Omzetting pensioenkapitaal in pensioenuitkeringen stuk flexibeler

Indien een werknemer een pensioenregeling heeft op basis van een pensioenkapitaal moet dit op enig moment worden omgezet in pensioenuitkeringen. Omdat hiervoor de huidige financiële situatie niet erg interessant is (de rentestand is enorm laag) zijn er in de afgelopen maanden diverse besluiten genomen ten aanzien van de omzetting van het kapitaal in uitkeringen.

Allereerst is de “pensioenknip” weer nieuw leven ingeblazen. Dit is gedaan door zowel de Pensioenwet aan te passen als de door het Centraal Aansprekingspunt Pensioenen gepubliceerde Handreiking Pensioenknip. Middels de pensioenknip krijgt de werknemer de mogelijkheid om de aankoop van het pensioen te verdelen over twee momenten. Op de pensioendatum wordt een deel van het beschikbare kapitaal gebruikt voor de aankoop van het ouderdomspensioen voor een periode van maximaal twee jaar. Na deze termijn wordt het restant van het pensioenkapitaal gebruikt voor de aankoop van het levenslange ouderdomspensioen.

Door de pensioenknip wordt voorkomen dat op de pensioendatum het volledige kapitaal uit de beleggingen wordt gehaald en tevens wordt voorkomen dat het volledige kapitaal tegen de huidige lage rentestand wordt omgezet in een levenslange pensioenuitkering. Of de pensioenknip uiteindelijk leidt tot een voordeel voor de werknemer zal in de toekomst moeten blijken. Inmiddels is ook goedgekeurd dat de aankoop van het tweede gedeelte bij een andere uitvoerder gebeurt dan degene die het eerste gedeelte uitkeert.

Middels het Vraag & Antwoord 15-007 van 6 november 2015 biedt de Belastingdienst de mogelijkheid om de aankoop van het pensioen uit te stellen tot uiterlijk 31 december 2016. Dit op basis van de huidige ongunstige aankooptarieven en de beoogde aanpassing van de wetgeving. Normaal bedraagt de redelijke termijn voor het aankopen van het ouderdomspensioen 6 maanden. Deze termijn kan dus worden opgerekt tot eind volgend jaar.

De wetgeving waar V&A 15-007 op doelt, is het wetsvoorstel ‘Variabele pensioenuitkering’. Hierin wordt de mogelijkheid geboden om een pensioenkapitaal niet alleen om te zetten in een geldelijke vastgestelde uitkering maar ook in een variabele uitkering. Inmiddels is het wetsvoorstel ingediend.

Het wetsvoorstel 34344 biedt de mogelijkheid om de hoogte van de variabele pensioenuitkering te laten variëren op basis van het beleggingsresultaat, de ontwikkeling van het sterfteresultaat of de ontwikkeling van de levensverwachting.

Door de hoogte van de pensioenuitkering te koppelen aan het behaalde beleggingsresultaat wordt feitelijk een situatie gecreëerd waarbij het pensioenkapitaal na de pensioendatum deels wordt doorbelegd. Per uitkering zal een deel van de belegging verkocht worden.

Door de koppeling met de ontwikkeling van het sterfteresultaat ontstaat een situatie dat de gepensioneerden hun pensioen zien veranderen aan de hand van het aantal overledenen. Bij het meebewegen met de ontwikkeling van de levensverwachting  worden de uitkeringen incidenteel aangepast aan de nieuwste inzichten ten aanzien van de resterende levensverwachting.

Hoewel het nu nog maar een wetsvoorstel betreft, zullen de uitvoerders naar verwachting snel gaan komen met de variabele pensioenuitkering op basis van het beleggingsresultaat. Het is nog wel even wachten op de exacte invulling van het productenaanbod.

De bovenstaande maatregelen laten zien dat er driftig gezocht wordt naar oplossing voor het huidige probleem bij dit soort pensioenregelingen. De huidige lage rentestand maakt van een mooi opgebouwd pensioenkapitaal een teleurstellende, levenslange, pensioenuitkering.

Reageer