Kamerbrief compensatieregeling voor bevallen vrouwelijke zelfstandigen

De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de intrekking per 1 augustus 2004 van de wettelijke regeling voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor vrouwelijke zelfstandigen in strijd is met artikel 11 van het VN-Vrouwenverdrag. Tot 2004 was die er wel op basis van de Wet arbeid en zorg (met een overgangsregeling voor bevallingen voor 7 mei 2005) en vervolgens weer opnieuw met ingang van de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen op 4 juni 2008. Tot de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep was de overheid van mening dat de verdragsbepaling geen rechtstreekse werking had en niet van toepassing was op zelfstandigen. De compensatieregeling komt neer op de mogelijkheid om binnen drie maanden na de publicatie van de regeling een bedrag van € 5.600 aan te vragen als de bevalling heeft plaats gevonden tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. Het genoemde bedrag is de gemiddelde uitkering van 80 dagen vhet wettelijk minimumloon per dag die vrouwelijke zelfstandigen in 2017 op grond van de nieuwe regeling hebben genoten.

 

Reageer