Kamer doorbreekt solidariteit pensioenen

Onlangs werd het wetsvoorstel over het Algemeen Pensioenfonds (APF) aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt dat bepaalde pensioenfondsen kunnen samenwerken in dit nieuwe vehikel. Tijdens de Kamerbehandeling gebeurden er echter merkwaardige zaken.



26 juni APF
Hein de Kort

Zo werd een amendement aangenomen dat de vorming van afgescheiden vermogens bij een bedrijfstakpensioenfonds regelt. Het wetsvoorstel van de regering voorzag hier bewust niet in. Het wijzigingsvoorstel is dus voor de werking van het nieuwe vehikel volkomen onnodig.

Maar nu de implicaties van het amendement. Dit amendement doorbreekt een fundamenteel uitgangspunt van het Nederlands pensioenstelsel en kan verstrekkende gevolgen hebben voor de inrichting van het pensioenstelsel. Zo functioneert een Nederlands bedrijfstakpensioenfonds tot op heden altijd zonder afgescheiden vermogens, dus als één financieel geheel. Dit met het oog op het bewerkstelligen van solidariteit, het delen van alle lusten en lasten, tussen alle pensioendeelnemers bij een bedrijfstakpensioenfonds. Daarin ligt volgens de wetgever ook de rechtvaardiging van verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds.

Door het amendement wordt deze rechtvaardigingsgrond dus, op zijn minst gedeeltelijk, aangetast. En dit roept Europeesrechtelijke vragen ten aanzien van de mededingingsregels op. Het besluit heeft namelijk ook effect op de marktordening. Met afgescheiden vermogens wordt het aantrekkelijker om na een fusie andere ondernemingen of bedrijfstakken via vrijwillige aansluiting bij het fonds te betrekken. Ook is het de vraag waarom dit amendement niet de waarborgen voor de deelnemer kent, die wel aan de orde zijn bij de uitvoering van pensioenregelingen met afgescheiden vermogens in het kader van een Algemeen Pensioenfonds , zoals de vergunning en het weerstandsvermogen. Verantwoordelijk staatssecretaris Jetta Klijnsma (Pvda) ontraadde dan ook het amendement dat door een partijgenoot van haar en de VVD werd ingediend. Dat is op zich al uitzonderlijk.

Nog uitzonderlijker is dat, nadat dit amendement werd aangenomen, de regering besloot spoedadvies aan de Raad van State over de consequenties van dit amendement te vragen. De Wet op de Raad van State biedt daartoe de mogelijkheid, maar daar wordt niet vaak gebruik van gemaakt.

In onze ogen is deze adviesaanvraag een terechte stap. De consequenties van het amendement zijn namelijk niet duidelijk. De Pensioenfederatie, belangenbehartiger van alle pensioenfondsen (en dus niet alleen van de bedrijfstakpensioenfondsen, alhoewel die het meeste geld beheren) gaf reeds aan dat de bezwaren van Klijnsma ‘nergens op gebaseerd zijn’. Dat lijkt dus een voorbarige conclusie. We zullen moeten zien of de Raad van State, maar ook de Eerste Kamer, het oordeel van de Pensioenfederatie deelt.

Wij zijn een groot voorstander van vernieuwing van het pensioenstelsel, maar niet door deze onvolkomen wetgeving. Juist met de vernieuwing van het pensioenstelsel voor de deur, die ook zal gaan over de solidariteitselementen in het stelsel — denk aan een mogelijke afschaffing van de doorsneepremie die velen bepleiten — is het voor ons bovendien de vraag of het verstandig is om daarop nu een voorschot te nemen door één van de solidariteitselementen afgezonderd te veranderen. De Raad van State toetst de APF-wet in zijn geheel, niet een afzonderlijk amendement.

Hans van Meerten en Eric Bergamin, Pascal Borsjé, Tim Burggraaf, Theo Gommer en Ewout Huyssen van Kattendijke zijn pensioendeskundigen.

Reageer