goed geregeld

    dinsdag 04 november, 2008 door Jan van Harten

    Ons pensioen is goed geregeld is een stelling die ik regelmatig hoor van werkgevers. Als u zich herkent in deze stelling, wil ik u vragen dit artikel te lezen, waarin een pensioenregeling wordt geschetst die goed is geregeld.

    Ons pensioen is goed geregeld
    Als iemand stelt dat het pensioen goed is geregeld, dan is die stelling onderbouwd. Een werkgever heeft een doelstelling geformuleerd, bijvoorbeeld wij willen minimaal een zelfde pensioenniveau als onze concurrenten. Vervolgens is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd waarbij de eigen pensioenregeling wordt vergeleken met die van de concurrenten. Dat onderzoek wordt regelmatig herhaald en indien nodig wordt de pensioenregeling bijgesteld.

    Ons pensioen is goed geregeld
    Aan de stelling wordt door werkgevers regelmatig nog een zin toegevoegd. Het is goed geregeld, want wij betalen meer dan dat wij zouden moeten doen. Op zich is dat een prima vertrekpunt. Je laat duidelijk zien wat je intenties zijn. Alleen door deze toevoeging wordt aan een heel belangrijk element voorbij gegaan. Kosten! In de basis is pensioen heel eenvoudig. Hoe meer je erin stopt, hoe meer je eruit krijgt. Dit mechanisme wordt echter verstoord door kosten. Onder kosten versta ik in deze context de kosten voor de verzekeringsmaatschappij en de kosten voor de risicoverzekeringen. Hoe meer er aan kosten af gaan, hoe minder je van de inleg uiteindelijk terug ziet in de uitkering. Dit thema is in Nederland bekend als de woekerpolisaffaire. Zonder daar verder op in te gaan wil ik hier wel mee aangeven dat het niet ondenkbaar is dat, ondanks een hoge inleg, de uitkomst kan tegenvallen. Door te stellen dat er meer betaald wordt dan zou moeten, toont een werkgever zijn intenties. Of het pensioen uiteindelijk ook goed is, wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kosten. Of het kosteniveau, en daarmee feitelijk de hoogte van het pensioen, nog past binnen de geformuleerde doelstelling, wordt regelmatig onderzocht.

    Ons pensioen is goed geregeld
    Het pensioen is goed geregeld, want alles klopt en is geheel volgens de regels. De bedoeling die je hebt als werkgever staat juist verwoord in het pensioenreglement. De afspraken die gemaakt zijn in de arbeidsovereenkomst komen overeen met het pensioenreglement en zijn ook juist verwoord in eventuele personeelshandboeken of op intranet. Ook verlofreglementen, spaarloonregelingen, levensloopregelingen en al wat meer zij, sluiten perfect aan op de pensioenregeling en andersom. Iedereen die recht heeft op pensioen is juist verzekerd en krijgt, geheel conform de wet, tijdig de juiste informatie. Eventuele afwijkende afspraken zijn juridisch waterdicht vastgelegd, zodat de kans op aansprakelijkheid is geminimaliseerd. Bij pensioen gaat het immers om grote bedragen.

    Ons pensioen is goed geregeld
    Goed geregeld wil zeggen dat een werkgever er geen omkijken naar heeft. Het financiële deel is volledig onder controle. De werkgever weet exact hoeveel hij moet betalen aan de pensioenregeling en kan dat van tevoren al begroten. Ook het effect van het pensioen op de jaarrekening (IFRS richtlijnen) is volledig onder controle. Het mutatieverkeer is ook perfect op orde. Er is een koppeling tussen de salarisadministratie en het mutatieverkeer richting de uitvoerder en de controle is voor een groot deel geautomatiseerd. De levertijden en het serviceniveau van de uitvoerder is vastgelegd in een SLA en de naleving is perfect.

    Herkent u zich in bovenstaande beschrijving? Dan heeft u vanuit mijn opinie uw pensioen echt goed geregeld.

    En als u zich niet herkent? Dan is het denk ik tijd voor actie. Want bovenstaand plaatje is geen droombeeld dat onbereikbaar is of slechts weggelegd voor enkele werkgevers. Dit kan door/voor iedere werkgever, groot of klein, worden gerealiseerd. U heeft nu in ieder geval een plaatje waar u naar toe kunt werken.

     
    Feedback Form