Nog steeds versturen bijna alle pensioenuitvoerders de pensioeninformatie per post. Het is mogelijk om al uw pensioeninformatie, inclusief uw polissen digitaal te ontvangen. Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hoeven u niets meer per post toe te sturen. Steeds meer uitvoerders zijn zich nu aan het voorbereiden of heroriënteren op digitale verzending. Maar bent u er klaar voor? Lees meer…
Financial planning
Ontvang uw pensioeninformatie digitaal
Pensioenopbouw voortzetten bij werkloosheid
Steeds vaker worden werknemers geconfronteerd met de vraag of zij al dan niet de pensioenopbouw moeten voorzetten tijdens werkloosheid. Het wel of niet voortzetten van de pensioenopbouw is een lastig dilemma, waarbij meerdere aspecten een rol spelen. In dit artikel zet ik de belangrijkste overwegingen op een rij. Lees meer…
Waarom pensioen en niet gewoon sparen?
Pensioen levert vaak meer op dan gewoon sparen omdat de overheid mee betaalt. Daar tegenover stelt de overheid regels waar wij ons met ons pensioen aan moeten houden. De overheid is sponsor van onze pensioenen door middel van de zogenaamde omkeerregel. Als je spaart voor je pensioen verleent de overheid uitstel van belastingbetaling. Het alleen maar uitstellen van belastingbetaling levert echter geen voordeel op. Het is dus niet altijd verstandig om pensioen te sparen.
Aan de hand van een kort rekenvoorbeeld zal ik dat toelichten.
Iemand betaalt een premie van € 1.500,-. Met zijn inkomen valt hij in het belastingtarief van 42%. Het rendement dat hij kan behalen is 4% en hij zet het geld 20 jaar weg.
Als iemand gewoon gaat sparen (dus geen pensioen) zal de netto inleg € 870,- bedragen. Er dient over de inleg immers 42% belasting te worden betaald. Deze € 870,- zal worden belegd gedurende 20 jaar tegen 4%. De opbrengst is dan € 1.906,28. Over deze eindopbrengst hoeft geen belasting meer te worden betaald.
Als iemand pensioen gaat sparen, krijgt hij uitstel van belasting door middel van de omkeerregel. Dan zal de netto inleg € 1.500,- bedragen. Over de premie hoeft geen belasting te worden betaald. Deze € 1.500,- zal belegd worden gedurende 20 jaar tegen 4% en resulteert in een opbrengst van € 3.286,68. Over deze opbrengst dient 42% belasting te worden betaald. Na aftrek van de verschuldigde belasting resteert een bedrag van € 1.906,28.
Uit bovenstaand voorbeeld blijkt duidelijk dat het alleen maar uitstellen van belasting geen enkel voordeel oplevert. Het wordt pas interessant als je uiteindelijk door uitstel een lager belastingtarief hoeft te betalen.
Het belastingtarief in Nederland is gebaseerd op het progressieve schijventarief en kent een lager tarief voor 65-plussers. Zij betalen geen premies volksverzekeringen voor de AOW en hebben daardoor een lagere belastingdruk in de eerste twee schijven. De hoogste twee schijven zijn gelijk aan die van jongere belastingplichtigen.
Kijkend naar het belastingtarief zal de pensioenpremie een hoge belastingbesparing opleveren vanwege het progressieve schijventarief, inclusief premies volksverzekeringen voor de AOW. De uitkering (het belastingnadeel) zal naar verwachting tegen een lager tarief, mogelijk in een lagere schijf, exclusief premies volksverzekeringen voor de AOW worden belast. Daarnaast telt het pensioen niet mee voor de heffing in box 3 van de inkomstenbelasting.
In veel gevallen resulteert het gebruik maken van de omkeerregel in een belastingvoordeel. Er zijn echter situaties denkbaar waarin de omkeerregel nadelig kan uitpakken. Denk daarbij met name aan mensen met hoge inkomens, waarbij het fiscale inkomen nu verlaagd wordt door bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek, maar de pensioenopbouw over het volledige inkomen wordt genoten. In die situatie kan het zijn dat het voordeel van de omkeerregel, de premieaftrek, tegen 42% plaats vindt, terwijl de uitkering straks tegen 52% is belast. Dan levert pensioen uitsluitend een nadeel op en een hoop regels waar je rekening mee moet houden.
Breng je persoonlijke pensioenadministratie op orde
Hoe breng je orde in je eigen pensioenadministratie? Een aantal tips om een duidelijk overzicht te creëren en te behouden.
Maak een overzicht per werkgever met daarin de volgende gegevens:
- Naam werkgever
- Datum in dienst
- Datum uit dienst
- Naam pensioenuitvoerder
Maak daarnaast een overzicht per jaar met daarin de volgende gegevens:
- De pensioenopgave
- Indien van toepassing een pensioenpolis (verzekering)
- Als er iets wijzigt, het reglement en de pensioenovereenkomst
- Een kopie van alle loonstroken
- Alle relevante correspondentie
- Een kopie van de aangifte Inkomstenbelasting
Dit mag je in een fysieke map bewaren, een digitale map is uiteraard ook een perfecte manier om dit te regelen.
Tenzij je zeker weet wat je doet, adviseer ik om nooit iets weg te gooien! Als je informatie hebt over pensioen of oudedagsvoorzieningen waarvan je niet weet wat je er mee moet doen, of waar het precies bij hoort, stop dat dan in een aparte tab in de map en vraag een keer aan je adviseur wat je er mee moet doen.
Als je na een jaar niet al je gegevens op orde hebt, vraag dan bij je werkgever of het pensioenfonds om de ontbrekende gegevens.
Veel pensioenuitvoerders werken tegenwoordig met internetportals. Als er voor jou ook een portal beschikbaar is, bewaar de inlogcodes dan zorgvuldig. Zorg in ieder geval dat je die gegevens bij de hand hebt als je met je adviseur rond de tafel gaat zitten.
Advieskosten pensioen niet aftrekbaar
Verzekeringsproducten worden van oudsher met name verkocht door tussenpersonen. Het beloningsmodel dat daarbij wordt gehanteerd is overwegend provisie. Indien een verzekering wordt afgesloten, wordt een deel van de betaalde premie gebruikt voor de financiering van de provisie. Als een consument een lijfrenteverzekering afsluit, is de premie, binnen de grenzen van de Wet IB, aftrekbaar. De provisie wordt derhalve indirect in mindering gebracht op het inkomen bij de aangifte IB. De advieskosten zijn derhalve indirect aftrekbaar. Hetzelfde gebeurt bij pensioenverzekeringen. Daar gebeurt de aftrek niet via de aangifte IB, maar via de loonheffing. Indien gekozen wordt voor een andere beloningsmodel, bijvoorbeeld advisering op basis van uren maal tarief, dan zijn de advieskosten echter niet aftrekbaar!
Provisie is thans onderwerp van discussie. De vraag is actueel of provisie een juiste beloningsvorm is voor advisering. Steeds meer adviseurs gaan dan ook over op een andere vorm van beloning, waarbij advisering op basis van een uurtarief of op basis van een abonnement veel voorkomende vormen zijn.
De kosten voor advies zijn dan echter niet aftrekbaar!
Het zou mijns inziens dan ook een logische stap zijn om in het kader van de discussie over provisie- en kostentransparantie tevens aandacht te vragen voor de aftrekbaarheid van advieskosten voor lijfrente- en pensioenvoorzieningen.
Het doortrekken van deze discussie naar oudedagsvoorzieningen in zijn algemeenheid (Financial planning) zou echter nog beter zijn. De consument wordt nu min of meer gestimuleerd om voor advies te rade te gaan bij een tussenpersoon of adviseur die op basis van provisie werkt. De kosten voor advies worden betaald uit de provisie (het lijkt een gratis advies voor de consument) en zijn aftrekbaar (indien er sprake is van een lijfrente- of pensioenverzekering). Nadeel hiervan is dat de adviseur een stimulans heeft een product te verkopen. Zonder productverkoop is er immers geen provisie en zonder provisie worden de kosten voor het advies niet betaald. Het (binnen grenzen) aftrekbaar maken van advieskosten zou een enorme stimulans geven voor urenadvisering en de drive tot verkoop van (overbodige) producten verminderen.
Naast de stimulans voor urenadvisering speelt het punt van level playing field. Provisiebeloning is onder de huidige wetgeving gunstiger dan urenadvisering.
Ik hoop dat de politiek dit punt snel op de agenda zal zetten.



