Kabinet, haast geboden met toekomstbestendig pensioenstelsel

De pensioendiscussie zit op slot. De nieuwe coalitie heeft geen haast met het nieuwe pensioenstelsel en liet bij de presentatie van het regeerakkoord doorschemeren dit voorlopig nog uit te besteden aan de Sociaal Economische Raad (SER). Die doet al sinds 2015 onderzoek naar een nieuw pensioenstelsel, maar komt er door tegengestelde belangen van de verschillende groepen binnen de SER niet uit. Ook is de aandacht verslapt vanwege de aantrekkende beurzen en de stijgende marktrente, waardoor de dekkingsgraden weer stijgen. Een slechte zaak. De acute aanleiding voor de pensioendiscussie mag daarmee dan weggeëbd zijn, de grootste oorzaken blijven gewoon bestaan: het herverdelingsconflict tussen generaties, de sectorale verplichtstelling en het verschil tussen mensen met een vast of een flexibel arbeidscontract.

Langlevenrisico

De nieuwe coalitie mikt op afschaffing van de doorsneepremie in 2020, waarmee een deel van de subsidie van jongeren naar ouderen wordt opgelost. Echter, in deze discussie blijft het macro langlevenrisico onderbelicht. Het macro langlevenrisico wordt niet gedeeld tussen de generaties, maar wordt in feite doorgeschoven naar de jongere generatie. Dat is niet fair voor jongeren. Het afschaffen van de doorsneepremie alleen zorgt niet voor een level playing field tussen de generaties qua risico’s en kosten bij pensioenopbouw. Het is beter om te stoppen met het delen van het langlevenrisico. Het argument dat het delen van lang leven risico pech- en gelukgeneraties voorkomt is doorzichtig. Bij het delen van het langlevenrisico is er maar één pechgeneratie, en dat is de toekomstige generatie. Terwijl jongeren al het volledige effect van een lager opbouwpercentage voor hun kiezen hebben gekregen.

Verplichtstelling

Ook de sectorale verplichtstelling heeft haar langste tijd gehad. Deze dwingt werkgevers om bij een wellicht slecht presterend fonds te blijven zitten. Als we hiervan af zouden stappen, hebben werkgevers ineens de vrijheid om een pensioenfonds naar keuze te zoeken. Dat is ook in het belang van werknemers. Bovendien stappen werknemers steeds vaker over van de ene naar de andere werkgever en dito bedrijfstak. Daar is ons pensioenstelsel niet op berekend. In plaats van deze sectorale verplichtstelling moet er alleen een verplichting per werkgever komen, zodat de collectiviteit geborgd blijft, maar werknemers niet meer zijn gebonden aan een branchepensioen. Pensioen is een (belangrijke) arbeidsvoorwaarde, laat de werkgever dit dan ook regelen.

ZZP’ers

Daarnaast hebben we nog steeds geen oplossing gevonden voor de inmiddels 1 miljoen ZZP’ers die Nederland rijk is, een aantal dat elke dag doorgroeit. Een kwart daarvan zet op dit moment geen geld opzij voor het pensioen en dreigt later met enkel een AOW rond te moeten komen. En welke impact heeft dat op allerlei subsidies en toeslagen? Gelukkig zijn de vier formatiepartijen het er wel over eens dat deze mensen moeten worden gestimuleerd om zelf te gaan sparen voor een pensioenpot. Het zou het beste zijn als er een regeling komt waarbij zzp’ers verplicht een tweede pijler moeten opbouwen, maar dat de waar- en hoe-vraag vrij wordt gelaten.

Regie nemen

Bovenstaande voorstellen houden nogal een verandering in ten opzichte van het huidige pensioenstelsel. Het is dan ook logisch dat de SER er nog niet is uitgekomen. Vakbonden en bestuurders van pensioenfondsen willen te veel vasthouden aan het bestaande stelsel. Als we het initiatief bij de SER laten, dan mogen we erop rekenen dat het nog lang gaat duren. En als het er dan ooit van komt, lopen we het risico dat er een halfslap, met ducttape bijeengehouden akkoord uitrolt. Het pensioenstelsel moet weer terug naar de oorspronkelijke kaders: eenvoud, transparantie en flexibiliteit. Het nieuwe kabinet doet er daarom verstandig aan alsnog de regie te nemen en te houden, en haast te maken met de hervorming van het pensioenstelsel. Het onderwerp is namelijk te belangrijk. Het raakt alle Nederlanders en het gaat om heel veel geld. Wat het nieuwe kabinet daarbij in ieder geval niét moet doen, is tegelijkertijd met een ander pensioenstelsel ook fiscale versoberingen doorvoeren, zoals dat eerder via het Witteveenkader gebeurde. Hierdoor heeft men sluipenderwijs significant minder pensioen overgehouden. Maar willen we voor in de toekomst voorkomen dat zulke versoberingen ooit onoverkomelijk zijn, dan is het zaak dat het nieuwe pensioenstelsel er zo snel mogelijk komt.

2 reacties op “Kabinet, haast geboden met toekomstbestendig pensioenstelsel”

  1. Ans de Jong

    ‘De pensioendiscussie zit op slot’. Gelukkig maar! De argumenten die voor verandering worden aangevoerd, kloppen niet! De dekkingsgraden (indicatie van de gezondheid van de pensioenfondsen) zijn sinds 2007 gedaald met 40% of meer. Dat komt echt hoofdzakelijk door de daling van de rente, nl. 70%. De rendementen hebben nog wat goedgemaakt (35%). Het negatieve aandeel van de stijgende levensverwachting was 8% en dat probleem is al lang opgelost door de verhoging van de pensioenleeftijd.
    Er is niets aan de hand als er voor de verplichtingen gewoon gerekend mag worden met een realistische rekenrente die gebaseerd is op een prudente inschatting van de beleggingsrendementen.
    Juist die individuele potjes, life-cycles en aftoppingen maken ons pensioen toekomstonbestendig.

    Beantwoorden
    • Marco Meussen

      Beste Ans,
      Het voert te ver om hier uiteen te zetten waarom ons huidige pensioenstelsel al tijden achterhaald is, maar als dit onderwerp jouw interesseert lees dan eens het boek: “Reis rond de wereld in je beste jaren” van Sjaak Zonneveld. Hierin wordt, in combinatie van fascinerende reisverhalen, in heldere taal uitgelegd dat het roer wel degelijk om moet.

Reageer