Moeten pensioenfondsen die te weinig geld in kas hebben wel of niet korten?

Veel pensioenfondsen in Nederland hebben te weinig geld in kas om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen, maar de deskundigen verschillen van mening of korten nu wel of niet noodzakelijk is. Een groot deel van de pensioendeelnemers begrijpt er inmiddels helemaal niets meer van. Daarom zal ik de problematiek in onderstaand voorbeeld nader toelichten.


Stel u heeft bij de geboorte van uw dochter een bankrekening geopend waarop u maandelijks een klein bedrag gestort heeft ter financiering van haar studie. Na 18 jaar is dit aangegroeid tot € 27.500. Uw dochter verwacht 4 jaar over de studie te doen en heeft berekend dat zij jaarlijks € 7.200 nodig heeft. Als de bank een rente van 4% vergoedt, ziet de ontwikkeling van het bankboekje er als volgt uit:

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat uw dochter met het gespaarde bedrag van € 27.500 in haar financiële behoefte kan voorzien. Zij houdt aan het einde zelfs nog € 359,22 over.

Stel nu dat de rente daalt en de bank nog maar 2% vergoedt. Dan ziet het plaatje er als volgt uit:

Door de gedaalde rente komt uw dochter in haar vierde studiejaar dus € 492,36 tekort. Om wel met haar geld uit te komen, zou zij jaarlijks niet € 7.200 moeten opnemen, maar € 7.080 ofwel 1,7% minder.

De pensioenfondsen in Nederland zitten momenteel in hetzelfde schuitje als de dochter in het bovenstaande voorbeeld. Door de daling van rente, heeft men te weinig geld in kas om alle toekomstige uitkeringen te kunnen verrichten.

De discussie waar het momenteel om draait, is of we nu al moeten gaan korten of dat we kunnen wachten (of slechts een beperkte korting doorvoeren). De gedachte achter het wachten (c.q. minder korten), is dat de huidige rente door allerlei bijzondere oorzaken slechts tijdelijk erg laag is. Als deze weer oploopt zal blijken dat iedereen toch zijn volledige pensioen kan krijgen en is korten onnodig geweest. Als we weer even de vergelijking maken met de dochter uit het voorbeeld. Indien alleen in het eerste jaar sprake is van een rendement van 2% en vervolgens van 4%, kan zij gewoon gedurende de gehele periode € 7.200 opnemen.

Probleem is dat de dochter vooraf niet weet of de rente ook daadwerkelijk weer oploopt. Gebeurt dat niet, dan zal zij aan het einde van de studie zonder geld zitten. En daar zit nu een belangrijk verschil met de problematiek bij pensioenfondsen. De dochter wordt in de toekomst zelf met het tekort geconfronteerd. Bij pensioenfondsen zijn het de toekomstige ouderen (ofwel de huidige jongeren) die met de gebakken peren komen te zitten.

Reageer