Ontvangen uitkeringen uit arbeidsongeschiktheidsverzekeringen belast in box 1

Op 5 april 2018 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan (AWB 16/7196) in een procedure waarbij het volgende speelde. De belastingplichtige in kwestie is sinds 2001 arbeidsongeschikt en ontvangt sinds die tijd uitkeringen van het UWV en De Amersfoortse (de verzekeraar). Bij de aanslagregeling over 2012 en 2013 zijn deze uitkeringen in de belastbare inkomens uit werk en woning van de belastingplichtige als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking genomen.

In geschil was of die uitkeringen terecht tot de betreffende belastbare inkomens zijn gerekend.

De inspecteur, op wie de bewijslast rust, heeft de ontvangen uitkeringen tot het belastbare inkomen gerekend op basis van hem ter beschikking staande renseignementen. Uit die renseignementen valt op te maken dat de belastingplichtige van het UWV WAO/AAW-uitkeringen en van de verzekeraar uitkeringen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft ontvangen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze renseignementen te twijfelen waar het de aard van de onderhavige uitkeringen (arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) betreft. De van het UWV ontvangen uitkeringen vloeien voort uit een publiekrechtelijke regeling en behoren ingevolge artikel 3.100, lid 1, onderdeel a, in samenhang met artikel 3.101, lid 1, onderdeel a Wet IB 2001 tot het belastbare inkomen uit werk en woning. De van de verzekeraar ontvangen uitkeringen behoren op grond van artikel 3.100, lid 1, onderdeel b, juncto artikel 3.124, lid 1, onderdeel c Wet IB 2001 tot het belastbare inkomen uit werk en woning.

De rechtbank is van oordeel dat de ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen terecht tot het belastbare inkomen uit werk en woning van de belastingplichtige zijn gerekend.  De uitspraak is op www.rechtspraak.nl gepubliceerd op 1 juni 2018.

Reageer