Kantonrechter Rotterdam , ECLI:NL:RBROT:2015:2988

Biomet heeft bij de OR een deelinstemmingsaanvraag gedaan met als uitgangspunt de bestaande pensioenregeling te wijzigen in een pensioenregeling met een pensioenopbouw op basis van de 3% netto beschikbare premiestaffel. Het betrof een deelinstemmingsaanvraag, omdat er op dat moment nog geen duidelijkheid bestond over de keuze van de pensioenuitvoerder en een eventuele compensatieregeling. De OR heeft ingestemd onder de voorwaarde dat nog vorm te gegeven compensatieregeling alsnog aan de OR moet worden voorgelegd. Biomet heeft tegen deze voorwaarde geen bezwaar gemaakt.

De OR stemt niet met het definitieve instemmingsverzoek in. De OR oordeelde dat de aangeboden compensatieregeling principieel onjuist, onacceptabel en onredelijk was, omdat in de compensatieregeling tussen verschillende groepen werknemers met verschillende leeftijden een ongerechtvaardigd onderscheid werd gemaakt. Biomet verzoekt de kantonrechter vervangende toestemming te verlenen om het besluit alsnog te mogen nemen. Biomet voert aan dat dat op basis van zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen moet kunnen. Ook zou de OR geen instemmingsrecht hebben ten aanzien van compensatieregelingen, omdat het een wijziging of verhoging betreft van het bruto loon en het derhalve een primaire arbeidsvoorwaarde betreft.

De kantonrechter oordeelt onder meer dat de OR in dit geval instemmingrecht heeft ten aanzien van de compensatieregeling omdat deze deel uitmaakte van het instemmingsverzoek. Daarnaast heeft Biomet geen bezwaar gemaakt tegen de eerder door de OR gestelde voorwaarde dat de pensioenoplossing en het compensatievraagstuk aan de OR ter instemming moesten worden voorgelegd.

De kantonrechter oordeelde dat de weigering van de OR met de regeling in te stemmen niet onredelijk is, omdat de regeling ondanks de voorgestelde compensatieregeling voor oudere deelnemers een achteruitgang in de pensioenopbouw zou betekenen. De kantonrechter stelt de OR dus in het gelijk en verleent Biomet niet de gevraagde vervangende toestemming.

Een reactie op “Kantonrechter Rotterdam , ECLI:NL:RBROT:2015:2988”

  1. Gerard van der Toolen/OR-Pensioenadviseurs

    Moedig van de OR van Biomet om het gevecht met de werkgever aan te gaan.
    Goed dat de Rechtbank tot deze uitspraak kwam.
    Bij een achteruitgang van de arbeidsvoorwaarden, behoort er overeenstemming te zijn met de OR.

    Beantwoorden

Reageer