Op 21 december 2009 is een nieuw staffelbesluit gepubliceerd. Dit besluit bevat in de bijlage netto staffels. Waar de oude besluiten uitgingen van bruto staffels, dat wil zeggen verhoogd met kosten en een opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, gaan we nu uit van netto staffels. Lees meer…
Premievrijstelling
Nieuw staffelbesluit met netto staffels
Premievrijstelling
Bijna alle pensioenregelingen bevatten premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Dit is een aanvullende verzekering die zorgt dat de pensioenopbouw wordt voortgezet bij arbeidsongeschiktheid. Als de pensioentoezegging gebaseerd is op beschikbare premie, dan is er geen sprake van voortzetting van de pensioenopbouw, maar van de premiebetaling. Een belangrijke vraag is dan welke premie er wordt doorbetaald. Is dat de laatst bekende premie, of wordt er rekening gehouden met het feit dat de premie(staffel) in de toekomst zal stijgen.
Of de premievrijstelling staffelvolgend is of niet, is een fundamentele vraag. Als de premievrijstelling niet staffelvolgend is, dan wordt dus niet de volledige pensioenopbouw voortgezet. De toekomstige stijgingen in de premiestaffel worden immers niet meegenomen, waardoor het volledige ambitieniveau niet kan worden bereikt.
Deze vraag heeft vorig jaar voorgelegen bij de Commissie Gelijke Behandeling. In uitspraak 2007-118 is de commissie hier op ingegaan. Een verzekeringsmaatschappij heeft de casus voorgelegd. Naar het oordeel van de commissie maakt zij geen verboden onderscheid als zij bij een beschikbare premieregeling bij arbeidsongeschiktheid van een deelnemer een premie hanteert die niet meestijgt met de leeftijd.
De commissie komt tot dit oordeel omdat een (gedeeltelijk) arbeids(on)geschikte werknemers met een WAO- of WIA-uitkering voor het deel dat zij arbeidsongeschikt zijn en actieve werknemers in het kader van een beschikbare premieregeling voor wat betreft premieaanspraak en -opbouw niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt in de zin van de gelijkebehandelingswetgeving. Verschillende behandeling levert dus geen verboden onderscheid op.
Een belangrijke vraag is echter wat hier over wordt verteld aan de werknemers. Ik heb een aantal pensioenregelingen en de bijbehorende communicatie hierop nageslagen. In de praktijk blijkt dat er wordt verteld dat er premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid is meeverzekerd. Dit staat onder andere op de uniforme pensioenopgave (UPO). Nergens wordt echter aangegeven of deze premievrijstelling staffelvolgend is. Wel wordt de suggestie gewekt dat de pensioenopbouw gewoon doorgaat. Bij wie zal de werknemer dan aankloppen als achteraf blijkt dat hij door arbeidsongeschiktheid toch niet aan zijn volledige pensioen komt?
Het komt allemaal vanzelf goed!
Mijn cliënt is algemeen directeur van een familiebedrijf sinds 1992. Na een glanzende carrière (37 jaar geleden begonnen in het magazijn) geeft hij nu leiding aan de totale organisatie. Over een paar jaar wil hij misschien met vroegpensioen en verzocht mij de mogelijkheden eens in kaart te brengen. Een chronische ziekte (sinds 1998) zou misschien vervroegd een einde kunnen maken aan deze mooie loopbaan, maar trots weerhoudt hem ervan eerder te stoppen. Het bedrijf gaat voor.
Hij heeft zich in 2004 wel voor 50% ziek gemeld, maar omdat hij bleef werken heeft de HRM afdeling deze melding niet serieus genomen. Bij navraag zegt mijn cliënt dat hij denkt hiervoor ook geen verzekeringsdekking te hebben. Nader onderzoek leerde dat het voltallige managementteam was voorzien van een 3% stijgende excedent arbeidsongeschiktheidsdekking tot 80% van het inkomen. De verplichte pensioenregeling voorziet in premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en volgt de besluitvorming van het UWV.
Ons onderzoek heeft ertoe geleid dat wij werden verzocht alles in het werk te stellen om toch nog met succes een beroep te doen op de arbeidsongeschiktheidsdekking, de ziekmelding te doen bij het UWV met alle onderliggende medische dossiers en premievrijstelling te bewerkstelligen bij het pensioenfonds. Het heeft de nodige uren gekost maar alle betrokken instellingen zijn akkoord gegaan met de ziekmelding met terugwerkende kracht van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Hierdoor is de helft van het inkomen tot leeftijd 65 jaar gegarandeerd door de aanwezige voorzieningen, mijn cliënt kan met een gerust hart voor de andere helft doorwerken en de pensioenopbouw loopt geen schade op.
Het spijt me dat er bij veel bedrijven geen sprake is van risicomanagement en dat er een te grote vanzelfsprekendheid is, dat één en ander wel geregeld is. Daarom heb ik zo’n hekel aan de opmerking “Het komt allemaal vanzelf goed”! Inderdaad, maar niet vanzelf.



