• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Jaarruimte

    Cijfers 2010 pensioen inclusief lijfrente

    496183_celebrationZoals ieder jaar publiceert Nationaal Pensioenweblog een overzicht van de belangrijkste (pensioen) cijfers. In dit artikel tref je de belangrijkste cijfers aan voor 2010. Dit artikel bevat naast de pensioen franchise 2010 ook de sociale cijfers en de lijfrente cijfers 2010.

    Pensioen
    De AOW-franchise 2010 op basis van 10/7 zelfstandige AOW is € 12.673,-. Dit is de franchise die is gebaseerd op de minimaal te hanteren AOW bedragen voor de berekening van het pensioen. De AOW franchise 2010 op basis van 10/7 ongehuwde AOW is € 18.427,- Deze bedragen dienen te worden gehanteerd indien sprake is van pensioen in eigen beheer.

    Het premiepercentage volksverzekeringen voor de AOW is ongewijzigd gebleven op 17,9%. Dit bedrag is van belang voor de berekening van de premiecompensatie voor het AOW-overbruggingspensioen (overgangsregime) en het nabestaandenoverbruggings- pensioen.

    De AOW voor een zelfstandige bedraagt voor 2010 € 8.871,24. Het dubbele bedrag, € 17.742.48 mag bij pensionering vóór 65 jaar worden overbrugd door middel van uitruil van een deel van het ouderdomspensioen.

    De ANW bedraagt voor 2010 € 13.879,92. Dit bedrag is in veel regelingen het uitgangspunt voor het nabestaandenoverbruggingspensioen (ANW-hiaat). De halfwezenuitkering is € 3.201,84.

    Het bedrag voor afkoop gering pensioen (artikelen 66 van de Pensioenwet en 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling) bedraagt € 420,69.

    Het maximumdagloon is € 186,65 (€ 48.715,65 op jaarbasis). Dit bedrag is van belang voor de maximale WIA (IVA en WGA) uitkering en het eventueel te verzekeren arbeidsongeschiktheidspensioen (excedent).

    Stimulering doorwerken oudere werknemers
    De arbeidskorting lage inkomens is tot 57 jaar € 1.489,-
    voor 57, 58 en 59 jaar € 1.752,-
    voor 60 en 61 jaar € 2.012,-
    voor 62 tot en met 64 jaar € 2.273,-
    vanaf 65 jaar € 1.057

    De arbeidskorting hoge inkomens is tot 57 jaar € 1.433,-
    voor 57, 58 en 59 jaar € 1.696,-
    voor 60 en 61 jaar € 1.956,-
    voor 62 tot en met 64 jaar € 2.217,-
    vanaf 65 jaar € 1.031

    De doorwerkbonus
    62 jaar (5%) € 2.340,-
    63 jaar (7%) € 3.276,-
    64 jaar (10%) € 4.679,-
    65 jaar (2%) € 936,-
    66 jaar (2%) € 936,-
    67 jaar en verder (1%) € 468,-

    Lijfrente
    De franchise voor de  jaarruimte 2010 bedraagt € 11.561,-. De maximum premiegrondslag 2010 is € 158.788,-. De maximale jaarruimte 2010 bedraagt daarmee € 26.994,-. De reserveringsruimte 2010 is maximaal € 6.831,- en de reserveringsruimte voor 55+ers is € 13.490,-. De tijdelijke lijfrente 2010 bedraagt per jaar maximaal € 20.479,-.

    Voor de ondernemers nog de cijfers voor de oudedagsreserve 2010. De toevoeging is maximaal 12% van de winst, met als absoluut maximum € 11.811,-. De stakinsvrijstelling 2010 (voor aankoop van een lijfrente) bedraagt € 433.053,- (60+, overlijden of arbeidsongeschikt met een binnen 6 maanden ingaande uitkering) € 216.533,- (50+ of direct ingaand) en tenslotte € 108.272,- (de rest).

    Levensloop
    De levensloopverlof korting bedraagt per jaar deelname € 199,-. De maximale storting is onveranderd 12% tot een maximum van 210%.

    Te weinig partnerpensioen en toch geen pensioentekort

    In een groot aantal pensioenregelingen is een partnerpensioen toegezegd. In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen alleen niet voldoende. Dan is er naar de beleving van veel werknemers een pensioentekort. Een pensioentekort kan worden gecompenseerd door middel van een lijfrente. Alleen bij een partnerpensioen blijkt dat niet zo te werken.

    In een toenemend aantal pensioenregelingen is het partnerpensioen niet of niet voldoende aanwezig. Als er wel een partnerpensioen is toegezegd moet je niet alleen op de hoogte letten, maar ook op het soort partnerpensioen. Er zijn  twee soorten. Een partnerpensioen op risicobasis en een partnerpensioen op opbouwbasis. Op risisobasis wil zeggen dat er een verzekering is zolang je in dienst bent. Als je uit dienst gaat, maar ook als je uit dienst gaat, vervalt het partnerpensioen. Bij een partnerpensioen op opbouwbasis wordt gespaard voor een partnerpensioen, dat ook uitkeert bij overlijden na uitdiensttreding of pensionering. BIj een partnerpensioen op risicobasis kan er dus ook sprake zijn van een tekort.

    Als je het tekort aan partnerpensioen wil oplossen door het sluiten van een lijfrente, kom je echter bedrogen uit. Een lijfrentepremie kan in mindering worden gebracht bij de aangifte inkomstenbelasting als sprake is van een pensioentekort. Dat pensioentekort wordt vastgesteld door middel van de jaarruimteformule.

    De jaarruimte wordt berekend op basis van de volgende formule: 17% x premiegrondslag. Dit bedrag dient te worden verminderd met 7,5 keer de pensioenaangroei (factor A) en de toevoeging aan de oudedagsreserve en de vrijwillig betaalde pensioenpremies die worden gefinancierd vanuit spaarloon (deblokkering). Als er voldoende aangroei is in de pensioenregeling, resulteert deze formule in geen of een beperkte jaarruimte. Dat is logisch, want er is immers voldoende pensioenopbouw. Bij het vaststellen van de factor A wordt echter uitsluitend gekeken naar de opbouw van ouderdomspensioen. Het wel of niet opbouwen van partnerpensioen heeft geen invloed op de factor A en dus ook geen invloed op het pensioentekort.

    Het komt dus regelmatig voor dat iemand behoefte heeft aan een aanvullende lijfrenteverzekering of bankrekening, maar op grond van de jaarruimteformule dus geen lijfrentepremie kan aftrekken. Naar mijn mening is dit een ernstig tekort in de lijfrentewetgeving.

    Lijfrentesparen bij de bank

    Na een financieel woelig 2008, waarvan de naweeën voorlopig zeer zeker nog te voelen zullen zijn, is het aan het begin van 2009 goed om de balans weer eens op te maken. Heeft u in 2008 genoeg aan uw pensioen gedaan? Zo ja, dan is dat uiteraard een goede zaak.

    Zo nee, dan kunt u voor 1 april nog een lijfrentepremie betalen ter aanvulling op uw pensioen. Deze premie is dan nog aftrekbaar in 2008.

    Van oudsher dient een lijfrentepremie te worden betaald aan een verzekeringsmaatschappij. Vanaf 2008 is het echter ook mogelijk om deze premie bij een bank te betalen. Het grote voordeel hiervan is de transparantie. Op uw inleg krijgt u jaarlijks een procent of 4% tot 4,5% aan rente bijgeschreven en weet u dus waar u aan toe bent. Indien u ook (extra) voorzieningen voor zaken als overlijden en arbeidsongeschiktheid wenst te treffen, kunt u dit bij een verzekeraar doen. Zo blijven de zaken mooi gescheiden.

    Als u wilt weten hoeveel premie u aftrekbaar kunt betalen over het jaar 2008 dan kunt u dit berekenen met behulp van de zogenaamde jaarruimteformule.
    Bij het invullen van uw belastingaangifte, komt deze formule (17% (Inkomen -/- 11.155) -/- pensioenaangroei) vanzelf naar voren. Om de formule te kunnen invullen heeft alleen uw inkomen van 2007 (uit jaaropgave) en uw pensioenaangroei in 2007 nodig. Van deze laatste heeft u in het najaar van 2008 een opgave gehad.

    Het invullen van de formule is geheel vrijblijvend. Of u nu wel of niet een lijfrentepremie wil betalen, het invullen van de formule verschaft u in elk geval inzicht in uw eigen oudedagsvoorzieningen. Blijkt uit de formule dat u nog een premie mag betalen, dan betekent dit dat u naar de norm van de belastingdienst een ‘pensioentekort’ heeft. Of u dit tekort ook wenst op te vullen, is vervolgens geheel aan u.

    Cijfers 2009

    Allereerst wensen wij alle lezers van Nationaal Pensioenweblog een voorspoedig 2009 toe. We hopen op een goed pensioenjaar met elkaar. In dit artikel treft u een overzicht van de belangrijkste (pensioen) cijfers aan voor 2009.

    Pensioen
    De AOW-franchise op basis van 10/7 zelfstandige AOW is € 12.465,-. Dit is de franchise die is gebaseerd op de minimaal te hanteren AOW bedragen voor de berekening van het pensioen. De AOW-franchise op basis van 10/7 ongehuwde AOW is € 18.145,- Deze bedragen dienen te worden gehanteerd indien sprake is van pensioen in eigen beheer.

    Het premiepercentage volksverzekeringen voor de AOW is ongewijzigd gebleven op 17,9%. Dit bedrag is van belang voor de berekening van de premiecompensatie voor het AOW-overbruggingspensioen (overgangsregime) en het nabestaandenoverbruggings- pensioen.

    De AOW voor een zelfstandige bedraagt € 8.725,68. Het dubbele bedrag, € 17.451,36 mag bij pensionering vóór 65 jaar worden overbrugd door middel van uitruil van een deel van het ouderdomspensioen.

    De ANW bedraagt € 13.646,40. Dit bedrag is in veel regelingen het uitgangspunt voor het nabestaandenoverbruggingspensioen (ANW-hiaat). De halfwezenuitkering is € 3.164,88.

    Lijfrente
    De franchise voor de  jaarruimte bedraagt € 11.345,-. De maximum premiegrondslag is weer verhoogd naar het ‘oude hoge niveau’ van € 155.827,-. De maximale jaarruimte bedraagt daarmee € 26.491,-. De reserveringsruimte is maximaal € 6.703,- en de reserveringsruimte voor 55+ers is € 13.238,-. De tijdelijke lijfrente bedraagt per jaar maximaal € 20.097,-.

    Voor de ondernemers nog de cijfers voor de oudedagsreserve. De toevoeging is maximaal 12% van de winst, met als absoluut maximum € 11.590,-. De stakinsvrijstelling (voor aankoop van een lijfrente) bedraagt € 424.978,- (60+, overlijden of arbeidsongeschikt met een binnen 6 maanden ingaande uitkering) € 212.495,- (50+ of direct ingaand) en tenslotte € 106.253,- (de rest).

    Het bedrag voor afkoop gering pensioen (artikelen 66 van de Pensioenwet en 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling) bedraagt € 417,74.

    Oudedagsreserve, pensioen of aftrekpost?

    Ondernemers kunnen een oudedagsvoorziening vormen via de oudedagsreserve. Deze oudedagsreserve vindt u terug op de balans van de onderneming. Voor alle ondernemers die gebruik maken van de oudedagsreserve of overwegen dat te gaan doen, heb ik in deze bijdrage een overzicht van de voordelen, maar met name ook van de valkuilen opgenomen.

    Werking oudedagsreserve
    In de Wet IB 2001 is een speciale faciliteit opgenomen voor de IB-ondernemer ten behoeve van zijn oudedagsvoorziening. Dat is de oudedagsreserve. Jaarlijks kan de ondernemer 12% van de winst reserveren voor een oudedagsreserve. De reservering per jaar is maximaal € 11.396,-. De oudedagsreserve mag na toevoeging echter nooit hoger zijn dan het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar.

    Doel oudedagsreserve
    De oudedagsreserve is een fiscale reserve en derhalve een belastingschuld. Het is nog geen oudedagsvoorziening! De reserve kan worden gebruikt om een lijfrente aan te kopen. Wanneer de reserve wordt gebruikt om een lijfrente aan te kopen is in beginsel aan de ondernemer. Die bepaalt zelf het moment, of de momenten, waarop dat gebeurt. Dit is een belangrijk voordeel van de oudedagsreserve. U kunt in uw onderneming langer over uw liquiditeiten blijven beschikken. Als u direct lijfrentepremies betaalt, verlaat het geld uw onderneming en dat geld ziet u pas weer terug als u gaat lijfrentenieren.

    Omzetten in een lijfrente
    Als de oudedagsreserve wordt omgezet in een lijfrente, zal de reserve vrijvallen voor het bedrag dat wordt betaald aan lijfrente (belaste winst) en het belastbaar inkomen verlaagd met het betaalde bedrag (uitgave inkomensvoorziening). Een neutrale handeling, met dien verstande dat de winst wordt verhoogd en deze verhoging wordt door een andere bron weer teniet gedaan. Dit kan resulteren in onder andere een lagere zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. U bepaald zelf wanneer u een lijfrente aankoopt en hoeveel u van de reserve op dat moment daarvoor gebruikt.

    Belaste afname van de oudedagsreserve
    De oudedagsreserve neemt dus toe als u dat wilt met 12% van de winst. Toename is toegestaan voorzover het eigen vermogen toereikend is. De oudedagsreserve kan door toevoeging het eigen vermogen niet overstijgen. Indien het eigen vermogen daalt, dan blijft de reeds gevormde reserve staan. Alleen op speciale momenten kan de oudedagsreserve belast afnemen. Dat gebeurt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, bij staking of bij het niet meer aan het urencriterium voldoen (1225 uur per jaar gedurende twee voorafgaande jaren).

    Risico
    Als het minder gaat met de onderneming, dan daalt de oudedagsreserve dus niet. Indien u noodgedwongen de onderneming beëindigt, zit u nog met de oudedagsreserve, waar nog over dient te worden afgerekend. Het kan zelfs gebeuren dat u uiteindelijk in privé wordt aangesproken voor de belastingclaim.

    De oudedagsreserve wordt vaak gebruikt om de fiscale winst te drukken. In mijn optiek is dat niet verstandig. Als u reserveert voor de oudedagsreserve beslist u feitelijk dat u een lijfrente wilt nemen, maar pas later wilt betalen. Gebruikt u de oudedagsreserve als aftrekpost, neemt u een groot risico.

    Als u wel een lijfrente wilt, maar besluit eerst gebruik te maken van de oudedagsreserve, stelt u dan  het moment van afstorten (de lijfrente daadwerkelijk aankopen) niet te lang uit want de risico’s zijn groot.

    Goed advies
    Als u geen lijfrente wilt, neem dan ook geen oudedagsreserve!

    Advisering over de oudedagsreserve is mijns inziens dan ook uitsluitend voorbehouden aan pensioenadviseurs of financial planners. De oudedagsreserve is geen fiscaal vraagstuk maar een vraagstuk over oudedagsvoorzieningen. Bij advisering over oudedagsvoorzieningen dient uw adviseur te informeren naar uw doelstelling, uw ervaring, uw risicobereidheid en uw financiële positie. Overleg eens met uw fiscaal adviseur of hij deze mening deelt.

     
    Feedback Form