Inkomensverrekening WW en berekening dagloon

De inkomensverrekening is per 1 juli 2015 ingevoerd in de WW. Hierdoor is ook de berekening van het dagloon aangepast. De hoofdregel is dat het dagloon wordt gebaseerd op het totale loon (uit alle dienstbetrekkingen) in het jaar voordat een werknemer werkloos wordt.

Loon van beide dienstbetrekkingen: In de situatie dat een werknemer werkzaam is in twee dienstbetrekkingen en werkloos wordt uit één van deze twee banen, wordt het dagloon gebaseerd op het loon van beide dienstbetrekkingen. Het inkomen dat tijdens de duur van de WW-uitkering wordt ontvangen, wordt verrekend met de uitkering, ongeacht of de dienstbetrekking waarin dat inkomen is ontvangen is aangevangen voor of nadat het recht op uitkering is ontstaan.

WW bij onwerkbaar weer of betalingsonmacht: De bepaling in het vierde lid van artikel 3:2 van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) waarin wordt geregeld dat al bestaand inkomen uit ander werk niet valt onder de inkomensverrekening, is hier niet van toepassing. Dit artikellid heeft geen betrekking op een reguliere WW-uitkering, maar is van toepassing op een WW-uitkering op grond van artikel 18 WW (WW bij onwerkbaar weer) en hoofdstuk IV WW (WW uitkering wegens betalingsonmacht werkgever). Het dagloon in deze twee laatst genoemde situaties wordt in tegenstelling tot de reguliere WW gebaseerd op het loon uit de dienstbetrekking waarin sprake is van onwerkbaar weer of betalingsonmacht van de werkgever.

Maximumdagloon: In de werknemersverzekeringen geldt een maximumdagloon van €200 en een maximummaandloon van 21,75 vermenigvuldigd met die €200, oftewel €4.350. Dat betekent dat als het dagloon van een werkloze werknemer hoger zou zijn dan dit maximumbedrag, de WW-uitkering niet meer bedraagt dan 75% of 70% van het maximumdagloon. De hoofdregel is dat 70% van het inkomen wordt verrekend met de WW-uitkering (in de eerste twee maanden geldt 75%).

C/D-factor: In het eerste lid van artikel 47 van de WW is hierop een uitzondering gemaakt met de zogenoemde C/D-factor. In de situatie dat een werknemer meer verdiende dan het maximumdagloon, wordt het inkomen vermenigvuldigd met het quotiënt van dat maximumdagloon (factor C) en het dagloon dat hij zou hebben gehad als dat niet gemaximeerd zou zijn (factor D). Een werknemer die bijvoorbeeld een inkomen verdiende van twee maal het maximumdagloon, ontvangt daardoor toch een uitkering indien hij een inkomen gaat verdienen dat gelijk is aan het maximumdagloon. De betreffende werknemer heeft nog steeds een inkomensverlies als gevolg van werkloosheid. De berekening van de WW-uitkering per maand wordt dan: 0,7 x (€4.350 – €4.350 x (200/400) = €1.522,50. De C/D-factor is in bovengenoemd voorbeeld ½, dat betekent dat in dit geval niet 70% van het inkomen wordt verrekend met de WW-uitkering maar 35%.

Reageer