• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Pensioenwet

    Het Multi-OPF komt er echt aan !

    1146270_on_multi-colour_paperHet lijkt er dan toch van te gaan komen: het multi-OPF ! Op 23 september 2009 heeft Minister Donner een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer die het mogelijk moet gaan maken voor ondernemingspensioenfondsen om met elkaar te gaan samenwerken. Het wetsvoorstel betreft een wijziging op de Pensioenwet. Lees meer…

    Mag ik misschien weten wat er met mijn geld is gebeurd?

    Het zou eigenlijk geen verschil mogen maken. Als ik besluit om mijn geld onder te brengen bij een bank, een verzekeraar, een vermogensbeheerder of een ander soort beleggingsinstelling, dan wil elk moment van de dag weten waar het is, de status van mijn inleg, natuurlijk eventuele opbrengsten en verliezen kunnen waarnemen en dit alles omdat ik wil inspelen op veranderingen in de markt. In alle reclame-uitingen van financiële dienstverleners wordt melding gemaakt van transparantie. Een enkeling roept zelfs glashelder te zijn! Een grote hoeveelheid financiële instellingen communiceren vóór het aangaan van een relatie dat dit mogelijk is. De praktijk wijst echter anders uit. Lees meer…

    Premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid: verplicht over naar Life-Cycle of toch niet?

    De pensioenuitvoerder is bij de uitvoering van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid, verantwoordelijk voor de beleggingen op grond van de zorgplichtregels. Maar hoe gaan uitvoerders hier mee om in de praktijk?

    Voor bestaande polissen waarvoor de beleggingsvrijheid al voor de invoering van artikel 52 PW van toepassing was, geldt dat de pensioenuitvoerder voor 1 januari 2009 de deelnemer de keuze moet voorleggen of de pensioenuitvoerder al dan niet verantwoordelijk wordt voor de beleggingen. Als de deelnemer aangeeft dat de verantwoordelijkheid bij de pensioenuitvoerder moet liggen, gaat de pensioenuitvoerder over op een life cycle-aanpak ter invulling van zijn plicht tot prudent beleggen. Als er geen keuze wordt gemaakt of hij kiest negatief dan wordt hij geacht zelf de verantwoordelijkheid te dragen (‘opting out’). In dat geval moet de pensioenuitvoerder eenmalig een beleggingsadvies geven conform de voorwaarden die de Wet op het Financieel Toezicht (WFT) daartoe stelt, waarvan de deelnemer kan afwijken. Jaarlijks moet getoetst worden of de (gewezen) deelnemer nog in overeenstemming met dit advies belegt. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot ingrijpen van de pensioenuitvoerder wanneer de deelnemer in afwijking van het geadviseerde beleid belegt.

    Een groot aantal pensioenuitvoerders (met name verzekeraars) heeft er voor gekozen om voor nieuwe pensioenregelingen geen beleggingsvrijheid meer aan te bieden maar uitsluitend ‘life cycling by default’. In dat geval zorgt de pensioenuitvoerder voor de beleggingen, voor rekening en risico van de werknemer. Op zich is deze opstelling logisch: het adviseren en monitoren van de individuele werknemer brengt hoge kosten met zich mee.

    De laatste tijd zie ik dat pensioenuitvoerders – met een beroep op de Pensioenwet – stellen dat uitvoeringsovereenkomsten moeten worden opengebroken, om de bestaande beleggingsvrijheid aan banden te leggen. De vraag is of je als pensioenuitvoerder voor bestaande regelingen zomaar de beleggingsmogelijkheden kan beperken. Er is immers sprake van een pensioenovereenkomst (en een daarop gebaseerd pensioenreglement) tussen de werkgever en de werknemer, waarin de premieovereenkomst met beleggingsvrijheid wordt vermeld.

    Stel dat er in een regeling (van voor 1-1-2009) staat dat er belegd mag worden in bijv. 4 fondsen, dan kan de pensioenuitvoerder als hij wil overgaan op ‘life cycling by default’ twee dingen doen:

      • als er in de uitvoeringsovereenkomst staat dat de uitvoerder naar aanleiding van veranderende wet- en regelgeving de overeenkomst mag aanpassen, kan hij deze doorvoeren en hier ook het reglement op aanpassen;
      • als er in de uitvoeringsovereenkomst niets staat over aanpassing, dan moet de pensioenuitvoerder naar de werkgever en aangeven dat hij voornemens is om in de toekomst alleen nog maar life cycling by default’ toe te staan. De werkgever kan hiermee akkoord gaan; vervolgens wordt hier het reglement op aangepast.

        In beide gevallen geldt echter nog steeds dat de deelnemer het recht heeft (en blijft houden!) op ‘opting out’. Dat is een wettelijk vastgelegd recht waar niet aan valt te tornen. Wel is het mogelijk om de deelnemer te laten overstappen naar ‘life cycling by default’, bijvoorbeeld via een negatieve optie waarbij er wordt geswitcht als de deelnemer niet reageert op de voorgelegde keuze.

        Van belang is ook dat in beide gevallen geldt dat de OR zijn instemming moet geven aan het aanpassen van het reglement. Mijn ervaring is dat dit (bijna) niet gebeurt. Dat betekent dat als de werkgever meegaat in het voorstel van de pensioenuitvoerder om volledig over te gaan op ‘life cycling by default’ en er bijvoorbeeld geen ‘opting out’ wordt aangeboden, de OR dit kan voorleggen aan de Ondernemingskamer te Amsterdam.

        Uitzonderingen – wat betreft de instemming – zijn denkbaar, bijvoorbeeld als de OR al ooit eens heeft ingestemd met bijv. een reglement waarin wordt vermeld dat bij ‘ingrijpende wijzigingen’ de werkgever zonder instemming wijzigingen mag doorvoeren. Als je als OR hier ooit al eens mee akkoord bent gegaan houdt het volgens mij op.

        Governance bij verzekerde regelingen

        Indien een werkgever een verzekerde regeling heeft (een uitvoeringsovereenkomst met een verzekeringsmaatschappij) zijn werknemers in de regel niet betrokken bij de totstandkoming van de uitvoeringsovereenkomst. Een aantal zaken die in de uitvoeringsovereenkomst worden afgesproken zijn echter van groot belang voor werknemers. Belangrijk is onder andere de indexatie, de garanties en de winstdeling. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop werknemers bij dit soort zaken betrokken (dienen te) worden.

        De Stichting van de Arbeid heeft een rapport geschreven over governance bij pensioenregelingen (rapport van 16 december 2005). Een groot aantal zaken uit het rapport is wettelijk verankerd in de Pensioenwet. Daarbij is met name aandacht besteed aan pensioenfondsen. Voor rechtstreekse regelingen is echter ook een groot aantal aandachtspunten opgenomen.

        Beleggingen
        Indien de uitvoeringsovereenkomst bepalingen bevat waardoor de werkgever tijdens het contract invloed heeft op depotvorming, beleggingen in verband met winstdeling of anderszins op de resultaten van de pensioenverzekering dient de werkgever verantwoording af te leggen over de door hem gemaakte keuzes aan de ondernemingsraad (personeelsvereniging of een andere vertegenwoordiging) en de vertegenwoordigers van de gepensioneerden. Dit speelt met name bij werkgevers die een gesepareerd beleggingsdepot hebben afgesproken of een systeem van winstdeling hebben dat voor een deel gebaseerd is op beleggingsfondsen.  Om dat te kunnen doen, dient de werkgever uiteraard wel de benodigde informatie te hebben. Om dat te borgen dient derhalve te worden afgesproken dat de verzekeraar jaarlijks verantwoording aflegt aan de werkgever over de behaalde resultaten.

        Indexatie
        Als er sprake is van een pensioentoezegging met een voorwaardelijke indexering verantwoordt de werkgever aan de ondernemingsraad en vertegenwoordigers van gepensioneerden of en zo ja in welke mate aan de voorwaarden voor indexering is voldaan. BIj een rechtstreekse regeling is de voorwaardelijke indexering vaak gekoppeld aan de winstdeling. De verantwoording over de voorwaardelijke indexatie is dan ook vaak gekoppeld aan de verantwoording over de winstdeling. De verzekeraar dient de daarvoor benodigde gegevens aan de werkgever te leveren.

        Verlengen overeenkomst
        Omdat de uitvoeringsovereenkomst belangrijke bepalingen bevat voor de werknemers dient de werkgever stelt de ondernemingsraad en de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in staat te adviseren over de verlenging van de uitvoeringsovereenkomst. Op die manier kunnen de werknemers en gepensioneerden in een vroeg stadium meedenken en afspraken maken over de wijze van indexering, de winstdeling die is afgesproken en de garanties die er zijn. Zo worden verrassingen achteraf voorkomen. Ook een wijziging van de uitvoeringsovereenkomst kan van belang zijn voor werknemers. Overigens is in de Pensioenwet al bepaald dat de vereniging van gepensioneerden advies moet worden gevraagd indien de wijziging van invloed is op de hoogte van het pensioen en de indexaties.

        Praktische afspraken
        Het is in het belang van zowel de werkgever als de werknemers om tijdig met elkaar goede afspraken te maken over de betrokkenheid van de werknemers bij de uitvoeringsovereenkomst en de wijze waarop de verantwoording wordt vormgegeven. Uitgangspunt bij de afspraken die wordt gemaakt is mijns inziens dan ook dat de betrokkenheid en de verantwoording iets moet toevoegen. Om deze lastige (technische) materie op een goede manier met elkaar door te nemen is het ook van groot belang om afspraken te maken of er gebruik zal worden gemaakt van externe deskundigheid. Ik denk dat het voor met name de verantwoording geen kwaad kan om gezamenlijk deze externe deskundigheid in te schakelen. Twee adviseurs is wat veel waar het gaat om verantwoording. Indien er sprake is van verlenging van de uitvoeringsovereenkomst ligt dat genuanceerder. Ik zie dan veel toegevoegde waarde in een eigen adviseur van de ondernemingsraad.

        WGA-hiaat bom onder Nederlands pensioenstelsel – vervolg

        In een eerder artikel heb ik geschreven over het WGA-hiaat en de onmogelijkheid van pensioenfondsen om dat aan te bieden. Bij besluit van 15 juli 2008 tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn nadere regels gesteld ter zake van het arbeidsongeschiktheidspensioen (Staatsblad 2008 nummer 316). Kort gezegd komt het er op neer dat het pensioenfondsen wordt toegestaan WGA-hiaat verzekeringen aan te bieden.

        In tegenstelling tot hetgeen ik heb geschreven in mijn artikel ziet de overheid geen enkel bezwaar. Om aan te sluiten bij de kop van mijn artikel, de bom is gelegd.

        Of de overheid terecht geen bezwaar ziet zal de tijd leren. Het is niet aan mij daar verder over te oordelen. Uiteindelijk zal, indien de discussie gevoerd zal gaan worden, het Europese Hof van Justitie het laatste woord hebben.

         
        Feedback Form