• Home
  • Cijfers 2010
  • Bloggers
  • Colofon
  • Pencyclopedie
  • Actuarieel

    DGA’s betalen teveel vennootschapsbelasting – naschrift

    De afgelopen dagen is er veel gereageerd op het artikel DGA’s betalen teveel vennootschapsbelasting. Een aantal keren is opgemerkt dat beide methodes uiteindelijk op hetzelfde doelvermogen uitkomen. Daardoor zou hetgeen ik heb geschreven niet de volledige weergave van de werkelijkheid zijn. In dit artikel een aanvullende toelichting en een reactie op de geleverde commentaren. Lees meer…

    DGA’s betalen teveel vennootschapsbelasting

    Directeuren-grootaandeelhouders betalen teveel vennootschapsbelasting zo blijkt uit een steekproef die is uitgevoerd in opdracht van www.nationaalpensioenweblog.nl onder accountants en belastingadviseurs.

    Veel DGA’s bouwen pensioen op in hun eigen onderneming. Deze pensioenopbouw in eigen beheer vormt een aftrekpost voor de vennootschapsbelasting. De hoogte van deze aftrekpost kan op twee manieren worden berekend.

    Uit een steekproef onder ruim 100 accountants en belastingadviseurs is gebleken dat bijna 95% van hen de minst gunstige methode hanteert voor het berekenen van de aftrekpost voor pensioen in eigen beheer. Hierdoor betalen DGA’s ieder jaar teveel vennootschapsbelasting. Het verschil kan per persoon al snel oplopen van enkele honderden euro’s tot een paar duizend euro per jaar. Als argument voor het hanteren van de verkeerde berekeningsmethodiek wordt onbekendheid met de methodiek het meest genoemd, gevolgd door de complexiteit van de methode.

    In 1995 is de wetgeving over pensioen in eigen beheer aangepast. De aanpassing van de wet heeft geleid tot veel discussie met de Belastingdienst en uiteindelijk meerdere uitspraken van de Hoge Raad. De uitspraken van de Hoge Raad pakten nadelig uit voor de schatkist, zodat de overheid in 2004 met reparatiewetgeving is gekomen. Sinds 2004 mag voor de berekening van de aftrekpost voor pensioen in eigen beheer worden uitgegaan van de minst gunstige methode, in jargon de koopsommethode genoemd. Een gunstigere methode, de premie/koopsommethode, is echter ook toegestaan. Deze laatste methode is een relatief nieuwe methode en redelijk onbekend voor de meeste accountants en belastingadviseurs.

    Ik ben geschrokken van de uitkomsten van het onderzoek. De meest optimale methode is inderdaad iets gecompliceerder dan de methode die nu door bijna iedereen wordt gebruikt, maar dat kan nooit een reden zijn om een DGA met een te hoge winst voor de vennootschapsbelasting op te zadelen. Ik denk dat het een goede zaak is dat er bij de komende jaarrekeningenronde extra aandacht wordt besteed aan de berekeningmethode voor het pensioen in eigen beheer.

    De premie/koopsommethode in de praktijk

    Als een DGA (directeur-grootaandeelhouder) pensioen opbouwt in eigen beheer dient hij een voorziening op de balans van de onderneming op te nemen. Mutaties op deze voorziening lopen via de verlies- en winstrekening. Hoe groter de jaarlijkse toevoeging aan deze voorziening, hoe groter het fiscale voordeel. De meest optimale methode om de voorziening te berekenen is de premie/koopsommethode. Als deze methode wordt gehanteerd, is het fiscale voordeel het grootst. Je zou dan ook verwachten dat deze methode op grote schaal wordt toegepast. Maar helaas, niets is minder waar. De premie/koopsommethode wordt bijna niet gebruikt. In dit artikel zal ik daarom ingaan op de werking van deze methode aan de hand van een voorbeeld.

    Spelregels
    Op grond van artikel 3.29 Wet inkomstenbelasting 2001 dient de voorziening in eigen beheer op basis van een actuariele methode te worden vastgesteld. Sinds de invoering van dit artikel in de IB (destijds artikel 9b Wet inkomstenbelasting 1964) is er discussie geweest wat dan actuarieel waarderen is. In 2004 is aan deze discussie een eind gemaakt. In artikel 8 lid 6 Wet venootschapsbelasting is opgenomen dat onder actuarieel waarderen wordt verstaan de koopsommethode of de premie/koopsommethode. Van deze twee methodes resulteert de koopsommethode in de laagste voorziening, de premie/koopsommethode is het meest optimaal.

    Werking van de premie/koopsommethode
    Bij indiensttreding wordt het op te bouwen pensioen berekend. Er wordt vervolgens berekend hoeveel (gelijkblijvende) premie er jaarlijks moet worden betaald om het pensioen bij elkaar te sparen. Doordat sprake is van een gelijkblijvende premie is sprake van voorfinanciering. Die voorfinanciering zorgt voor een hogere voorziening dan bij de koopsommethode. Als het pensioen wordt verhoogd, door gestegen salaris bijvoorbeeld, zal voor de toekomstige opbouw een extra stukje gelijkblijvende premie worden berekend. Dit extra stukje premie wordt opgeteld bij de basispremie, zodat een totale nieuwe premie ontstaat. Pensioenopbouw over het verleden, backservice die ontstaat door bijvoorbeeld een salarisverhoging in een eindloonregeling, wordt afgefinancierd tegen koopsom. Vanwege deze combinantie van premies en koopsommen is de naam premie/koopsommethode bedacht.

    Een voorbeeld
    Een DGA van 35 jaar treedt in dienst op 1 januari 2008
    Zijn salaris is € 50.000,-
    De pensioentoezegging is 2% eindloon, pensioenleeftijd 65 jaar, franchise 10/7 ongehuwd
    Het bereikbare pensioen is € 19.318,-

    Als hij zou kiezen voor de koopsommethode zou de voorziening € 1.977,- bedragen
    Kiest hij voor de premie/koopsommethode bedraagt de voorziening € 3.389,-
    Uitgaande van 25,5% VPB resulteert de premie/koopsommethode in een extra VPB besparing van € 360,-
    Als ik de berekening maak wordt ook een premie berekend. Die premie is voor de fiscale verwerking niet belangrijk, maar die moet ik wel goed onthouden, want die heb ik nodig voor de berekening volgend jaar. De premie in mijn voorbeeld is € 3.256,-

    Een jaar later is het salaris gestegen naar € 60.000,-
    Ik kan een normale pensioenberekening maken net als bij de koopsommethode
    Het bereikbare pensioen is € 25.318,-
    Omdat ik de premie/koopsommethode hanteer heb ik het oude bereikbare pensioen nodig en de oude premie.

    Door het oude bereikbare pensioen en het nieuwe bereikbare pensioen te vergelijken, weet ik wat de toename is van het pensioen. Deze toename kan ik verdelen in een stukje backservice die ik tegen koopsom moet affinancieren en een stuk comingservice. Hiervoor zal een extra stuk premie worden vastgesteld. Die extra premie wordt opgeteld bij de oude premie, zodat de totale nieuwe premie bekend is.

    De nieuwe premie is € 4.239,-
    De nieuwe voorziening is € 8.628,-
    Als ik voor de koopsommethode had gekozen had de voorziening € 5.393,- bedragen
    De extra VPB besparing in jaar 2 is € 759,-

    De totale VPB besparing in 2 jaar in dit voorbeeld is derhalve € 1.119,-

    Het verschil tussen de koopsommethode en de premie/koopsommethode is groot. De vraag dient zich dan ook aan of de DGA niet tekort wordt gedaan door niet met de premie/koopsommethode te werken.

    Een veel gehoord argument is dat de methode te moeilijk is. Met een goed software pakket – ik werk met het pensioenprogramma van Akkermans & Partners – is het wel extra werk ten opzichte van de koopsommethode, maar lastig en ingewikkeld is het niet. En het fiscale voordeel is te groot om onbenut te laten.

     
    Feedback Form