Laag loon, toch dienstbetrekking

Een werknemer van een supermarkt verdient een bruto loon van € 0,80 per uur. Het voor hem geldende wettelijk minimum loon bedraagt € 8,49. de werkgever houdt hierover loonheffingen in en de werknemer heeft recht op loondoorbetaling tijdens ziekte. Naast het loon geniet de werknemer een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen militairen (Wamil) (80-100% ao). De werknemer verzoekt het UWV om een vergoeding voor woon-werkverkeer en prive km op grond van art. 35 WIA. Het UWV evenals de CRvB zijn van oordeel dat de werknemer hiervoor niet in aanmerking komt. Zij achten het loon niet in verhouding met de arbeidsprestatie en er dus geen dienstbetrekking is. De A-G is van oordeel dat een laag loon niet aan het aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst in de weg staat. Een (te) laag loon brengt niet de nietigheid van de arbeidsovereenkomst met zich. Het verschil tussen het loon en het wettelijk minimum loon kan de werknemer vorderen, tenzij het niet inbaar en/of vorderbaar is. Dat is in deze zaak niet het geval. Genoemd verschil is dan loon voor de loonheffingen. De werkgever kan hierover naheffingen met boete en rente verwachten. Echter de werknemer wilde geen loonvordering instellen om de arbeidsverhouding niet te verstoren. De A-G is van oordeel dat het niet aan de rechter is om de werknemer civielrechtelijk te dwingen een loonvordering in te stellen. Er dan ook geen sprake van loon voor de loonheffingen. Mocht de Hoge Raad daar anders over denken, dan kan de werkgever naheffingen over het verschil tussen het feitelijk betaalde loon en het minimum loon verwachten 

Reageer