Lagere regelgeving ter uitwerking van Wet uitfasering PEB in Staatsblad

In verband met de inwerkingtreding van de ‘Wet uitfasering PEB en overige fiscale pensioenmaatregelen’ en de ‘Wet tot wijziging van de Wet uitfasering PEB en overige fiscale pensioenmaatregelen’ (Novelle) zijn ook enkele bepalingen in lagere regelgeving aangepast. De wijzigingen in de uitvoeringsbesluiten zijn opgenomen in het ‘Besluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten ter uitwerking van de Wet PEB’ dat op 27 maart 2017 is gepubliceerd in het Staatsblad onder nummer Stb. 2017, 117.

Voor wat betreft het fiscale terrein van lijfrentesparen gaat het om aanpassingen van technische aard in het Uitvoeringsbesluit IB 2001 (UB IB 2001) en het Uitvoeringsbesluit LB 1965 (UB LB 1965).

De aanpassingen in genoemde uitvoeringsbesluiten houden verband met het opnemen van beleggingsondernemingen in de zin van de Wft als toegelaten aanbieders van lijfrenten in de zin van artikel 3.126a Wet IB 2001 en het in dat kader vervangen van het begrip lijfrentespaarrekening door het begrip lijfrenterekening. Daartoe zijn de artikelen 14a en 22 UB IB 2001 aangepast. Ook is artikel 11 UB LB 1965 aangepast. Deze bepaling is in die zin aangepast, dat nu ook de door een beleggingsonderneming gedane uitkeringen zijn onderworpen aan de heffing van loonbelasting. De betreffende bepalingen werken terug tot en met 1 januari 2017.

Reageer