Is de werkgever nog wel uw broeders hoeder?

Is de werkgever nog wel uw broeders hoeder? De Rechtbank Amsterdam oordeelde onlangs van niet en is van mening dat de zorgplicht van de werkgever niet zo ver gaat dat deze informatie dient te verschaffen over de individuele gevolgen van de door de werknemer gemaakte keuzes met betrekking tot zijn pensioen.

Per 1 januari 2013 is werknemer in dienst getreden. De pensioenregeling kent een aantal verplichte onderdelen en een aantal vrijwillige onderdelen, waaronder partnerpensioen en nabestaandenoverbruggingspensioen. Op 2 januari heeft de werknemer een keuzeformulier ingevuld, medeondertekend door zijn partner en afgezien van de vrijwillige regelingen. De werknemer komt te overlijden en zijn partner vordert alsnog een partnerpensioen en nabestaandenoverbruggingspensioen. Zij stelt dat de werkgever zich niet heeft gedragen als een goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW door de man niet in te lichten over de gevolgen van de gemaakte keuze.

Informatie

De werkgever stelt dat zij vóór de indiensttreding de nodige informatiebronnen heeft verstrekt met informatie over de pensioenregeling en de pensioenkeuzes. Verder is na zijn indiensttreding nog een pensioenbijeenkomst georganiseerd en heeft de werknemer een “startbrief” van de uitvoerder ontvangen. Voorts konden gemaakte keuzes tijdens de rit nog gewijzigd worden.

Volgens de rechter was de verstrekte informatie niet misleidend, onduidelijk of tegenstrijdig en wordt steeds in heldere bewoordingen erop gewezen dat de pensioenregeling bestaat uit een verplicht gedeelte en een vrijwillig gedeelte en dat alleen het vrijwillige gedeelte betrekking heeft op het partnerpensioen en het nabestaandenoverbruggingspensioen.

Uit het overlegde formulier volgt dat de man en zijn partner een expliciete keuze hebben gemaakt de vrijwillige verzekeringen niet te willen afsluiten. De omstandigheid dat de partner het formulier heeft ondertekend zonder dat de man is ingelicht over de gevolgen van deze keuze, maakt dit niet anders.
Zorgplicht

De zorgplicht van een goed werkgever voert aldus de rechter in het kader van de aangeboden pensioenregeling niet zo ver dat zij werknemers actief voor de individuele gevolgen van keuzes meer informatie dient aan te bieden dan gedaan.

Ook bij finale kwijting ingeval van een vaststellingsovereenkomst lijkt de zorgplicht van de werkgever te zijn afgezwakt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde hierover nog op 4 mei 2017. De tussen werknemer en werkgever gemaakte afspraken waren hier vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, waarin een finale kwijting was opgenomen. Ten aanzien van twee onderwerpen waren voorgehouden gemaakt, niet ten aanzien van voorwaardelijk pensioen wat door het ontslag niet meer tot uitkering kwam.

De werknemer betwistte niet dat hij aan de vaststellingsovereenkomst was gebonden maar stelde dat partijen niet hadden beoogd om daarin een alles omvattende finale regeling te treffen voor alle aspecten van de beëindiging van het dienstverband van de werknemer.

Risico van de werknemer

De CRvB haakte in haar oordeel aan bij het zogenaamde Haviltex-criterium en oordeelde dat het beding onmiskenbaar hebben beoogd een finale regeling te treffen voor alles wat betrekking heeft op de beëindiging van het dienstverband. Daaronder vallen dus ook (de gevolgen voor) eventuele pensioenrechten. De CRvB laat het dan ook voor het risico van de werknemer, die tijdens de onderhandelingen werd bijgestaan door een professionele rechtshulpverlener, om in de vaststellingsovereenkomst (ook) voor dit onderwerp een voorbehoud te maken, indien hij deze pensioenrechten buiten de finale kwijting had willen houden. Zo nodig had hij zich hierover door het ABP nader kunnen laten informeren. De werkgever gaat dan ook in deze in de zorgplicht vrijuit.

De uitspraken laten zien dat de zorgplicht van de werkgever niet tot in het oneindige doorloopt. Waar voorheen de individuele financiële consequenties voor de werknemer inzichtelijk gemaakt dienden te worden, lijkt de zorgplicht voor de werkgever thans niet meer zo ver te gaan in deze specifieke situaties. De werknemer heeft ook een eigen verantwoordelijkheid.

mw. mr. Henny van den Hurk, Gommer & Partners Pensioen Advocaten, www.gommeradvocaten.nl

Reageer