• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Nieuwe prognosetafels; levensverwachting neemt verder toe

    Op maandag 30 augustus zijn ze dan eindelijk gepubliceerd: de nieuwe AG Prognosetafels 2010-2060. Sinds de publicatie van de (oude) AG-Prognosetafel 2005-2050 is gebleken dat de realisaties in toenemende mate afwijken van de voorspelling. Dit is voor het Actuarieel Genootschap (AG) aanleiding geweest om een nieuw prognosemodel te ontwikkelen voor de AG-Prognosetafel 2010-2060. Het AG–prognosemodel 2010 is ten opzichte van het AG–model 2005 op een aantal punten verbeterd met het doel tot betere prognoses van de waarnemingen (ook voor de korte termijn) te komen. Eén van de verbeteringen is het invoegen van een korte termijn trend naast de lange termijn trend uit het vorige model. Daarnaast is als beginpunt van de prognose uitgegaan van een tweejaars periodesterftetafel in plaats van een vijfjaars periodesterftetafel.

    Het model is op basis van de huidige en meest recente inzichten gebouwd. De uitkomsten zijn in die zin te beschouwen als de Best Estimate voor de levensverwachting op de korte en langere termijn uitgaande van de aannames en de gehanteerde methodiek.

    De uitkomsten van deze nieuwe prognose laten een duidelijke verbetering van de levensverwachting zien ten opzichte van de uitkomsten uit de AG-Prognose 2005–2050. Het nieuwe prognosemodel maakt onderscheid tussen een lange en een korte termijntrend. Het eindniveau van de prognose wordt bepaald door de lange termijntrend en komt voor nuljarigen uit op een levensverwachting van 85.9 voor mannen en 87.6 voor vrouwen. Dat is bijna 3 jaar ouder dan de vorige Prognosetafel. De korte termijntrend bepaalt de ontwikkeling in de nabije toekomst. Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen neemt in de prognose af. De verbetering van de sterftekansen treedt bij nagenoeg alle leeftijden op, alleen bij zeer hoge leeftijden (hoger dan 95) is nauwelijks sprake van verbetering. Gezien de marktontwikkelingen gaat de voorkeur uit naar het frequenter uitbrengen van een nieuwe tafel dan de vijfjaarsperiode die tot nu toe is gehanteerd. Bij een significante afwijking van de prognose op de waarnemingen zou tot aanpassing van de prognose overgegaan kunnen worden. Periodiek – iedere vijf jaar – dient de goaltafel geactualiseerd te worden. Naar verwachting komt het AG in 2012 met een update van de prognosetafel 2060.

    Voor een gemiddeld pensioenfonds waarbij de gemiddelde leeftijd zo’n 40 tot 45 jaar bedraagt en waarbij er sprake is van een ouderdomspensioen met bijbehorend nabestaandenpensioen betekent het dat er zo’n 6,5% extra moet worden gereserveerd. Gevolg hiervan is dat ook de dekkingsgraad zo’n 6,5% daalt. Hoewel de meeste pensioenfondsen al rekening hielden met toenemende verbeteringen van de levenskansen, is deze toename toch hoger dan eerst werd verwacht. De vraag is dan ook in hoeverre dit de welbekende druppel is voor de pensioenfondsen die het water al tot aan de lippen hebben staan.

    3 Reacties op “Nieuwe prognosetafels; levensverwachting neemt verder toe”

    1. Beste Jeroen,

      Houd dit automatisch in dat de vuistregel die men gebruikt om kapitaal om te zetten naar pensioenuitkering op 65 jaar ook aangepast moet worden?
      Alleen ouderdomspensioen was kapitaal delen door 13.
      En ouderdomspensioen met partnerpensioen van 70% van het ouderdomspensioen het kapitaal delen door
      16.

      vriendelijke groet Bas

    2. Bas,

      Dat is juist, maar om nou klakkeloos te roepen dat deze beide factoren kunnen worden verhoogd met een percentage x% is te kort door de bocht, net zoals overigens de 13 en de 16 die je noemt. Dat is sterk afhankelijk van de marktrente, de overlevingstafels en de overige actuariele grondslagen.

      Feit is wel dat in jouw voorbeeld de 13 en de 16 hoger worden. Hoeveel precies is niet zomaar te zeggen.

      Groeten,
      Jeroen Tuijp

    3. In de prognoses wordt niet duidelijk wat de invloed is van de sterk afgenomen kans op vroegoverlijden bij jongeren en zuigelingen. Met name voor wat betreft allochtonen is deze sinds jaren 80 volgens het rivm sterk teruggelopen. Als minder mensen vroeg overlijden worden we niet opeens allemaal een stuk ouder. Dit geluid ontbreekt volledig in de discussie van langer doorwerken.

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form