Opschuiven AOW-gerechtelijke leeftijd vereist een deugdelijk individueel feitenonderzoek voor de bepaling of sprake is van een onevenredig zware last.

Sinds de invoering van de Wet Verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd gaat de AOW-leeftijd versneld omhoog. Voor eiseres is dit ook het geval. In plaats van de 65-jarige leeftijd, is de AOW-gerechtigde leeftijd voor eiseres op de 66-jarige leeftijd gesteld. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze toekenning en gesteld dat sprake is van een onevenredig zware last voor haar.

De Centrale Raad van Beroep heeft in een aantal uitspraken van 18 juli 2016 geoordeeld dat met de invoering van artikel 7a van de AOW en de daarmee gepaarde gaande verschuiving van de AOW-leeftijd sprake is van een inmenging in het eigendomsrecht van een betrokkene. Echter, de Centrale Raad van Beroep oordeelde ook dat de verhoging van de AOW-leeftijd over het algemeen proportioneel is en niet leidt tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Dit laat onverlet, zo oordeelde de Raad dat sprake kan zijn van een onevenredig zware last op individueel niveau. Of hiervan sprake is moet blijken uit een deugdelijk individueel feitenonderzoek.

Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, heeft de onevenredige zware last beoordeeld aan de hand van de vraag of eiseres in aanmerking komt voor een overbruggingsuitkering op grond van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR). Dit is niet het geval. Op grond daarvan is de Sociale Verzekeringsbank tot het oordeel gekomen dat géén sprake is van een onevenredig zware last voor eiseres.

Het EHRM heeft in haar arrest d.d. 13 december 2016 geoordeeld dat alle relevante feiten en omstandigheden afgezet tegen de specifieke achtergrond van de kwestie meegenomen moeten worden. Op grond hiervan is de Rechtbank van oordeel dat géén sprake is van een deugdelijk individueel feitenonderzoek door uit te gaan van het antwoord op de vraag of recht bestaat op een overbruggingsuitkering. Ook andere omstandigheden dan enkel het inkomen kunnen van belang zijn bij beoordeling van de vraag of door het opschuiven van de AOW-leeftijd met 12 maanden sprake is van een onevenredig zware last. Hierbij kan gedacht worden aan de (vaste) lasten van de betreffende persoon, maar ook het vermogen of andere effecten van de gewijzigde inkomenspositie.

Het door de Sociale Verzekeringsbank genomen besluit wordt dan ook door de Rechtbank vernietigd en zij wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit. Eiseres heeft de wedstrijd nog niet gewonnen, maar staat door deze uitspraak wel met 1-0 voor! Rechtbank Overijssel, 8 augustus 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:3161

 

Reageer