Werknemers in Nederland moeten steeds langer doorwerken. Na de zogenoemde VPL wetgeving over afschaffing van VUT en prepensioen zal nu de AOW leeftijd worden opgeschoven naar 67 jaar. Natuurlijk heeft dat allemaal niet direct tot gevolg dat we massaal doorwerken tot 67 jaar, maar enige effect zal het in ieder geval hebben. De vraag die zich nu aan begint te dienen is hoe we dit allemaal vol kunnen houden. Vanuit diverse hoeken wordt aangegeven dat we het niet kunnen en sommigen ook niet willen. Ik denk dat deeltijd pensioen de oplossing is. Lees meer…
Pensioentekort
Deeltijdpensioen een uitkomst bij langer doorwerken
Pensioenrechtspraak: 2 uitspraken december 2009 met betrekking tot pensioen en echtscheiding
Bij een scheiding wordt in veel gevallen onvoldoende stilgestaan bij de verdeling van de opgebouwde pensioenaanspraken. Wanneer het pensioen echter wel uitgebreid ter sprake komt bij de scheiding leidt dit regelmatig tot een discussie. Lees meer…
Te weinig partnerpensioen en toch geen pensioentekort
In een groot aantal pensioenregelingen is een partnerpensioen toegezegd. In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen alleen niet voldoende. Dan is er naar de beleving van veel werknemers een pensioentekort. Een pensioentekort kan worden gecompenseerd door middel van een lijfrente. Alleen bij een partnerpensioen blijkt dat niet zo te werken.
In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen niet of niet voldoende aanwezig. Als er wel een partnerpensioen is toegezegd moet je niet alleen op de hoogte letten, maar ook op het soort partnerpensioen. Er zijn twee soorten. Een partnerpensioen op risicobasis en een partnerpensioen op opbouwbasis. Op risisobasis wil zeggen dat er een verzekering is zolang je in dienst bent. Als je uit dienst gaat, maar ook als je uit dienst gaat, vervalt het partnerpensioen. Bij een partnerpensioen op opbouwbasis wordt gespaard voor een partnerpensioen, dat ook uitkeert bij overlijden na uitdiensttreding of pensionering. BIj een partnerpensioen op risicobasis kan er dus ook sprake zijn van een tekort.
Als je het tekort aan partnerpensioen wil oplossen door het sluiten van een lijfrente, kom je echter bedrogen uit. Een lijfrentepremie kan in mindering worden gebracht bij de aangifte inkomstenbelasting als sprake is van een pensioentekort. Dat pensioentekort wordt vastgesteld door middel van de jaarruimteformule.
De jaarruimte wordt berekend op basis van de volgende formule: 17% x premiegrondslag. Dit bedrag dient te worden verminderd met 7,5 keer de pensioenaangroei (factor A) en de toevoeging aan de oudedagsreserve en de vrijwillig betaalde pensioenpremies die worden gefinancierd vanuit spaarloon (deblokkering). Als er voldoende aangroei is in de pensioenregeling, resulteert deze formule in geen of een beperkte jaarruimte. Dat is logisch, want er is immers voldoende pensioenopbouw. Bij het vaststellen van de factor A wordt echter uitsluitend gekeken naar de opbouw van ouderdomspensioen. Het wel of niet opbouwen van partnerpensioen heeft geen invloed op de factor A en dus ook geen invloed op het pensioentekort.
Het komt dus regelmatig voor dat iemand behoefte heeft aan een aanvullende lijfrenteverzekering of bankrekening, maar op grond van de jaarruimteformule dus geen lijfrentepremie kan aftrekken. Naar mijn mening is dit een ernstig tekort in de lijfrentewetgeving.
Echtscheiding en de gevolgen voor uw pensioen
In de regel heeft een echtscheiding ook gevolgen voor uw pensioen. Als er geen bijzondere afspraken zijn gemaakt ten aanzien van pensioen dient bij een echtscheiding het pensioen te worden verdeeld. De ex-echtgeno(o)t(e) heeft in ieder geval recht op het tot het moment van echtscheiding opgebouwde partnerpensioen. Daarnaast kan de ex aanspraak maken op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.
Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS)
Op grond van de WVPS heeft de ex-echtgenote recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Bij een salaris van 40.000,- en een opbouwpercentage van 1,75% per dienstjaar is na een huwelijk van 10 jaar € 7.000,- ouderdomspensioen opgebouwd. Dit pensioen dient te worden verdeeld. De ex heeft recht op de helft, dus € 3.500,-. Voor degene die dat pensioen moet afstaan betekent dat een aanzienlijke vermindering van het pensioen.
Het is mogelijk om afwijkende afspraken te maken in bijvoorbeeld de huwelijkse voorwaarden of het echtscheidingsconvenant. Meestal wordt dan opgenomen dat geen verdeling of verevening van het pensioen zal plaatsvinden.
De WVPS geldt niet voor samenwoners. Bij beëindiging van de samenleving wordt het pensioen in beginsel dus niet verdeeld. Het is wel mogelijk om het pensioen te verdelen, maar dan dient dat expliciet te worden afgesproken in de samenlevingsovereenkomst of de beeindigingsovereenkomst.
Pensioenwet
In de pensioenwet is ook een aantal bepalingen opgenomen over echtscheiding. Opvallend is dat in de Pensioenwet gehuwden en samenwoners worden gelijkgesteld, in tegenstelling tot de WVPS. Op grond van de pensioenwet heeft de ex recht op het tot het moment van scheiding opgebouwde partnerpensioen. De werknemer uit het eerder genoemde voorbeeld had een ouderdomspensioen opgebouwd van € 7.000,-. Dit diende te worden verdeeld bij helfte. Het opgebouwde partnerpensioen bedraagt € 4.900,-. Dit partnerpensioen komt volledig toe aan de ex. Dit wordt het bijzonder partnerpensioen genoemd.
Het is mogelijk om afstand te doen van het bijzonder partnerpensioen. Dit dient expliciet te worden opgenomen in de huwelijkse voorwaarden (of samenlevingsovereenkomst) of in het echtscheidingsconventant. In deze overeenkomst dient expliciet te worden verwezen naar het bijzonder partnerpensioen. Deze overeenkomst is pas rechtsgeldig als de uitvoerder (verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds) akkoord is gegaan met de overeenkomst. In de praktijk wordt vaak overeengekomen dat er geen verdeling van pensioen zal plaatsvinden. Let dus goed op; dit heeft geen betrekking op het bijzonder partnerpensioen. Dat dient als hiervoor omschreven te worden overeengekomen.
Ik spreek regelmatig mensen die denken dat hun ex geen recht meer heeft op pensioen. Nadere bestudering van de stukken leert dan dat de ex geen recht heeft op ouderdomspensioen (verevening) maar wel op bijzonder partnerpensioen. Vaak is dat een teleurstelling, zeker als de werknemer weer een nieuwe partner heeft. Doordat de ex nog recht heeft op een stuk van het partnerpensioen krijgt de nieuwe partner minder partnerpensioen.
Pensioentekort door echtscheiding
Het pensioen dat toekomt aan de ex in het kader van een echtscheiding is niet meer in te halen. Toch zijn er in de praktijk vaak nog wel mogelijkheden om iets te doen aan het tekort dat is ontstaan.
De pensioenregeling in het voorbeeld gaat uit van een opbouwpercentage van 1,75%. Het is op grond van de wet mogelijk om 2% per dienstjaar op te bouwen. Indien na de scheiding het pensioen wordt verhoogd tot 2% per dienstjaar, kan het pensioen worden aangevuld met € 1.000,-. Hiermee is het tekort dus voor een deel weer ingehaald. De echtscheiding heeft in het voorbeeld betrekking op een periode van 10 jaar. In totaal wordt echter over 35 jaar pensioen opgebouwd. Indien de werknemer ook het pensioen over de overige 25 jaar gaat optimaliseren kan nog een extra pensioen worden opgebouwd van € 2.500,-. In totaal kan derhalve door optimalisatie € 3.500,- extra pensioen worden opgebouwd. In dit voorbeeld is dat exact het bedrag dat de werknemer aan diens ex heeft moeten meegeven.
Maak uw eigen pensioenplanning
Pensioen is voor veel mensen een ver van hun bed show. Toch is het iets waar je de ogen niet voor kunt sluiten. Tenslotte krijgt iedereen er mee te maken. Daarom is het goed om af en toe – ik denk eens in de drie tot vijf jaar – je eigen pensioen eens onder de loep te nemen. In deze bijdrage een paar praktische tips om zelf aan de slag te gaan met je pensioenplanning. Het is makkelijker dan je denkt.
Bij pensioen gaat het om drie risico’s die je in beeld moet brengen. Allereerst het risico van ouderdom. Hoeveel krijg je als je met pensioen gaat? Het tweede risico is overlijden. Als je nabestaanden hebt (een partner en / of kinderen) dient in kaart te worden gebracht hoeveel zij krijgen na overlijden. Het derde risico is arbeidsongeschiktheid. Ik zal me nu beperken tot het eerste risico, ouderdom. De overige risico’s zal ik later bespreken.
Tijdlijn
Maak een tijdlijn per jaar (2008, 2009 etc.) en vul op de tijdlijn in wanneer je 65 jaar wordt en wanneer je partner 65 jaar wordt. Zet vervolgens in de tijdlijn in het jaar dat je 65 wordt en alle jaren daarna het AOW bedrag dat je gaat krijgen van de overheid. Voor iemand met een partner is de AOW ongeveer € 8.500,- en voor een alleenstaande is dat ongeveer € 12.000,-. Doe dat ook voor je partner. Let op, als je partner geboren is voor 1950 heb je recht op een toeslag. Zolang je partner geen 65 is, krijg jij een toeslag ter grootte van de AOW die je partner vanaf 65 jaar gaat krijgen. Als je partner zelf inkomen heeft wordt dit wel in mindering gebracht op de toeslag.
Pensioenopgave
Pak vervolgens je pensioenopgaves en lijfrenteverzekeringen. Kijk op deze opgave welk bedrag er wordt uitgekeerd en op welke datum dat is. Let daarbij op het onderscheid tussen een periodieke uitkering of een uitkering ineens. Als je een uitkering ineens krijgt, moet je die op de pensioendatum omzetten in een periodieke uitkering. Vraag dan bij je verzekeraar na hoeveel je ongeveer gaat krijgen, zodat je dat bedrag kunt meenemen in je planning. Als je een periodieke uitkering krijgt, controleer dan of het een levenslange uitkering is of een tijdelijke. Als het een tijdelijke uitkering is, let dan op de einddatum.
Uit deze puzzeltocht door je pensioen- en lijfrenteopgaven komen vervolgens jaarlijkse uitkeringen. Vul die uitkeringen onder elkaar in op de tijdlijn. Let daarbij dus op de begindatum en de einddatum. Als je alle uitkeringen hebt ingevuld tel je ze op.
Vul vervolgens in je schema het laatste jaar in dat je werkt en vul voor alle jaren dat je nog werkt je salaris in. Je overzicht is nu klaar.
Correcties
Op basis van dit eenvoudige overzicht krijg je vrij snel een beeld van hoe je er voor staat. Veel mensen die zo’n overzicht voor het eerst zien schrikken behoorlijk. Meestal is het gat tussen het salaris en het pensioen erg groot. Trek echter niet al te snel je conclusies, maar puzzel nog even verder. Let daarbij op de volgende punten.
Betaal je nu pensioenpremie of lijfrentepremie? Die premies verminderen je inkomen nu en als je straks met pensioen bent, hoef je die premies niet meer te betalen. Dat kan een grote invloed hebben. Trek voor een goed overzicht de pensioenpremies en de lijfrentepremies dus af van je huidige salaris. Dat geeft een beter beeld.
Als je een eigen woning hebt met een hypotheek betaal je nu rente en (premies voor) aflossing. Kijk wanneer je hypotheek (gedeeltelijk) wordt afgelost en trek voor de jaren dat je nog (volledig) moet betalen aan de hypotheek de hypotheeklasten af van het inkomen.
Zet je maandelijks een bedrag opzij op je spaarrekening? Waarschijnlijk doe je dat niet meer als je met pensioen gaat. Corrigeer de bedragen dus met het bedrag dat je spaart. Denk ook aan kosten voor studie van de kinderen etc.
Conclusie
Vergelijk nu de gecorrigeerde bedragen met elkaar. Waarschijnlijk zijn de bedragen in de periode dat je werkt nog steeds hoger dan wanneer je met pensioen bent. Dat is logisch, want als je 65 jaar of ouder bent, betaal je minder belasting. Als je pensioen ongeveer 70% van het salaris na correcties is, zit je netto ongeveer op hetzelfde inkomen.



