• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Uitvoeringsovereenkomst

    Premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid: verplicht over naar Life-Cycle of toch niet?

    De pensioenuitvoerder is bij de uitvoering van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid, verantwoordelijk voor de beleggingen op grond van de zorgplichtregels. Maar hoe gaan uitvoerders hier mee om in de praktijk?

    Voor bestaande polissen waarvoor de beleggingsvrijheid al voor de invoering van artikel 52 PW van toepassing was, geldt dat de pensioenuitvoerder voor 1 januari 2009 de deelnemer de keuze moet voorleggen of de pensioenuitvoerder al dan niet verantwoordelijk wordt voor de beleggingen. Als de deelnemer aangeeft dat de verantwoordelijkheid bij de pensioenuitvoerder moet liggen, gaat de pensioenuitvoerder over op een life cycle-aanpak ter invulling van zijn plicht tot prudent beleggen. Als er geen keuze wordt gemaakt of hij kiest negatief dan wordt hij geacht zelf de verantwoordelijkheid te dragen (‘opting out’). In dat geval moet de pensioenuitvoerder eenmalig een beleggingsadvies geven conform de voorwaarden die de Wet op het Financieel Toezicht (WFT) daartoe stelt, waarvan de deelnemer kan afwijken. Jaarlijks moet getoetst worden of de (gewezen) deelnemer nog in overeenstemming met dit advies belegt. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot ingrijpen van de pensioenuitvoerder wanneer de deelnemer in afwijking van het geadviseerde beleid belegt.

    Een groot aantal pensioenuitvoerders (met name verzekeraars) heeft er voor gekozen om voor nieuwe pensioenregelingen geen beleggingsvrijheid meer aan te bieden maar uitsluitend ‘life cycling by default’. In dat geval zorgt de pensioenuitvoerder voor de beleggingen, voor rekening en risico van de werknemer. Op zich is deze opstelling logisch: het adviseren en monitoren van de individuele werknemer brengt hoge kosten met zich mee.

    De laatste tijd zie ik dat pensioenuitvoerders – met een beroep op de Pensioenwet – stellen dat uitvoeringsovereenkomsten moeten worden opengebroken, om de bestaande beleggingsvrijheid aan banden te leggen. De vraag is of je als pensioenuitvoerder voor bestaande regelingen zomaar de beleggingsmogelijkheden kan beperken. Er is immers sprake van een pensioenovereenkomst (en een daarop gebaseerd pensioenreglement) tussen de werkgever en de werknemer, waarin de premieovereenkomst met beleggingsvrijheid wordt vermeld.

    Stel dat er in een regeling (van voor 1-1-2009) staat dat er belegd mag worden in bijv. 4 fondsen, dan kan de pensioenuitvoerder als hij wil overgaan op ‘life cycling by default’ twee dingen doen:

      • als er in de uitvoeringsovereenkomst staat dat de uitvoerder naar aanleiding van veranderende wet- en regelgeving de overeenkomst mag aanpassen, kan hij deze doorvoeren en hier ook het reglement op aanpassen;
      • als er in de uitvoeringsovereenkomst niets staat over aanpassing, dan moet de pensioenuitvoerder naar de werkgever en aangeven dat hij voornemens is om in de toekomst alleen nog maar life cycling by default’ toe te staan. De werkgever kan hiermee akkoord gaan; vervolgens wordt hier het reglement op aangepast.

        In beide gevallen geldt echter nog steeds dat de deelnemer het recht heeft (en blijft houden!) op ‘opting out’. Dat is een wettelijk vastgelegd recht waar niet aan valt te tornen. Wel is het mogelijk om de deelnemer te laten overstappen naar ‘life cycling by default’, bijvoorbeeld via een negatieve optie waarbij er wordt geswitcht als de deelnemer niet reageert op de voorgelegde keuze.

        Van belang is ook dat in beide gevallen geldt dat de OR zijn instemming moet geven aan het aanpassen van het reglement. Mijn ervaring is dat dit (bijna) niet gebeurt. Dat betekent dat als de werkgever meegaat in het voorstel van de pensioenuitvoerder om volledig over te gaan op ‘life cycling by default’ en er bijvoorbeeld geen ‘opting out’ wordt aangeboden, de OR dit kan voorleggen aan de Ondernemingskamer te Amsterdam.

        Uitzonderingen – wat betreft de instemming – zijn denkbaar, bijvoorbeeld als de OR al ooit eens heeft ingestemd met bijv. een reglement waarin wordt vermeld dat bij ‘ingrijpende wijzigingen’ de werkgever zonder instemming wijzigingen mag doorvoeren. Als je als OR hier ooit al eens mee akkoord bent gegaan houdt het volgens mij op.

        Een afstandsverklaring mag nog steeds

        Het komt vaak voor dat werknemers afstand willen doen van deelname aan de pensioenregeling die hen wordt aangeboden. Veel werkgevers accepteren dat niet. De laatste jaren wordt daarbij steeds vaker de Pensioenwet als excuus aangehaald. Ten onrechte. Afstand doen van pensioen is nog steeds mogelijk.

        Een afstandsverklaring is een verklaring waarin wordt vastgelegd dat een werknemer afstand doet van deelname aan de pensioenregeling. Op grond van de Pensioenwet doet de werkgever die een pensioenregeling heeft voor de werknemers, iedere werknemer een aanbod. De werknemer kan vervolgens dit aanbod aanvaarden of weigeren.

        Afstandsovereenkomst
        Als de werknemer het aanbod niet (volledig) aanvaard, dient ter bescherming van de positie van de werkgever en de werknemer een afstandsverklaring te worden opgesteld. Misschien is het beter om geen afstandsverklaring maar een afstandsovereenkomst op te stellen. Een verklaring is immers eenzijdig en kan door de werknemer weer worden ingetrokken. Een afstandsovereenkomst kan alleen door partijen weer ongedaan worden gemaakt door het opstellen van een nieuwe overeenkomst.

        Partner
        Niet alleen de werknemer dient aan te geven dat hij afstand doet. Ook een eventuele partner dient akkoord te gaan. Een partner verkrijgt immers ook rechten uit een pensioenregeling.

        Wees concreet
        Het is aan te bevelen in de afstandsverklaring (of afstandsovereenkomst) op te nemen waar de werknemer exact afstand van doet. Noem dus concreet pensioenvormen, ingangsdata, indexatiebepalingen, financieringsmethoden en overige relevante bepalingen. Neem daarbij ook bedragen op. Dan is voor iedereen duidelijk waar het over gaat en hoe groot het belang is. Daarmee wordt voorkomen dat de werknemer of diens partner zich verschuilt achter onwetendheid en onbekendheid met de materie.

        Spijtoptanten
        Neem ook op of, en zo ja onder welke voorwaarden de werknemer weer kan gaan meedoen met de pensioenregeling. Indien deelname weer mogelijk wordt, zal de werknemer in een aantal situaties bij latere deelname gekeurd dienen te worden. Dit kan financiële consequenties of zelfs uitsluiting ten gevolge kunnen hebben. Neem daarom ook op voor wiens rekening deze consequenties zijn.

        Herhaling
        Indien een werknemer afstand heeft gedaan is het aan te bevelen jaarlijks opnieuw een overeenkomst te sturen (sluit dus overeenkomsten voor een bepaalde periode). Dan dient de werknemer bij herhaling aan te geven dat hij niet wenst deel te nemen aan de pensioenregeling. Tevens komen wijzigingen in de privé situatie, zoals een nieuwe partner, kinderen etc. snel aan het licht, zodat ook daar op kan worden ingespeeld.

        Uitvoeringsovereenkomst verzekeraar
        Niet iedere uitvoeringsovereenkomst met verzekeringsmaatschappijen staat toe dat uw werknemers afstand doen. Check dus vooraf de uitvoeringsovereenkomst die u met uw verzekeraar heeft gesloten. Indien u zich immers verplicht heeft tot het aanmelden van alle werknemers, dan moet u zich daar aan houden. Afstand is dan geen optie. Wilt u dat uw werknemers wel afstand kunnen doen, bespreek dan met uw verzekeringsmaatschappij of aanpassing van de uitvoeringsovereenkomst op dit punt mogelijk is.

        Weet wat u doet!
        Het is dus mogelijk werknemers afstand doen van deelname aan de pensioenregeling. Indien dat echter niet goed wordt vastgelegd loopt u een groot risico. De werknemers of diens nabestaanden kunnen zich achteraf alsnog beroepen op de pensioentoezegging. Zorg dus dat u een waterdichte procedure ontwikkeld. Let ook op de uitvoeringsovereenkomst, want mogelijk kunt u alsnog verplicht worden om verzekeringen af te sluiten.

        Governance bij verzekerde regelingen

        Indien een werkgever een verzekerde regeling heeft (een uitvoeringsovereenkomst met een verzekeringsmaatschappij) zijn werknemers in de regel niet betrokken bij de totstandkoming van de uitvoeringsovereenkomst. Een aantal zaken die in de uitvoeringsovereenkomst worden afgesproken zijn echter van groot belang voor werknemers. Belangrijk is onder andere de indexatie, de garanties en de winstdeling. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop werknemers bij dit soort zaken betrokken (dienen te) worden.

        De Stichting van de Arbeid heeft een rapport geschreven over governance bij pensioenregelingen (rapport van 16 december 2005). Een groot aantal zaken uit het rapport is wettelijk verankerd in de Pensioenwet. Daarbij is met name aandacht besteed aan pensioenfondsen. Voor rechtstreekse regelingen is echter ook een groot aantal aandachtspunten opgenomen.

        Beleggingen
        Indien de uitvoeringsovereenkomst bepalingen bevat waardoor de werkgever tijdens het contract invloed heeft op depotvorming, beleggingen in verband met winstdeling of anderszins op de resultaten van de pensioenverzekering dient de werkgever verantwoording af te leggen over de door hem gemaakte keuzes aan de ondernemingsraad (personeelsvereniging of een andere vertegenwoordiging) en de vertegenwoordigers van de gepensioneerden. Dit speelt met name bij werkgevers die een gesepareerd beleggingsdepot hebben afgesproken of een systeem van winstdeling hebben dat voor een deel gebaseerd is op beleggingsfondsen.  Om dat te kunnen doen, dient de werkgever uiteraard wel de benodigde informatie te hebben. Om dat te borgen dient derhalve te worden afgesproken dat de verzekeraar jaarlijks verantwoording aflegt aan de werkgever over de behaalde resultaten.

        Indexatie
        Als er sprake is van een pensioentoezegging met een voorwaardelijke indexering verantwoordt de werkgever aan de ondernemingsraad en vertegenwoordigers van gepensioneerden of en zo ja in welke mate aan de voorwaarden voor indexering is voldaan. BIj een rechtstreekse regeling is de voorwaardelijke indexering vaak gekoppeld aan de winstdeling. De verantwoording over de voorwaardelijke indexatie is dan ook vaak gekoppeld aan de verantwoording over de winstdeling. De verzekeraar dient de daarvoor benodigde gegevens aan de werkgever te leveren.

        Verlengen overeenkomst
        Omdat de uitvoeringsovereenkomst belangrijke bepalingen bevat voor de werknemers dient de werkgever stelt de ondernemingsraad en de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in staat te adviseren over de verlenging van de uitvoeringsovereenkomst. Op die manier kunnen de werknemers en gepensioneerden in een vroeg stadium meedenken en afspraken maken over de wijze van indexering, de winstdeling die is afgesproken en de garanties die er zijn. Zo worden verrassingen achteraf voorkomen. Ook een wijziging van de uitvoeringsovereenkomst kan van belang zijn voor werknemers. Overigens is in de Pensioenwet al bepaald dat de vereniging van gepensioneerden advies moet worden gevraagd indien de wijziging van invloed is op de hoogte van het pensioen en de indexaties.

        Praktische afspraken
        Het is in het belang van zowel de werkgever als de werknemers om tijdig met elkaar goede afspraken te maken over de betrokkenheid van de werknemers bij de uitvoeringsovereenkomst en de wijze waarop de verantwoording wordt vormgegeven. Uitgangspunt bij de afspraken die wordt gemaakt is mijns inziens dan ook dat de betrokkenheid en de verantwoording iets moet toevoegen. Om deze lastige (technische) materie op een goede manier met elkaar door te nemen is het ook van groot belang om afspraken te maken of er gebruik zal worden gemaakt van externe deskundigheid. Ik denk dat het voor met name de verantwoording geen kwaad kan om gezamenlijk deze externe deskundigheid in te schakelen. Twee adviseurs is wat veel waar het gaat om verantwoording. Indien er sprake is van verlenging van de uitvoeringsovereenkomst ligt dat genuanceerder. Ik zie dan veel toegevoegde waarde in een eigen adviseur van de ondernemingsraad.

        Verlengen van uw pensioencontract

        Een pensioencontract met een verzekeringsmaatschappij, in de Pensioenwet de uitvoeringsovereenkomst genaamd, wordt meestal voor een periode van 5 of 10 jaar aangegaan. Als uw contract afloopt heeft u de keuze om het contract te verlengen of een nieuw contract te sluiten bij een andere verzekeringsmaatschappij.

        Het verlengen van een contract of het afsluiten van een nieuw contract geeft u de mogelijkheid om de voorwaarden opnieuw uit te onderhandelen. De ervaring is dat hier veel geld mee te besparen is. In de praktijk wordt vaak onderhandeld op de administratiekosten en eventueel de omvangskorting. De onderhandelingsruimte op deze punten is echter bijzonder beperkt is.

        Er zijn echter nog vele andere onderhandelingspunten. Vaak wordt daar geen aandacht aan besteed en dat is jammer. Want juist op die andere punten is veel geld te besparen. Hierbij moet worden gedacht aan verlaging van de excassokosten, verhoging van de winstdelende reserve en verbetering van de exitbepalingen. Ook is het niet ondenkbaar om de rekenrente (3% of 4%) voor bepaalde delen van uw pensioencontract uit te onderhandelen.

        Onderhandelingen over deze punten vereisen veel kennis van zaken op het gebied van de verzekeringstechniek en actuarieel rekenen. Verzekeraars komen bij dergelijke onderhandelingen met door de wol geverfde onderhandelaars. Zorg dat u minstens net zo beslagen ten ijs komt als zij.

        Noteer alvast de einddatum van uw pensioencontract / uitvoeringsovereenkomst en onderneem tijdig actie. De praktijk leert dat minimaal 1 jaar van tevoren beginnen geen overbodige luxe is.

         
        Feedback Form