• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Opbouwpercentage

    AOW-franchise en middelloon (vervolg)

    In een eerder artikel ben ik ingegaan op de te hanteren AOW-franchise bij een middelloonregeling. Ik heb van een aantal lezers aanvullende vragen gekregen over dit artikel. De vragen gaan over de franchise die moet worden gebruikt bij een lager opbouwpercentage. In artikel 10aa Uitvoeringsbesluit Wet LB zijn immers lagere franchises opgenomen bij lagere opbouwpercentages. Een van deze franchises is echter hoger dan de door mij berekende minimale franchise. Hoe zit dat? In dit artikel een toelichting.

    Bij de berekening van het pensioen dient rekening te worden gehouden met de AOW-uitkering. In de praktijk gebeurt dit door te rekenen met een AOW-franchise. De minimale franchise die dient te worden gehanteerd is 10/7 maal de zelfstandige AOW (€ 12.209,- in 2008). Ik denk dat de minimale franchise voor middelloon € 10.852,- is. De factor 10/7 maal de AOW kan dan ook worden vervangen door 80/63 maal de AOW.

    In artikel 10aa UBLB wordt aangegeven dat bij een opbouwpercentage van maximaal 2,15% per dienstjaar een franchise mag worden gehanteerd van € 11.172,- en bij een opbouwpercentage van maximaal € 2,05% een franchise van € 10.097,-.

    Feitelijk zouden deze franchises ook moeten worden verlaagd met de factor 2/2,25. Ik adviseer echter met klem om dat niet te doen. In mijn vorige artikel heb ik aangetoond waarom je kan afwijken van de in de praktijk gangbare franchise van €12.209,-. Deze mogelijkheden zijn gebaseerd op de systematiek in de wet.

    Artikel 10aa UBLB bevat echter geen beschrijving van een systematiek, maar noemt bedragen in nominale euro’s. Er is dan ook geen aanleiding in de wet om die bedragen te verlagen.

    Dat deze bedragen echter niet kloppen en gecorrigeerd zouden moeten worden, onderschrijf ik echter volledig. Het is dan ook aan de politiek om hier iets aan te doen.

    AOW-franchise en middelloon

    Bij de berekening van het pensioen dient rekening te worden gehouden met de AOW-uitkering. Pensioen is immers een aanvulling op de AOW. In de praktijk gebeurt dit door te rekenen met een AOW-franchise. De minimale franchise die dient te worden gehanteerd is 10/7 maal de zelfstandige AOW (€ 12.209,- in 2008). Indien het pensioen in eigen beheer wordt gehouden is de minimale franchise 10/7 maal de ongehuwde AOW. Als deze methode wordt gehanteerd bij middelloon gaat het naar mijn mening echter niet goed. Ik denk dat de minimale franchise voor middelloon € 10.852,- is. In dit artikel zal ik toelichten waar dat op gebaseerd is.

    Een voorbeeld
    Werknemer verdient een salaris van € 50.000,-
    Hij bouwt een pensioen op ter grootte van 2% eindloon
    Hij heeft 35 dienstjaren die meetellen voor de berekening van het pensioen
    Het pensioen wordt verzekerd, de AOW franchise is 10/7 zelfstandige AOW (€ 12.209,-)

    De pensioengrondslag is dan € 37.791,-
    Het bereikbare pensioen is 2% * 35 jaar * (€ 50.000 -/- € 12.209) = € 26.454,-

    De wetgever heeft gesteld dat als je 70% pensioen hebt, je 100% van de AOW moet hebben ingebouwd in de berekening. Als ik het voorbeeld nader analyseer dan kom ik tot de volgende conclusie.

    35 jaar * 2% is 70%
    70% van het salaris is € 35.000,-
    100% van de AOW is € 8.546,-
    € 35.000 -/- € 8.546 = € 26.454,-

    In het voorbeeld wordt 70% pensioen opgebouwd en op dat moment is precies 100% van de AOW ingebouwd.

    Middelloon
    Bij middelloon werkt het echter iets anders. Middelloon resulteert bij eenzelfde opbouwpercentage meestal in minder pensioen dan eindloon. Dit is ook de reden geweest dat de wetgever voor middelloon een hoger opbouwpercentage toestaat dan voor eindloon (artikel 18a Wet LB). In de Memorie van toelichting bij de behandeling van de Wet fiscale behandeling van pensioenen is de volgende passage opgenomen.

    Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 26 020, nr. 3 pagina 21

    Kenmerkend voor het middelloonstelsel is dat pensioenopbouw plaatsvindt over het per dienstjaar genoten loon zodat het pensioenresultaat gebaseerd is op een gemiddeld loon. Bij een gelijk opbouwpercentage zal
    het pensioenresultaat daardoor lager uitkomen dan in een eindloonregeling. Indien men het pensioenresultaat toch overeen wil laten komen met het pensioenresultaat dat in een eindloonregeling zou zijn bereikt, kan een maximaal opbouwpercentage van een ouderdomspensioen van 2% zoals dat bij eindloonregelingen is toegestaan, te laag zijn. In het algemeen zal een jaarlijkse opbouw met 2,25% tot een pensioen leiden dat vergelijkbaar is met een pensioen op basis van 2%-eindloon.

    Je zou dan ook verwachten dat indien de werknemer uit het voorbeeld 2,25% middelloon zou hebben toegezegd (om ook op 70% uit te komen) er ook 100% AOW is ingebouwd. Ik zal hetzelfde voorbeeld uitwerken  voor middelloon

    Werknemer verdient een salaris van € 50.000,-
    Hij bouwt een pensioen op ter grootte van 2,25% middelloon
    Hij heeft 35 dienstjaren die meetellen voor de berekening van het pensioen
    Het pensioen wordt verzekerd, de AOW franchise is 10/7 zelfstandige AOW (€ 12.209,-)

    De pensioengrondslag is dan € 37.791,-
    Het bereikbare pensioen is 2,25% * 35 jaar * (€ 50.000 -/- € 12.209) = € 29.760,-

    Zoals gezegd heeft de wetgever gesteld dat als je 70% pensioen hebt, je 100% van de AOW moet hebben ingebouwd in de berekening. Bij eindloon bereik je dat in 35 jaar. Bij middelloon bereik je in 35 jaar 78,75% vanwege een hoger percentage. Op dat moment moet je 100% van de AOW hebben ingebouwd. Als ik nu het laatste voorbeeld nader analyseer dan kom ik tot de volgende conclusie.

    35 jaar * 2,25% middelloon is 78,75%
    78,75% van het salaris is € 39.375,-
    100% van de AOW is € 8.546,-
    € 39.375 -/- € 8.546 = € 30.829,-
    Mijn pensioen is echter € 29.760,-

    De conclusie luidt dan ook dat ik bij 35 dienstjaren meer dan 100% van de AOW heb ingebouwd. Om precies te zijn € 9.615,-. Zoals gesteld hoeft dat maar € 8.546,- te zijn. De AOW inbouw is precies 2,25/2 te hoog.

    Als ik het weer terug vertaal naar de franchise dan is de conclusie dat de franchise bij een middelloonregeling vaak te hoog wordt vastgesteld. Mijn stelling is dan ook dat je bij een opbouwpercentage van 2,25% middelloon de AOW-franchise mag corrigeren met de eerder genoemde factor. Door de franchise van € 12.209 te vermenigvuldigen met 2/2,25 dan hou je rekening met een juiste AOW inbouw. De franchise voor 2,25% middelloon is naar mijn mening dan ook niet minimaal € 12.209,- maar € 10.852,-.

    Beschikbare premie
    Tenslotte nog een opmerking over beschikbare premie. De staffels voor beschikbare premie zoals gepubliceerd door het Ministerie van Financien zijn, zoals ik in een eerder artikel had geschreven, gebaseerd op middelloon. Als ik de conclusie doortrek dan is de minimale franchise voor een beschikbare premieregeling dan ook € 10.852,-.

    Een nieuwe baan een nieuwe pensioenregeling

    Als je een nieuwe baan aanneemt ga je niet over een nacht ijs. Ook de arbeidsvoorwaarden worden goed doorgesproken. Een belangrijke arbeidsvoorwaarde is pensioen. Daarom is het belangrijk om bij verandering van baan ook goed naar het pensioen te kijken. Als de nieuwe pensioenregeling een stuk slechter is dan de oude regeling, kan het zo maar zijn dat je ondanks een salarisverhoging, er in het totale pakket toch op achteruit gaat. Regelmatig wordt mij gevraagd waar je dan op moet letten. In deze bijdrage zal ik een aantal belangrijkste zaken op een rijtje zetten.

    Daarbij ga ik er vanuit dat de oude en de nieuwe pensioenregeling een middelloonregeling is. Als één van de te vergelijken regelingen eindloon of beschikbare premie is, spelen nog een aantal extra elementen een rol. Die zal ik in een volgend artikel toelichten.

    Salaris
    De hoogte van het op te bouwen pensioen is afhankelijk van het salaris. Het komt regelmatig voor dat niet over het gehele salaris pensioen wordt opgebouwd. Vaak wordt uitgegaan van 12 keer het vaste maandsalaris en 8% vakantiegeld. Er kan echter ook pensioen worden opgebouwd over een eventuele 13e maand, variabele beloningen zoals bonussen en provisies en tantièmes. Kijk dus goed welke salariscomponenten in de oude regeling en welke in de nieuwe regeling meetellen voor de pensioenopbouw.

    Franchise
    Veel pensioenregelingen kennen een zogenaamde AOW-franchise (zeg fransjieze). Een franchise is een soort drempelbedrag. Over dat deel van het salaris wordt geen pensioen opgebouwd. Dat is gedaan omdat de overheid de AOW uitkeert vanaf 65 -jarige leeftijd. De AOW is ongeveer € 8.500,- per jaar voor iemand met een partner (samen €17.000,-) en ongeveer € 12.000,- voor een alleenstaande. De overheid gaat er vanuit dat een pensioen van 70% van je salaris ongeveer voldoende moet zijn. Stel je bent gehuwd en verdient een salaris van € 12.000,- dan heb je aan € 8.500,- pensioen (70%) voldoende. Die € 8.500,- is precies het bedrag dat je van de overheid krijgt aan AOW-uitkering. Je hebt dan geen extra pensioen meer nodig. Daarom heeft de overheid gesteld dat over de eerste ongeveer € 12.000,- geen pensioen mag worden opgebouwd. De werkgever kan echter ook besluiten een hogere AOW-franchise te kiezen. Als hij bijvoorbeeld er vanuit gaat dat alle werknemers alleenstaand zijn, dan krijgen ze een AOW-uitkering van € 12.000,- en hoeven ze om op 70% uit te komen over de eerste 17.000,- salaris geen pensioen op te bouwen. Controleer dus welke AOW-franchise wordt gebruikt in de oude en de nieuwe pensioenregeling.

    Pensioengrondslag
    Het salaris minus de AOW-franchise wordt de pensioengrondslag genoemd. Neem het pensioengevend salaris in de oude regeling en verminder die met de franchise. Dan heb je de oude pensioengrondslag. Neem nu het pensioengevend salaris in de nieuwe regeling en verminder die met de franchise en je hebt de nieuwe pensioengrondslag. Als je in je nieuwe baan een hoger salaris bent gaan verdienen is het voor een goede vergelijking het beste om het nieuwe hogere salaris ook toe te passen op de oude pensioenregeling. Anders vergelijk je appels met peren.

    Opbouwpercentage
    Ieder jaar bouw je een stuk pensioen op. Het bedrag dat je opbouwt wordt berekend door de pensioengrondslag te vermenigvuldigen met het opbouwpercentage. Neem het opbouwpercentage in de oude regeling en vermenigvuldig dat met de oude pensioengrondslag. Het bedrag dat je nu hebt berekend is de jaarlijkse pensioenopbouw (oud). Neem vervolgens het opbouwpercentage in de nieuwe regeling en vermenigvuldig dat met de nieuwe pensioengrondslag, zodat je de jaarlijkse pensioenopbouw (nieuw) hebt. Deze twee bedragen kun je vervolgens met elkaar vergelijken en kijken in welke pensioenregeling de jaarlijkse opbouw het hoogste is.

    Eigen bijdrage
    Veel pensioenregelingen kennen een eigen bijdrage voor de werknemer. Kijk of er een eigen bijdrage moet worden betaald en bereken voor de oude en de nieuwe regeling hoe hoog deze is. Vaak is de eigen bijdrage een percentage van de pensioengrondslag of het salaris. De eigen bijdrage wordt maandelijks ingehouden op je salaris. Deze is dus extra belangrijk om te controleren, want deze is dus niet alleen van invloed op de kwaliteit van de pensioenregeling, maar ook op je netto besteedbaar inkomen.

    Toeslag of indexatie
    Controleer of de in het verleden opgebouwde pensioenen jaarlijks worden verhoogd. Deze verhoging wordt een toeslag of indexatie genoemd. Belangrijk is om daarbij vast te stellen of sprake is van een toeslag, hoe hoog deze toeslag is (vaste verhoging, de loonindex of de prijsindex) en hoe zeker het is dat de toeslag jaarlijks wordt verleend. Veel toeslagen zijn namelijk voorwaardelijk. Dit jaar zal worden gestart met het verstrekken van een indexatielabel. Dit label geeft de kwaliteit van de indexatie of toeslag weer. Als je dit label krijgt van de oude en de nieuwe regeling, is vergelijken relatief eenvoudig.

    Ik heb vergeleken en dan?
    Als de oude en de nieuwe regeling ongeveer vergelijkbaar zijn (jaarlijkse opbouw, eigen bijdrage en indexatie) dan kun je met een gerust hart de nieuwe pensioenregeling aanvaarden. Dat zelfde geldt als alle elementen in de nieuwe regeling beter zijn dan in de oude regeling. Anders wordt het als de oude regeling op één of meerdere elementen beter is. Als dat het geval is adviseer ik je contact op te nemen met een pensioenspecialist. Laat de pensioenspecialist uitrekenen hoeveel de oude regeling beter was dan de nieuwe regeling. Laat hem het verschil vertalen in een jaarlijks te betalen premie. Dat premiebedrag kan dan worden afgezet tegen het totale arbeidsvoorwaardenpakket.

    Uit diverse onderzoeken is gebleken dat pensioen gemiddeld ongeveer 20% van je salaris kost. Dat betekent dat je 1 dag per week voor je pensioen aan het werken bent. Een pensioenvergelijking maken is niet de hobby van iedereen. Wetende dat je 1 dag per week voor je pensioen aan het werken bent, moet je toch maar even door de zure appel heen bijten.

     
    Feedback Form