• Home
  • Bloggers
  • Colofon
  • Contact
  • Pensioencijfers
  • Nuttige websites
  • Pensioen
  • Pencyclopedie
  • Indexatietoezegging in eigen beheer pensioen DGA, periode ná pensioendatum

    Dit artikel is het derde in een serie over de indexatietoezegging in het DGA pensioen. Voor verschillende situaties analyseer ik de effecten van de indexatietoezegging op het pensioen, de positie van de B.V. en de positie van de DGA zelf.

    Lees hier het eerste en het tweede deel van deze serie.

    In dit derde deel van de serie ga ik nader in op de indexatietoezegging in de uitkeringsfase van het pensioen. In dit artikel ga ik uit van een voor de DGA gebruikelijke eindloon pensioenregeling, zoals deze door de Belastingdienst wordt gepubliceerd.

    De indexatietoezegging in de uitkeringsfase

    De model pensioenovereenkomst van de fiscus kent een zogenaamde open index. De tekst luidt als volgt:

    “De pensioenen zullen na ingang zoveel mogelijk waarde- of welvaartsvast worden gehouden.
    Voor het indexeren van de pensioenen zal worden uitgegaan van een door het Centraal Bureau voor de Statistiek periodiek gepubliceerd indexcijfer. Uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen zal door werkgever worden beslist welk indexcijfer voor de uitkeringsperiode bepalend zal zijn voor het indexeren van de pensioenen.”

    De essentie van de indexatietoezegging in de uitkeringsfase van het pensioen is dat deze bepaling wordt uitgevoerd. Men dient uiterlijk op de pensioendatum vast te stellen bij welk indexcijfer men wenst aan te sluiten.

    Eventueel kan ook gekozen worden om de open index om te zetten in een vaste indexatie, mits deze niet hoger is dan 3% (daarboven zal de fiscus het standpunt innemen dat de indexatie onzakelijk is).

    Een omzetting van de open index in een vaste index dient uiteraard op zakelijke grondslagen te geschieden. Het verdient dan ook de voorkeur deze omzetting vast te leggen.

    Uitvoering indexatie

    Jaarlijks dient het pensioenrecht verhoogd te worden met de gekozen index. Op basis van dit herrekende pensioen dient op de balansdatum een nieuwe pensioenverplichting berekend te worden. De fiscale pensioenlast die samenhangt met de indexatie van de pensioenrechten komt pas in de uitkeringsfase tot uitdrukking. In de opbouwfase mag immers geen rekening gehouden worden met toekomstige stijgingen van de uitkeringsverplichting.

    Zou men besluiten de jaarlijkse indexatie achterwege te laten, dan kan de fiscus zich gemakkelijk op het standpunt stellen dat de DGA heeft afgezien van (een deel van) zijn pensioen. Het gevolg is een progressieve heffing over de gehele waarde van de pensioenaanspraak ineens, met een revisierente van 20%. Aldus kan in voorkomende gevallen de heffing oplopen tot 72% van de commerciële pensioenvoorziening.

    Fiscale aspecten

    Zoals gemeld leidt de indexatie in de uitkeringsfase van het pensioen tot extra pensioenlasten in die periode. Veel uitkerende pensioen–B.V.’s hebben te maken met een fiscale verliespositie. De extra pensioenlasten als gevolg van de indexatie vergroten het fiscale verlies. Na verloop van tijd (meestal na 9 jaren) zullen de fiscale verliezen niet langer verrekenbaar zijn en ‘verdampen’.

    In sommige gevallen is naast het pensioenvermogen ook nog een vrije reserve aanwezig binnen de pensioen-B.V.. Indien niet voldoende rendement gemaakt wordt (minimaal zo’n 6% op het pensioenvermogen) zal de vrije reserve door de indexatielasten slinken. Het vrije vermogen van de vennootschap gaat op in de pensioenverplichting en zal t.z.t. onderdeel uitmaken van de box 1 belaste pensioenuitkeringen.

    Samenvatting

    In de uitkeringsfase van het pensioen in eigen beheer zal het indexatierecht leiden tot extra pensioenlasten. Deze lasten leiden effectief niet tot enige aftrek van vennootschapsbelasting indien de vennootschap onvoldoende (beleggings)resultaten behaalt. Voor de DGA zelf leidt de indexatie wel tot verhoging van het belastbare inkomen.

    4 Reacties op “Indexatietoezegging in eigen beheer pensioen DGA, periode ná pensioendatum”

    1. In de uitkeringsfase:
      In hoeverre kan indexatie achterwege blijven wanneer er wordt gewezen op een te lage dekkingsgraad; Bijvoorbeeld pensioenfondsen mogen zelfs niet indexeren in zo’n geval.
      Zal de fiscus genoegen nemen indien aangetoond wordt dat de commerciële waarde van het pensioen in de BV groter is dan het vermogen.

    2. Het Centraal aanspreekpunt pensioenen geeft hierover het volgende aan:

      “Er is sprake van niet voor verwezenlijking vatbare aanspraken als er dwingende maatschappelijke redenen zijn om af te zien van de aanspraken. Dit kan het geval zijn bij faillissement, surséance van betaling en schuldsanering. Het moet dus gaan om bijzondere situaties waarin de financiële middelen van het lichaam waarbij de aanspraken zijn ondergebracht, niet toereikend zijn. Is daarvan geen sprake, dan dient de uitkering te worden voortgezet zolang het lichaam waarbij de aanspraken zijn ondergebracht daarvoor nog voldoende middelen bezit. Deze uitleg wordt bevestigd in de uitspraak van Hof Amsterdam van 27 november 2000, nr, 99/2650, gepubliceerd in Vakstudienieuws 2001/19.23.

      Van schuldsanering is sprake indien alle schuldeisers afzien van (een deel van) hun vorderingen. Indien alleen de DGA afziet van zijn pensioenrechten en eventuele overige vorderingen, is geen sprake van schuldsanering….

      …Een enkele, zelfs zeer forse, daling van de waarde van een aandelenpakket of een beleggingsverzekering kan nimmer aanleiding vormen voor belastingvrij prijsgeven van pensioenrechten. Het betreft dan een aandelenpakket dat of een verzekering die dient ter dekking van de pensioenverplichting.”

      Met andere woorden: De fiscus zal zich op het standpunt stellen dat zolang de vennootschap middelen heeft om de eerstvolgende uitkering te voldoen, er geen sprake kan zijn van het afzien van een pensioen omdat het niet voor verwezenlijking vatbaar zou zijn.

      Wel bestaan mogelijkheden om de pensioenuitkeringen te verminderen icm met het afstorten van alle bezittingen van de BV bij een verzekeringsmaatschappij. Ik heb een dergelijk traject meerdere malen succesvol begeleid met goedkeuring vooraf.

    3. En pensioenfondsen dan? Die kunnen voorlopig nog uitkeren, maar desondanks kan (nee moet!) indexatie achterwege blijven.
      Is het niet zakelijk om de indexatie in de BV gelijk te stellen aan bijvoorbeeld die van het ABP?
      De fiscus realiseert zich toch ook wel dat er nu sprake is van een zeer lage marktrente. Vasthouden aan indexatie zal het toekomstig voortbestaan en de levenslange uitkering in gevaar brengen.

      • het is een beetje flauw, maar de staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat de DGA in tegenstelling tot een reguliere werknemer, zelf het beleggingsbeleid bepaalt voor zijn pensioengeld.

        Daarmee had hij kennelijk dus zelf kunnen voorkomen dat de BV in onderdekking kwam.

        Als fiscalist vind ik het zakelijk om onder sommige omstandigheden af te zien van indexatie. Daarom staat immers in de toezegging dat wordt zoveel mogelijk geïndexeerd. De implicatie van deze nuancering heb ik al in een eerdere bijdrage behandeld.

    Laat een reactie achter

     
     
    Feedback Form