Moeten we ons weer zorgen maken over ons pensioen? Eh, ja!

In diverse media is de afgelopen weken weer volop geschreven over de dekkingsgraden van de pensioenfondsen. En dan met name de (verplichte) bedrijfstakpensioenfondsen, in mindere mate pensioenfondsen die gelieerd zijn aan één bedrijf. Deze dekkingsgraden, die de verhouding weergeven tussen ‘bezittingen’ en ‘pensioenverplichtingen, kennen we ondertussen in meerdere soorten. Zo is er inmiddels sprake van een beleidsdekkingsgraad, een minimaal eigen vermogen-dekkingsgraad’, een streefdekkingsgraad, een actuele dekkingsgraad en de premiedekkingsgraad.

Hoe het echter ook benoemd wordt, een feit is dat ze allemaal ‘te laag’ zijn, zo rond of onder de 100%. Dat heeft vervolgens twee consequenties. Allereerst kunnen de pensioenen niet omhoog met inflatiecorrectie.

Middelloonregeling

Dat treft natuurlijk direct de gepensioneerden, maar op termijn ook de nu nog werkenden. Immers, zij hebben veelal een middelloonregeling. Toen zo rond 2000 bijna alle eindloonregelingen werden omgezet in middelloonregelingen, was het de bedoeling dat het opgebouwde pensioen minimaal waardevast zou worden gehouden. Sinds de crisis van 2007 is dit echter nauwelijks meer gebeurd.

Als een 45-jarige tot zijn pensioendatum van 67 jaar deze 2%-inflatiecorrectie mist, dan levert dat circa 50% minder pensioen op!

Daarnaast zullen de pensioenen weer gekort moeten worden, met uitgaande van de huidige economische verwachtingen vanaf over enige jaren zo’n 5 tot 10%. Wel te verdelen in 10 jaar, maar toch. Dat betekent impliciet dat een gepensioneerde er dus 2 á 3% op achteruit gaan qua koopkracht. Per jaar!

Als u mij nu enige somberheid verwijt, dan klopt dat. Maar ja, het is wel zoals het is. Als ik dat namelijk vergelijk met Japan, al veel eerder zeer vergrijst, en daar is de rente al ruim 20 jaar maar 1%, dan ben ik  namelijk echt bezorgd!

Oplossing

Er is uiteraard wel een ‘oplossing’. Of eigenlijk twee.

Een, dat is er op vertrouwen dat het economisch goed/beter gaat, dat we voldoende rendement blijven halen – waarbij u moet weten dat 80% van ons pensioenvermogen in het buitenland is belegd – én dat we niet teveel ouder worden. Dan kunnen we direct meer pensioen uitkeren, goed voor gepensioneerden en goed voor de economie (althans daar ga ik vanuit).

We rekenen dan niet meer met de lage marktrente, maar met het hogere – te verwachten – rendement. Als dat echter fout gaat, dan hebben de toekomstige gepensioneerden pech, het pensioengeld is er dan niet meer. Dat is de keus die dan gemaakt moet worden.

Blijven werken

De tweede oplossing is echter veel beter: blijven werken. Zo lang mogelijk. Dus niet tot 64, zoals het nu gemiddeld is, niet tot 67, maar gewoon tot ruim 70. En vooruit, dat mag in deeltijd. En misschien juist wat minder sparen en meer (duurzaam) uitgeven?

Met de beoogde plannen van onze staatsecretaris Klijnsma om jongeren te blijven ‘dwingen’ 20% van het salaris te sparen voor hun pensioen, de noodzaak ook te sparen voor een eigen huis en níet de mogelijkheid om dat huis te financieren met pensioengeld, kan ik het dan ook niet eens zijn.

Pensioen was vroeger een ‘appeltje voor de dorst’, als je echt niet meer kon werken. Het is inmiddels verworden tot een luxe-‘Zwitserleven’vakantie van 20 jaar en meer. Ik ben echter bang dat dát op termijn niet meer te betalen is. Het wordt dus of een aanzienlijk soberder pensioen, of langer werken. Weet echter dat langer werken gelukkiger en gezonder maakt. Hoe moeilijk kan het dus zijn eigenlijk?!

 

Reageer